HEMINGWAY, PAPA HEMINGWAY..

Luister naar een interview met Rob Hammink over zijn rolmodel papa Hemingway..

Toen de wereld nog groot was en mysterieus trok Hemingway over haar heen. Geen computer, geen laptop. Een pen, wat papier en natuurlijk dat scherpe oog voor details, uiteindelijk dé bron voor het optekenen van verhalen.
Hemingway zocht het avontuur en vond het. Hij leefde in een tijd die oorlogen en romatiek kende. Hoe pijnlijk Ernest Miller ook aan zijn einde kwam in 1961; hij had wel geleefd en in dat leven vrouwen, reizen en taal liefgehad. In die drie belangrijke ingrediënten zie ik de erkenning door herkenning.

Persoonlijk is dit mijn favoriete boek van Ernest Miller Hemingway; De oude man en de zee

Hemingway_Hamminkway_old_man_and_the_seaDe oude man en de zee
Dit bekende verhaal van Hemingway gaat over een bejaarde Cubaanse visser die, na een onsuccesvolle periode, in gevecht raakt met een enorme zwaardvis, die hij koste wat kost binnen wil halen. Aangenomen wordt dat het karakter van de hoofdpersoon, Santiago, gedeeltelijk is gemodelleerd naar de Cubaanse visser Gregorio Fuentes. Fuentes werd in 1897 geboren op Lanzarote op de Canarische Eilanden, en verhuisde op 6-jarige leeftijd naar Cuba, waar hij Hemingway in 1928 ontmoette. In de jaren 1930 huurde Hemingway hem in om voor zijn boot te zorgen. Vanaf 1940 woonde Hemingway op Cuba en er ontstond een vriendschap tussen de mannen. Bijna 30 jaar lang deed Fuentes dienst als kapitein op de boot en zorgde er ook voor als Hemingway er niet was. Fuentes overleed in 2002 op 104-jarige leeftijd. Het schip, de ‘Pilar’, liet hij na aan de Cubaanse regering. Het boek heeft hij nooit gelezen.

Hamminkway about his rolemodel Hemingway

Hemingway, papa Hemingway.

When the world was still spacious and mysterious, Hemingway travelled around this magnificent globe. No computer, no laptop. A pen and some paper and of-course that razor-sharp eye for details, which ultimately was thé source for storytelling. Hemingway was always looking for adventure and actually found it. He lived in times of great wars and romance. However painful his death might have been; he had lived and in that life he had loved, women, traveling and last but not least words.. I recognize those three very important ingredients of his life, and perceive them to be my own.

My personal favourite book written by Hemingway is; The old man and the sea
Hemingway_Hamminkway_old_man_and_the_sea

Hemingway wrote this brilliant novel in 1951 in Cuba, and published it in 1952. It was the last major work of fiction to be produced by him and to be published in his lifetime. One of his most famous works, centres upon Santiago, an ageing fisherman who struggles with a giant marlin far out in the Gulf Stream.

The Old Man and the Sea was awarded the Pulitzer Prize for Fiction in 1953 and was cited by the Nobel Committee as contributing to the awarding of the Nobel Prize in Literature to Hemingway in 1954.

Listen to an interview with Rob Hammink about his role-model papa Hemingway..

Adrenaline pumping through my veins…

As a reporter I travel around the world in the quest of finding that thrilling story. Everywhere I go I bring my pilots logbook, my headset and flying licence in case I need to flee a country or clock some hours to upkeep my PPl-licence. During my 4-month sojourn in Singapore I intended to chart some hours for my licence. The big question wass: how and where?
Then a fateful day in April I drove across the border into Malaysia. Enroute to Malacca on the North-South highway, not too far after crossing the Second Link, I saw an almost hidden sign ‘Senai Airport’. My reflex-turn on the steering wheel was not appreciated by other cars, but hey, there was my solution. A blue clubhouse, shining under the sun, no way one can miss this place. The FRAS Flying Club was all over the place. Even more shining was the smile of Captain Muthucumar – the Chief Flying Instructor of FRAS – when I opened the door. It took all of one minute to get used to each other – an easy smile, a punch on the arm, mutual pilot respect. Maybe it helped that we both served our country as officers in the air-force and the army in our previous lives. A sure bond.

Flying-Malaysia
Flying in Malaysia

We talked about our passion: flying. Pretty soon I discovered that Malaysia is a cheaper place to play amongst the clouds. As it would take a long time to convert my license to an equivalent Malaysian one, Muthu and I agreed to conduct a joint number of flights together. And I have to admit: it was helpful after all to have a navigator who knows the area inside-out. I would undoubtedly have mixed up one island with another.
We made a few great trips. The best one was the farthest trip we planned – out to Pulau Tioman. As it turned out, Muthu was not only a great navigator, he also turned out to be a most entertaining travel-mate altogether. He was well informed, pointing out fishing villages and describing in details the common catch of fish, how they were grilled and other spots of interest. 
Having flown over many skies, witnessed spectacular sceneries and sunsets, having to flee from life-threatening hostile situations in the Congo from combat child-soldiers to having plunged hundreds of meters on deepsea diving trips, I have become blasé over the years. “Not much can set me on fire these days anymore and the sad thing is, I can’t do anything to change all this.” I declared matter-of-factly to my friends whenever I started to yawn as they excitedly relate their ‘adventurous’ 3-hour jungle trips. Premature ‘jadedness’ it was, until Muthu and I reached the airdrome of Pulau Tioman airport.

Tioman_runway
Pulau Tioman Airport Runway
Source: Wikipedia

In all my years flying, I had never seen such a complicated circuit, requiring focused maneuver – steep mountains, crosswinds, short turns and a unconventionally short runway. It presented such a challenge that, while drawing from my reserve of flying skills, my sloppy attitude got swept away immediately.

For the first time in a long while, adrenaline was pumping through my veins. The landing would be tough and utmost concentration was needed as the line between life and death was thin. Muthu, on the other hand, was the exemplary cool dude a la The Fonz in “Happy Days” – the difference being that Muthu has more stylish hair.
On downwind he trimmed the Cessna 172. Flaps and speed were set. “Now you just stay away from the mountain slopes. They are rather hard when you crash into them”, it sounded as if he was telling his wife he needed new shoes. I followed his instructions all the way and made a rather rough landing on the 992 meters runway. “Let’s do it again”, came through my headphone.
Perspiration was trickling down my back like the highest waterfall in the world: the Angel falls in Venezuela on which I wrote an article last year. The second landing was smooth as a soft boiled egg in the morning sun. A cup of coffee never tasted better, afterwards. Thank you, Muthu, for humbly planting my feet back on the ground, metaphorically.

Rob Hammink

The Flying Dutchman

Watch this clip to see a plane landing at tricky Pulau Tioman Airport Runway

ANDRÉ KUIPERS EN EEN CAPSULE NON STOP DE WERELD ROND..

In 1995 kwalificeerden André Kuipers en ik ons voor een prachtig avontuur: op 12 kilometer hoogte in een capsule non stop de wereld rond. O ja, hangend aan een zeventig meter hoge ballon. Dat bizarre plan kwam uit de koker van avonturier Henk Brink, die een wedloop was aangegaan met de Amerikaan Steve Fosset.
Zowel Kuipers als ik hadden gereageerd op een landelijke oproep. Brink had in jachtvlieger Wim Hageman al zijn tweede man gevonden, maar zocht nog een derde. Vliegers, militairen en gelukzoekers dromden in duizendtallen samen voor de Rai waar psychologische tests werden afgenomen. Slechts een groepje van twintig mannen kon door naar de Ardennen waar we werden getest op doorzettingsvermogen, claustrofobie en teamgeest.
Zowel Kuipers als ik vielen toen af. Het is minimaal ironisch dat Kuipers vele jaren later de zwaarste keuringen tot astronaut overleefde.
De ballon van Brink is voor deze ruimtereis overigens nooit van de grond gekomen.

OVER REPORTAGES

Tekst en foto’s.
Ik heb altijd geprobeerd om tussen de twee disciplines een natuurlijk huwelijk te sluiten. Lastig, soms. Zeker in gespannen situaties, wanneer tijd niet je beste vriend is. Schrijven is een exploderend proces: je hebt een onderwerp en dat werk je, jonglerend met woorden, uit. Daar moet je rust voor nemen. Fotograferen voltrekt zich langs de lijnen van de implosie: je hebt allerlei prikkels en die sla je in 1/15e van een seconde, of sneller, plat tot twee dimensies. Er zijn weinig journalisten die op beide fronten goed werk afleveren. Ik heb respect voor mensen die deze creatieve spagaat maken zonder dat het ene fenomeen onder het andere lijdt.

Rob Hammink reist als journalist de hele wereld over..

De wereld wordt steeds kleiner.
Steeds meer mensen bewegen zich sneller en verder en toch geeft onze planeet, niet één, twee, drie al haar geheimen prijs. Soms moet je vechten, en doorzetten tot voorbij de horizon om die geheimen te doorgronden!
Rob Hammink is al jaren een gebrevetteerd globetrotter met een grenzeloze, onuitputtelijke nieuwsgierigheid. Hij neemt als piloot en journalist, mensen niet alleen mee op reis maar vooral mee op bijzondere avonturen naar bijzondere en vaak afgelegen plekken. Een leven van uitersten. Hij dringt door in het kasteel van het Schotse Hertog met een privé-leger, daalt met een onderzeeër af naar de bodem van Loch-Ness en slaapt een week later tussen de lijmsnuivende zwerfkinderen in Peru. Hij neemt deel aan een hondenslee-wedstrijd in Alaska, loopt weken over het bevroren en krakende Baikal meer in Siberië en zoekt niet veel later, tot op de vierkante centimeter, de kern van de reggae-muziek in Jamaica. In Australië zocht hij, geterroriseerd door de hectiek van ons land, naar het kleinste dorpje op deze aarde. “Uiteindelijk kwam ik terecht in de outback van Australië, in een enorm niemandsland, dit is wat je noemt ‘echt rust’, die wij niet meer kennen.”

“It’s a great place to live and the outback just has got so much to go there are so many people out here with unique stories and they live alone and you wonder how they survive in this.. you know it’s a long way to supermarkets”

De toon van de reportages is nooit schreeuwend of oppervlakkig, eerder bespiegelend en met een licht ironische toon. De vergelijking: Het Nederlandse equivalent van Michael Pailin, is misschien wel de beste typering, of een prettige mix tussen Yorin travel en met Buch op reis.

“Vliegen lijkt de manier om dit gigantische land, waar dorpjes soms 500 kilometer uit elkaar liggen, te overzien. In de zoektocht naar rust, verschijnt eindelijk Endamucha, een stadje dat bekend is om zijn Opaal. Alleen gelukzoekers, en geluk-vinders, wonen in dit plaatsje.”

Een van de oudste huizen van dit plaatsje, uit de jaren dertig, een beetje in de bergen gebouwd, zodat het koel blijft want het is hier namelijk ’s zomers 45 tot 50 graden..

“Why, why did you come here? My husband.. he made me too.. He forced you? He wanted to get rich quickly to buy a farm because he was an agriculture engineer and.. now we are still here, waiting for the big ones to come..

Verder, Andrew praat voor de vorm met de verkeerstoren, die er niet is. Hoe eenzaam en alleen ben je in dit land?

Tijdens een tussenstop ontmoeten we Doug. Een kleurrijke Ozzie die zijn klassieke vliegtuig graag deelt met verdwaalde voorbijgangers. Het tot leven wekken van een bejaard vliegtuigje valt niet mee maar wie doorzet zal overwinnen! “Dit is toch helemaal geweldig!” Papa Hemingway zou bij deze scène zijn vingers aflikken. “The old man and his wings”!

De magie blijft! Zeker als je een kist met houten propeller en Iers linnen op de vleugels weet op the tillen. “Do you mind if I don’t pay any attention to the meters?”

Nu even een biertje.. Pub-crawl.. Proost, het eerste biertje..

We zijn op de goede weg, het wordt steeds stiller en weidser.. Birdsville is verboden.. de enige die ik ontmoet is ten Aboriginal.. In zijn aderen stroomt The OutBack. Dom kent, de meest afgelegen plekken. “Birdsville is a very isolated place but it you want to go to the most remote and isolated town in this country, go to Betoota.. it’s that way.. about 180 Kilometers.. it’s the most remote and isolated pub, in the country! Maar Betoota, staat niet op de vliegkaart.. Op geen enkele kaart eigenlijk.. Als een stip aan de horizon verschijnt het kleinste dorpje op deze planeet..
Inderdaad een ghosttown.. Een huis.. uit een vervlogen geschiedenis.. stille getuigen praten niet! Alles lijkt zo ver weg.. De wereld lijkt ver weg.. De Euro.. de opgestoken middelvingers.. de brandstofprijzen.. Niemand.. helemaal niemand! Zalig.. alhoewel een airco welkom zou zijn! Maar ja.. geen internet en geen mobiele telefoon.. hmmm.. wordt moeilijk.. Nog eens goed over nadenken.. Gevonden… maar niet gelukkig! Contact met de wereld, is helaas het kruis dat ik draag..

Hammink buigt onmogelijk dromen om naar een zichtbare werkelijkheid en hij neemt de kijker mee de beeldbuis in.. mee op die gekke reis waardoor de realiteit van bankafschriften en wielklemmen, even heel ver weg lijkt..

Gevlucht uit de Nederlandse hectiek en de rust van Australië.. Eindeloze rust en uitgestrektheid.. waar ik zo naar verlang.. De horizon is ook vandaag niet in te halen.

Afwisseling in Andorra

Eerlijk is eerlijk: Waar Andorra precies lag? Geen idee. Ergens ingeklemd in de Pyreneeën. En de naam was volgens een vluchtige inschatting niet meer dan een exotische combinatie van het Franse ‘adorer’ (liefhebben) en het drankje Madeira (goed voor ossenstaartsoep). Oh ja. Én het was een belastingparadijs waar de benzine en sigaren goedkoop zijn en inwoners geen inkomstenbelasting betalen. Een soort ideale staat dus.

Zin om te skiën in Andorra? Het verzoek gleed voorbij aan mijn algemene kennis van de wereldbol. Skiën tussen de Gucci-tassen en Rolexen? Daar kom je niet op. „Zeer sneeuwzeker daar en met driehonderd zondagen een mooi gebied”, aldus het vakantiegeweten van deze krant. Een week later reed de bus drie lange uren vanaf het vliegveld Barcelona naar het ministaatje, een prinsdom van 468km2, twee keer de gemeente Amsterdam. Het werd volgens de overlevering gesticht door niemand minder dan Karel de Grote om islamitische Moren op veilige afstand van het christelijke Frankrijk te houden. Aan het roer staan momenteel twee co-prinsen, waarvan de Franse president Hollande er een is en de bisschop van de Spaanse stad La Seu d’Urgell de ander. Ze hebben beiden een vertegenwoordiger in Andorra. Exotische politieke verstrengelingen op 1900 meter, hoe ingewikkeld kan het leven zijn?
Maar we komen niet voor historische verhandelingen. We komen voor de sneeuw, voor de grillige puntige bergen. En die zijn er volop! In het skiseizoen altijd sneeuwzeker bepoederd en uitdagend. De zon brandt op de gezichten van twee bleke Russische medepassagiers, die ook zijn ingevlogen. In slecht Engels leggen ze uit dat veel landgenoten afreizen naar Andorra. „Voor het winkelen en ook wel een beetje skiën.” Langzaam worden de economische contouren van het vorstendom duidelijk. Winkelen en wintersport. Als we rondslenteren komen we Davidoff-verkoopster Carme Vila Fusté in de hoofdstad Andorra la Vella tegen: „We hebben veel Russische klanten. Die trend begon een jaar of tien geleden. Toen kwamen de echt puissant rijken, die pakken met cash op de toonbank legden. Het maakte allemaal niet uit hoe duur het was. Tegenwoordig zijn het families en de middenklasse. Lomp?” De vrouw kiest haar woorden zorgvuldig want het gaat hier wel om een zeer gerespecteerde groep klanten, die de terugval van de Britse bezoekers compenseren. De 35.000 toeristenbedden van het land moeten namelijk wel vol. „Ze zijn wat directer.” Bij de buren waar ze parfums verkopen weten ze te vertellen dat de Russen nog steeds goed in de slappe was zitten. „Velen komen zonder skikleding, schaffen het aan, skiën twee dagen en geven het dan aan het hotelpersoneel.”

De winkelstraten als Avinguda Meritxell en Avinguda Carlemany meanderen, neon verlicht, door de stad. Veel van hetzelfde. Kledingzaken, parfumeries en ondernemers die camera’s, verrekijkers en scheerapparaten verkopen. Exclusieve merken als Louis Vuitton zitten verstopt in kleine zaken. De prijzen vallen tegen. Niet veel goedkoper dan de mediamarkten van deze wereld. Rookwaar en drank zijn inderdaad opvallend beter geprijsd. In de zijstraatjes zitten opmerkelijk goede restaurants. Voor de avonturier die de geplaveide paden durft te verlaten, biedt de stad onverwacht leuke zwerfsteegjes. Alhoewel avontuur… „Geen gevaar hier. Andorra is het veiligste land van Europa.” Aan de unie hebben de Andorrezen zich nooit gewaagd, wel aan de euro.

Volgens de wetten der natuur dient de avond zich weer aan. De lonkende besneeuwde toppen lossen op in de duisternis van de smalle vallei. Morgen gaan de lange latten onder, maar nu is het tijd voor de trots van Andorra La Vella: spa-resort Caldea. Het futuristische gebouw is een glazen mix tussen een piramide en een Amerikaanse Halleluja-kerk. Het ding steekt fel verlicht imponerend af tegen de wat saaie bebouwing en zit vol met restaurants, zwem- en bubbelbaden. In één drijven rode grapefruits die we maar verzamelen en terugbrengen naar het restaurant. „Ze liggen er bewust”, zegt de uitbater. „Goed voor je lijf en leden.”

De omgekeerde wereld van eerst ontspannen en dan skiën wordt de volgende dag weer overeind gezet als we afreizen naar het kleinere skiresort Vallnord in het westelijk deel van het land. Het gebied is vervolgens weer te verdelen in Arcalis, waar het alpineskiën en free-ride centraal staan en het andere gebied heet Arinsal, een wat makkelijker en glooiender terrein. De infrastructuur is opvallend goed. Liften zijn nieuw en snel. Toch geven veel bezoekers zich over aan ‘Rando’, sneeuwlopen. Met vellen onder je ski’s naar de top en dan skiënd naar beneden. Ondanks de geringe sneeuwval is het prima skiën. Iedere nacht weer zorgen mannen dat het witte goud op de juiste plaatsen terechtkomt. Witte pistes met hier een daar de juiste uitspanningen, vaak opgetrokken uit charmant hout. In de betere bergrestaurants bewijst de vorstenstaat dat ingeklemd zitten tussen de twee reuzen: Spanje en Frankrijk, ook zo zijn culinaire voordelen heeft. Franse kazen worden dankbaar met Spaanse wijnen en zelfs een lokale champagne-achtige weggespoeld.

De terugweg naar Andorra La Vella, met hier en daar een Romaans kerkje langs de kant van de weg, heeft als tussenstop Ordino, een lieflijke plaats waar vrouw Holle zou kunnen wonen. Huizen zijn opgetrokken uit ruwe stenen en daken zijn belegd met leisteen. Nu ben ik niet zo van de musea, zeker niet tijdens een wintersport, maar toegegeven: als je bijvoorbeeld je voet hebt verzwikt is het Areny-Plandolit 17e-eeuwse familiehuis een goed voorbeeld dat het land ook veel te bieden heeft als je even de lange latten aan de wilgen hangt of teveel van die champagne-achtigen hebt weggetikt. Het robuuste, donkere huis geeft een meeslepend inzicht in het kleurrijke vervlogen leven van de baron don Guillem Areny-Plandolit. Hoe hij zijn eerste schreden op het pad van de tandheelkunde zette en hoe hij sliep en baadde. Niets is toevallig in dit leven. „Het was er in de winters altijd erg koud”, zo herinnert zijn achterkleindochter, Carolina d’Areny-Plandolit, haar jeugd. De charmante vrouw zwaait momenteel de scepter over het ‘andere’ skigebied in Andorra, Granvalira en dus wordt het vizier voor morgen op de

205 kilometers pistes daar gericht, de langste sneeuwuitdaging in de Pyreneeën.
Carolina heeft volgens de wetmatigheid noblesse oblige niet gelogen. Het gebied in het oosten heeft alles wat een gebied moet hebben. Andorra krijgt meer en meer voordelen van de oorspronkelijke twijfel. Veel blauwe afdalingen waardoor ook beginnende skiërs de sensatie van een hoger terrein kunnen beleven, maar tegelijkertijd ook uitdagend ‘rood’ en ‘zwart’. En weer dat goede eten overal. Hoe het allemaal zover heeft kunnen komen? Kijk, dat wordt duidelijk in het grensplaatsje (met Frankrijk) Pas de la Casa. Ski-kampioen en driftig ondernemer Fransesc Viladomar opende hier in 1957 de eerste skilift van het land. De motor van een vrachtwagen dreef de opgaande stoeltjes aan.
Het gelaat is gebruind en de benen en rug moe. Zo’n bubbelbad met grapefruits, zonder Russen, zou welkom zijn. Ditmaal wordt de zeer exclusieve SportWelness Mountain Spa in Soldeu uit de hoge hoed getoverd. In het bubbelbad op 1800 meter uitkijken over de skiënde medemens en straks een diner in een restaurant met Michelin-ster. Hoe prettig kan het leven zijn. Andorra: veel meer dan Gucci-tassen en Rolexen. Het vorstendom is misschien klein, maar wel erg fijn. De kabouter blijkt een waardige tegenstander van reuzen als Frankrijk en Oostenrijk te zijn en het ligt vliegend en rijdend niet veel verder weg.

Alleen maar goed nieuws. Toch zit er een frons in het voorhoofd van de kersverse minister van Toerisme, een oud-marketingman, die de post in zijn schoot kreeg geworpen. Francesc Camp Torres zegt: „De crisis in Spanje straalt op ons af. We hebben een grote overheidsschuld, 35% van het bruto binnenlands product. Maar nog altijd beter dan België waar het 100% is…” De minister zoekt en zoekt naar nieuwe kansen voor Andorra om skiconcurrenten als Turkije en Slovenië voor te blijven. Als we het toverwoord casino laten vallen, veert de 44-jarige man op. Hij maakt bedachtzaam een aantekening. „Een casino. Het zou wel passen in de sfeer hier. Skiën, winkelen en een gok wagen.” Het is nu wachten op de nieuwe slogan: Andorra, de speeltuin van Europa.

Bron: DE TELEGRAAF REISKRANT – ZATERDAG 29 DECEMBER 2012
Geschreven door: Rob Hammink

PDF