De laatste

Ik betover jou met rozen,

spinne-ogen in hoededozen,

een gefrituurde Wielewaal,

een verliefde Nachtegaal,

een pan vol met drab,

roof, steel en gap,

een bloedige koek gebakken,

versierd met wilgetakken.

Ik spreek raadsels en toverwoorden,

leef in klamme oorden.

Verdreven door computer en tosti-ijzers.

Mijn tijd loopt in tegen wijzers.

Ik ben een oude tovenaar,

een cultureel gevaar.

Ik ben nog de enige van mijn soort,

de anderen zijn door Ratio vermoord.