De Achterhoek

Als centrum van mijn leven lig je daar,

ver van drukte ontheven.

De boerenpet dat geen verstand te boven gaat.

Zelfs het gras is zichzelf gebleven.

Hier dolen mythen onverstoorbaar voort,

dartel door kabouterland.

Holle bomen vol verhalen,

ze dansten in mijn kinderhand.

Dit stukje Nederland zit in iedere vezel,

het is de baarmoeder waarin ik rust.

Eindig zoals alles.

Het afscheid wordt door moeder weggesust.

Met 150 km/u

verdwijnen koeien uit mijn spiegel.

Koers westwaarts, de chaos in.

Geen moment zo pijnlijk

als even voor Arnhem de navelstreng knapt

en de stomkop -wederom-

in zogenaamde beschaving is getrapt.