Made in #China – Work in progress…

‘Zeer koud in deze door God verlaten pastorie in de strafkolonie Veenhuizen. 4 graden en koude tikvingers. Toch gaat ’t boek er komen…’

Veenhuizen schrijft boek

Interview met Rob Hammink
Geschreven door: Marleen Lamain

Dit is geen tekst die onlangs achtereen kast werd teruggevonden toen de pastorie van Veenhuizen van een nieuw, fris behangetje werd voorzien. Het is ook geen verzuchting die in één van die beruchte, steenkoude winters aan het einde van de 19e eeuw werd geuit door een doodzieke, wegens landloperij opgepakte pauper, die op zoek was naar de troost van de bijbel, maar die er ondanks zijn wanhopige getik op de beijs de ruiten van de pastorie maar steeds niet in slaagde om de aandacht van de bewoners te trekken. Hoewel dat allemaal ook gekund had, is dit een tekst die in januari 2013 aan Twitter werd toevertrouwd door journalist en schrijver Rob Hammink, toen deze zich in de pastorie van Veenhuizen had teruggetrokken om daar te werken aan zijn nieuwe psychologische thriller Made in China.

Een maand of drie na dato ontmoet ik hem op de luchthaven van Lelystad, net voordat hij op moet voor zijn tweejaarlijkse ‘profcheck’ – verplichte kost voor eenieder die een vliegbrevet heeft en dat wenst te behouden. Terwijl ik vanuit mijn ooghoeken een minuscuul helikoptertje telkens het verticaal opstijgen en landen zie oefenen, en er allerlei vliegtuigen voorbij taxiën die in de serie Thunderbirds niet hadden misstaan, legt Hammink uit hoe hij destijds in die ijskoude pastorie terecht kwam en wat hij er vond.

Kruispunt Veenhuizen
Het begon met een reportage over Veenhuizen die ik in de zomer van 2012 voor De Telegraaf heb gemaakt’, vertelt hij. ‘Ik ben toen samen met Wim de Bruijn van het Ontwikkelingsbureau de hele buurt rondgefietst en ik vond het een intrigerende plek. Een strak gepland dorp vol met rechte straten en haakse kruispunten. Eigenlijk voelde heel Veenhuizen als een soort kruispunt, waar goed en kwaad elkaar ontmoeten. Een plek met potentie, maar tegelijk een plek met een tragische sfeer. Het trok me aan.’ Juist in die periode begon het idee voor een nieuw boek in zijn hoofd vaste vormen aan te nemen. ‘Als je dat dan ook echt wilt schrijven, moet je er gewoon voor gaan zitten. En dat lukt me niet in Amsterdam’, wist Hammink uit ervaring. Dus toen tijdens de fietstocht bleek dat de oude pastorie – die door beheerster, de schrijfster Mariët Meester, regelmatig aan collega-auteurs wordt verhuurd – rond de jaarwisseling beschikbaar was, hoefde hij er niet lang over na te denken. In december nam hij er zijn intrek.

De pastorie bleek inderdaad een oase van rust. Meer dan dat: het was er donker, eenzaam en bij tijd en wijle ronduit spookachtig. De grote bomen rondom het gebouw bogen krom in de wind en wierpen ’s avonds hun bewegende schaduwen op het behang. Er was een krakende trap naar de zolder, een dito exemplaar naar de kelder en geen levende ziel in huis. ‘In de badkamer stond nog zo’n ouderwetse stok meteen haak waarmee je bovenramen open en dicht kunt doen. Voor ik ging slapen, barricadeerde ik met die stok mijn slaapkamerdeur. Dan voelde ik me veiliger’, zegt hij. Toen op een zeker moment de kachel ook nog stuk ging, was de Hollands-Siberische ervaring compleet. Daarover gaat het Twitterbericht. Maar gelukkig was er tegelijkertijd ook de andere kant. Al die ontberingen waren wel degelijk ergens goed voor. ‘Het had een geweldig effect op mijn creativiteit. Het haalde me uit mijn routine, en dat maakte dat ik anders tegen de zaken ging aankijken en ze soms ook anders beleefde. Zo herinner ik me de warme belangstelling van mensen, nog bijna voelbaar als warmte.’ Hammink bracht twee maanden lang alle weekenden door in de pastorie. Door de week werkte hij noodgedwongen vanuit Amsterdam, waar hij zich maandag al zat te verheugen op zijn terugkeer naar Veenhuizen op vrijdagmiddag. ‘Onderweg langs de supermarkt om eten in te slaan, en een fles whisky tegen de kou, en dan weer aan het werk. En elke keer als ik twee of drie hoofdstukken af had, trakteerde ik mezelf op een diner in Hotel Bitter en Zoet. Echt, ik zou het zo weer doen – ik zou er wel een huisje willen hebben.’

Dat laatste zal degenen die met de toekomst van Veenhuizen begaan zijn, waarschijnlijk als muziek in de oren klinken. Want ondanks alle successen die de afgelopen jaren in Veenhuizen zijn geboekt, en ondanks het feit dat Veenhuizen zelfs één van de zeer weinige locaties in het land is waar Justitie nog een nieuw gevangeniscomplex wil laten bouwen, zorgen de Noordelijke bevolkingskrimp en de huidige crisis ervoor dat het dorp het kruispunt tussen ontwikkeling en verval nog altijd niet is overgestoken. Of vakantiehuisjes de doorslag moeten gaan geven, en zo ja, wát voor vakantiehuisjes, daarover kun je van mening verschillen. Hammink oppert dat Veenhuizen misschien een schrijversnest zou kunnen worden – hij stelt zich dan op voorhand garant voor het afleveren van tenminste één boek per jaar – of dat rijke Chinezen misschien geïnteresseerd zijn in het adopteren van monumenten in het gevangenisdorp. Hij kent China van zijn vele reizen. ‘Daar zit het geld op dit moment, en men vindt het daar heel chic om bezit in Europa te hebben, dus wie weet.’

Maakbaarheid
China is niet alleen een opkomende economie, maar ook een land waar maakbaarheid nagenoeg tot kunst is verheven. Maakbaarheid is een sleutelwoord in de geschiedenis van Veenhuizen. En maakbaarheid is óók een centraal thema in Hamminks nieuwe boek. Toeval? ‘Toen ik hier in december kwam, had ik daar nog totaal niet bij stil gestaan. Pas tijdens het schrijven in de pastorie, realiseerde ik me dat mijn verhaal voor een groot deel draait om het begrip maakbaarheid. Dat ik tot dat besef kwam, en dat ik het in mijn verhaal de ruimte heb gegeven, kwam volledig door de omgeving. Je kunt dus eigenlijk wel zeggen dat Made in China voor een deel door Veenhuizen zelf is geschreven.’

Made in China verschijnt in de loop van 2013.

Download artikel]]