Saamhorigheid

Ken je vijand
Zie zijn gezicht
Achterhaal verband
Vind overwicht

Een militair adagium

Maar wie ben jij eigenlijk?
Ok, onzichtbaar en laf
Met het grootste bereik
Dat vrijheid je gaf

Vilein zijn je motieven  
Duidelijk zonder eer
Moordend naar believen
Uitdagend ons verweer

Wat verwarring ook beoogt
Kracht zal jou bestrijden
De gehele mensheid betoogt
Harmonie en niet te zullen lijden

Zichtbaar vullen lentebomen zich met hoop
Onzichtbaar verdiept nu de natuur
Het eeuwigdurend verloop
Voelbaar als het levensvuur

Onze vermijdende handen
Reiken voorbij grenzen die vervagen
Ten spijt virus zonder paspoort
Wordt overwinning door saamhorigheid gedragen

Vriendinnen in oorlog en vrede

Foto Congo1

 

Filmmaker Alwine van Heemstra filmt Nancee Oku Bright (VN) in Congo.

 

DE TWEE leerden elkaar in New York kennen, vijf jaar geleden. Alwine van Heemstra deed research voor haar radiodocumentaire De tomaat en The big apple, Nancee Oku Bright had vrij gekregen van de Verenigde Naties om haar film Liberia: America’s Stepchild te maken. Twee bijzondere vrouwen met een bijzonder leven, door herkenning verbonden. Ditmaal ontmoeten ze elkaar in de brandhaard van centraal Afrika: het grensgebied van de Democratische Republiek Congo en Rwanda waar de gewelddadige dood van 3,5 miljoen mensen nog nagalmt en waar dubieuze krachten de wereldhandel in coltan en diamanten dicteren. De doortastende Bright is op haar laatste VN-missie in de Congo. Van Heemstra volgt haar voor een nieuwe tv-documentaire.

 

BUKAVU (DR Congo) – Onrustige voetstappen echoën in de nacht door de kille gangen van dit gebouw, bekend als HQ (Head Quarters) van Monuc, de vredesmacht van de VN in de Democratische Republiek Congo (voormalig Zaïre). Binnen een paar minuten meer voetstappen waaronder die van de Nederlandse documentairemaakster Alwine van Heemstra. Blauwe helm onder haar arm. Ze gooit de deur open en zegt: „We moeten hier weg. Hevige gevechten zijn uitgebroken.” Dan overal krakende walkietalkies, die militaire afkortingen doorgeven en nog meer onrust.

Bukavu, de explosieve grensplaats tussen Congo en Rwanda waar het hoofdkwartier zetelt, wordt door fanatieke rebellen van de op non-actief gezette kolonel Mutebusi, bedreigd. Wij dus ook. Het evacuatieplan, om via de grens met Rwanda het land te verlaten, is geen misplaatste oefening. Verpakt in een kogelvrij vest staat Van Heemstra (34) in complete duisternis buiten, klaar voor vertrek en een onzekere reis door de nacht. Op het dak wappert halfstok de VN-vlag die herinnert aan de dood van een Milob (militaire observator), die eergisteren werd doodgeschoten zonder respect voor neutrale organisaties. Wie of welke groepering het fatale schot loste, weet niemand. Er wordt gesproken over driehonderd doden. Kogels worden in dit strijdtoneel anoniem afgeschoten.

Van Heemstra, wijzend op haar vriendin: „Meer dan op al die hooggeplaatste militairen vertrouw ik op Nancee vanwege haar ervaringen in Liberia waar ze in een oorlogssituatie is opgegroeid. Ze heeft een feilloos gevoel voor echte dreigingen. Ik volg haar zonder twijfel. Ze heeft zoveel levenslust, en dat leven geeft ze niet zomaar op. Wat me wel zorgen baart zijn de geruchten dat de samengedreven Banyamulenge-rebellen hier in de stad actief zijn, dus heel dichtbij. Het zijn die onzichtbare krachten, de onvoorspelbaarheid die me bezighoudt.”

Terwijl officieren en hulpverleners druk rondlopen, mensen elkaar orders geven en noodrantsoenen worden ingeladen is Nancee Oku Bright inderdaad een van de weinigen die in deze onrust als rots in de branding overeind blijft. Het charmante hoofd Humanitaire Zaken van de VN in haar Japanse Issey Miyaki kledij is onlosmakelijk verbonden met haar mobieltje, een beladen apparaat, zeker in deze omgeving, maar dat zal later duidelijk worden. Het ding regelde tot nu toe in ieder geval het onmogelijke: helikopters op de vreemdste plekken en de juiste informatie van de juiste mensen.

 

„Nancee heeft feilloos gevoel voor bedreigingen”

 

Geruchten

Bright twijfelt aan de informatie dat het vliegveld Kavumu ten noorden van de stad is ingenomen. Die twijfel blijkt drie uur later gegrond. „Bukavo is een stad die snel geruchten voortbrengt. Dat hangt hier in de lucht. Alles is te wijten aan de ligging, het is een grensplaats en dat is altijd een kruispunt van twee culturen. Hier begon bovendien de burgeroorlog in 1998 toen Rwanda en Uganda de rebellen steunden die voormalig president Laurent Kabila wilden afzetten.”

Maar het gaat in de film die Van Heemstra wil maken niet over de bijna onnavolgbare strijd tussen de Hutu’s en Tutsi’s. „Het gaat om de gevolgen van een oorlog en hoe een organisatie als de VN op humanitaire wijze daarmee omgaat. Binnen dat sociale kader wil ik centraal stellen dat wij in het Westen medeverantwoordelijk zijn voor wat hier gebeurt. Dat klinkt misschien paternalistisch, maar heel weinig mensen weten dat de grondstof coltan in dit land, waar zo om gestreden wordt, onmisbaar is voor onze mobiele telefoons en laptops. Het mineraal wordt vrij eenvoudig gedolven en ook eenvoudig verhandeld. Zwart goud wordt het genoemd. De rol van de westerse consument en westerse bedrijven, die hiermee hun producten maken, moet niet worden onderschat. Begrijp me goed: ik ben niet tegen het delven en ook niet tegen elektronische apparatuur.” Wijzend op Nancee: „Zonder telefoon zou zij haar werk niet kunnen doen. Ik zou wel graag zien dat de gigantische inkomsten aan het einde van de schakel terechtkomen bij de juiste mensen hier. Nu is de handel in handen van een paar lokale bedrijven en plaatselijke warlords die met de opbrengsten hun politieke strijd financieren. De gevolgen van die strijd zijn vreselijk: het aantal verkrachtingen is niet bij te houden, mensen worden gemarteld, gedood. ’Maar ach’, denken we veilig thuis op de bank, ’het is maar Afrika, een verliezend land dat het internationale medeleven al decennia geleden is kwijtgeraakt’.”

Gedreven: „Maar het lot van dit deel van Afrika heeft iedereen in zijn hand, letterlijk. Het wezenlijke van de documentaire verandert dagelijks, zoals alles hier dagelijks verandert. Misschien wordt het wel een portret van een zwarte vrouw die een waanzinnig hoge internationale positie bekleedt. Misschien wordt het een portret van een arm Afrikaans land waar mensen op een goudmijn wonen. Arm-rijk, wit-zwart, communicatie-verstomming. Het fascineert me hoe uitersten zo dicht bij elkaar kunnen liggen.”

De vriendschap van de twee vrouwen begon tegen een geheel ander decor. Ze ontmoetten elkaar in swingend New York op een feestje. Er ontstond een band die gebaseerd is op professionele en persoonlijke overeenkomsten. „Net als ik komt Alwine uit een gezin dat persoonlijke ontwikkelingen kon financieren”, zegt Nancee. „In plaats van te gedijen in luxe zijn we strijdbaar en gevoelig voor onrecht gebleven. Ze heeft me echter wel verbaasd met haar komst. Ik vermoedde altijd al dat ze sterk was, nu weet ik het zeker. Haar onvoorwaardelijke vertrouwen in mij is strelend. Natuurlijk is mijn werk gevaarlijk, zeker als vrouw in een omgeving waar verkrachtingen een vanzelfsprekendheid zijn geworden. Maar humanitaire hulp is mijn keuze. Ik voel me bevoorrecht om dit te mogen doen.”

Vijf dagen eerder, op de heenreis naar Kinsahasha, vertelde Van Heemstra hoe ze op het idee van de documentaire kwam: „Nancee had per email ooit laten weten dat ze hoofd van de humanitaire afdeling januari naar Nederland kwam en ze foto’s uit Bunia, ook Noordoost-Congo, toonde, kwam wat ze doet pas echt tot leven. Langs de weg lagen allemaal ernstig gewonde mensen, meer dood dan levend. Ze zei ooit dat de aarde verzadigd was van bloed. Met name ernstig gewonde slachtoffers bracht ze eigenhandig naar ziekenhuizen. Dat zag ze nietals haar werk, maar wel als een persoonlijke missie. Ze is zo ontzettend gedreven. Als het om mensenrechten gaat, is ze onverzettelijk. De combinatie van haar persoonlijkheid is geweldig: glamourous in designkleding, die ze ook in het veld draagt, terwijl ze zwaargewonden optilt. Dat wil ik in beeld brengen. Ze stort zich in oorlogen om te zorgen dat de humanitaire kant goed verloopt. Nancee zet vluchtelingenkampen op, zoekt artsen en zorgt dat de juiste medicijnen worden verstrekt.”

 

Kindsoldaten

Van die laatste kwaliteit zijn we getuige na een bezoek aan het Panzi- ziekenhuis in Bukavu. De rommelige route – van wegen is hier nauwelijks sprake – naar de kliniek toe is op zichzelf een hachelijk avontuur. Kindsoldaten langs de weg, met kapmessen en kalasjnikovs, bewapend tot hun tanden. Er zijn weer wat mensen op straat, wat een goed teken is. Ze proberen vruchten en zaden te verkopen. In het hospitaal ontmoeten we dokter Mukwege. Hij ontfermt zich over de vrouwen die het slachtoffer zijn geworden van brute verkrachting, een daad die hij als ergste oorlogswapen kwalificeert. „Zeker vijfenzeventig procent van de vrouwen zijn hier de laatste maanden misbruikt. Dat percentage lag verleden jaar nog op vijfentwintig. De vernedering is groot. Vaak worden er messen in de vagina gestoken of zelfs een geweer erin afgeschoten. Ik krijg de patiënten vaak meer dood dan levend binnen. Alles is kapot.” Stilte vult de klinische ruimte. Dan: „Als iemand wordt neergeschoten is dat natuurlijk ook vreselijk. Maar naast alle lichamelijke verminkingen komen deze vrouwen ook nog eens in een sociaal isolement terecht. Hun mannen willen hen niet meer – hun partner is ’verontreinigd’ – en ze zijn bang voor aids. Hun familie keert zich ook af, uit schaamte.”

Een rondleiding over volle zalen volgt. Er is net een meisje binnengebracht. Ze slaat haar ogen neer. Dapper vertelt ze haar verhaal over drie soldaten en hoe ze met de dood werd bedreigd. Van Heemstra mag filmen. Dit mag niet voorbijgaan aan de wereld. Bright klimt na het vreselijke relaas in haar telefoon. Er moeten hier morning-after- en peppillen komen, pillen met hivremmende werking. Maar ze zijn nergens te vinden…

De spanning blijft deze dag stijgen. Het vliegveld dreigt te worden ingenomen door de Banyamulenge-troepen van de afgezette kolonel Mutebusi. Soldaten van het nationale leger trekken zich terug. We kunnen met het laatste vrachttoestel weg richting veilig Oeganda. Onder ons door glijdt een prachtig landschap, groen, rode aarde, heuvels. De strijd is niet meer zichtbaar. Eenmaal in de hoofdstad Kampala besluit Bright zo snel mogelijk terug te vliegen naar Bukavu. De route is onzeker. Ze belt en belt. Dan vertrekt ze. „Ze hebben me daar nu het hardst nodig.” Van Heemstra onderdrukt haar tranen en wenst Bright alle sterkte. Met een knipoog stapt ze de taxi in richting vliegveld. „Ik ben veilig, wees niet bang.” Dan een grote knipoog. „Ik laat die rebellen toch niet mijn juwelen afnemen…”

 

Door: Rob Hammink
Bron: Telegraaf
Foto’s: Telegraaf

De hoogste skilift de hoogste koorts

… En heel ver weg…

 

Levensles voor een stukjesschrijver:
HIMALAYA TOPPEN ZIEN EN DAN (bijna) STERVEN

 

Foto Skilift3De hoogste skigondel ter wereld. Witte hemel op aarde. Tonnen maagdelijke poedersneeuw in de ijzige koude van de Himalaya. De tergend lange reis naar Kashmir zou de moeite waard zijn. Het liep voor Rob Hammink allemaal een tikkeltje anders. Met de hartelijke dank aan hoogteziekte én een kip tandori van ver boven de houdbaarheidsdatum.

Smoezelige gordijnen met bruine onherleidbare vlekken proberen de brandende zon buiten te houden. De kamer van hotel Hill Top omsluit een schemerige wereld waarin ik noodgedwongen de hoofd- en alle bijrollen speel. Titel van deze dramatische éénakter: ’Het laatste uur’. In de verte hoor ik „Good enjoy sir?” Nog geen vijf minuten geleden viel het loodzware katoenen dekbed me nog aan als een wild bloeddorstig dier. Door mijn oogwimpers zie ik aan het eind van de tunnel het nachtkastje dat meer weg heeft van een medisch altaar waarop zes soorten medicijnen me aanstaren.

Diamox tegen hoogteziekte, Norit tegen de bedorven kip, paracetamol tegen de bonkende hoofd- en gewrichtspijnen, geleende slaappillen, imodium tegen diarree en ORS tegen uitdroging. Wat dit allemaal met skiën heeft te maken? Alles! Tenminste: als je kiest voor de kroon van India.

De ervaring leert inmiddels dat je met alpinist Ronald Naar altijd een beetje moet uitkijken voordat je ja zegt tegen één van zijn wilde plannen. Het is nooit eens: laten we op ski’s Zwitserse schapen gaan tellen en daarna ondeugend een glaasje bier drinken… Met aan fatalisme grenzende avontuurzucht is het de laatste jaren steeds vaker: „Daar heeft een oorlog gewoed, geweldig gebied om eens te bezoeken man. Slalommen langs de landmijnen. Here we come.” Nu is het dus op uitnodiging van het Indiase verkeersbureau Kashmir, het omstreden gebied tussen de atoommachten en aartsrivalen Pakistan en India. Kashmir. Het klinkt als fluweel waar de klassieke taal Sanskriet tot leven kwam en als je het fluistert, staat Kashmir voor zachte, gekeperde geweven stof waar de PC Hooftstraat vol mee hangt. De keiharde historie van het gebied rekent echter af met eenzijdige lieflijkheid. Kashmir viel na het vertrek van de koloniale Brit, die het vooral als koele zomerplaats gebruikte, in 1947 ten grabbel van islamitisch Pakistan en hindoeïstisch India. Je hebt nu dus twee Kashmirs: Azas Kasjmir, Gilgitin en Skardu aan de Pakistaanse kant en de Srinigar-vallei en Ladakh aan de Indiase kant.

 

Foto Skilift4
Buitengewoon positief: het vredesteken maken in een gebied dat zwanger is van een bloederig oorlogsverleden.

Met Ronald Naar moet je
uitkijken voordat je
ja zegt tegen één van
zijn 
wilde plannen.
Het is nooit eens:
laten we op ski’s
Zwitserse schapen gaan tellen
en daarna ondeugend
een glaasje bier drinken…

 

In Srinigar, de hoofdstad van Kashmir, waar 250.000 militairen alle hoeken en gaten vullen, uit angst dat de moslimguerrilla’s toeslaan, laat de 52-jarige Sikander Malik bij onze aankomst zijn kapot geschoten onderbeen zien. „In 1994 gebeurd. De Indiase overheid zag velen van ons aan als militanten. Gelukkig is het momenteel rustig en zijn de gevechten alleen nog in de bergen. U zult geen last hebben tijdens het skiën”, belooft de man.

Vliegend van Amsterdam naar Milaan, door naar New Delhi en dan aansluitend naar het witte Srinigar, tenminste: dat was de bedoeling. Na ruim een uur zijn we boven de plaats van bestemming, maar we worden in de wacht gezet en cirkelen zo bijna een uur boven onze bestemming. Twee uur later zitten we weer in Delhi. Morgen nieuwe kansen. „Kashmir is afgesloten van de wereld”, meldt het CNN-geweten.

De volgende dag sleep ik mijn gehuurde skiset weer naar het vliegveld. De brandnieuwe ski’s en superstijve schoenen, die met veel aandacht zijn uitgezocht bij het Amersfoortse Wim Jaquet All Sports, zijn in Amsterdam achtergebleven nadat Naar ze had afgekeurd. „Prima spul, maar je hebt comfortabele schoenen met loopreliëf nodig en loopbindingen. Als je niet tot je ballen in de sneeuw wilt wegzakken, zijn iets bredere ski’s nodig. In India zijn geen skipistes zoals in de Alpen, elke meter ski je off piste.”

 

Foto Skilift1
Woonbootjes als skihotels aan de voet van de witte bergen.

Srinigar airport is open! Het weer is schitterend als we onderdak zoeken in een exemplarische woonboot, die hier in Lake Dal rij aan rij liggen en de meest meeslepende namen als Hollywood, Little Hollywood en Broadway dragen. Langzaam dienen de eerste hoofdpijn en gewrichtspijnen zich aan. De verhalen van drie Ieren, die ook een plek hebben veroverd in ons drijvende handgemaakte hotel, voorspellen veel goeds. Bij de houtkachel zegt Niall Oliver: „De sneeuw is geweldig. Tot aan je middel komt het”, om daar met Iers

Foto Skilift7
Alsof je in Venetië bent. Gondels voor je skihotelletje.

gevoel voor drama aan toe te voegen: „Daarboven heerst de ultieme vrijheid. We hebben nog nooit zo lekker geskied.” Ondertussen heerst vooral de ultieme lichamelijke ellende, omdat we geen moment voor de broodnodige acclimatisatie hebben ingebouwd. Mijn bloed lijkt zich als stroop door de aderen  heen te pompen, maar ik ben niet de enige die lijdt. „Het is alsof een olifant op mijn hoofd heeft gescheten”, aldus Naar de volgende ochtend.

 

De weg naar boven, naar Gulmarg, het wintersportplaatsje dat op 2900 meter hoogte ligt, lijkt onveranderd ver weg. Karren met een paard ervoor, mannen in grauwe poncho’s, maar met een lichtgevende lach. Weinig vrouwen. Het leven is hard hier in de bergen. Veel drinken, doceert Naar. „Dat helpt op hoogte. Iedere duizend meter een liter extra.”

Foto Skilift6

We hebben geluk. Vandaag is voor het eerst sinds weken de tweede lift naar de top ook open. Voor de goede orde: India en zijn skiverleden gaan terug naar 1902 toen de eerste skiclub werd opgericht. Pas in 1975 werd de eerste sleeplift aangelegd. Om internationaal toerisme aan te trekken begonnen de Indiërs in 1986 aan een nieuwe variant om die in 1989 uit te breiden met een heuse Poma-gondellift van Franse makelij. De bouw werd in 1990 gestaakt wegens grote onlusten in de grillige grensstreek. De bergen werden broeinesten van verzet en strijd. Pas in 1998 werd de lift afgebouwd en in 2004 bereikte de tweede etappe naar 4000 meter zijn eindpunt, het hoogste punt ter wereld, zo melden de borden hier trots.

 

Foto Skilift8
Het restaurant komt nog niet echt in aanmerking voor een Michelin-ster.

In hotel Hill Top kleden we ons om en gaan snel wat eten. De vloer van de ruimte die als restaurant doorgaat, is bezaaid met verdroogde rijstkorrels en vettige vegen. Nog even doorzetten. Straks, daar boven op de berg, zal alles beter worden. Aangekomen bij de skilift proberen we bij een gat in het gordijn tickets te kopen voor twee euro per rit naar boven. „Ja u kunt ook met een creditcard betalen”, zegt een onzichtbare man. „Maar de machine doet het vandaag niet. En gisteren ook niet.” In moordend traag tempo schokt de gondel naar boven. De deur staat open omdat de snowboards van onze Duitse cabinegenoten volledige sluiting onmogelijk maken. Gevolg: een ijzige wind draait als een cycloop rond in de gondel wat de feestvreugde alleen maar verder neerslaat. Het blijkt de moeite waard. Bij het topstation ligt een witte maagdelijke wereld aan onze ski’s. Ik glijd mijn eerste meters en voel hoe de ski’s nerveus hun weg zoeken onder de sneeuw. Mocht er nog sprake zijn van enig zelfvertrouwen op de lange latten, de restanten zijn gisteren ergens op een woonboot achtergebleven. Ik voel me een broze, verdroogde tak die ieder moment kan breken en ga natuurlijk ongenadig onderuit. De sneeuw bijt zich als een roofdier vast in mijn nek. Ronald Naar wacht en komt tot de conclusie dat ik lijd aan hoogteziekte. „Je gezicht is ook wat boller”, zegt de berggoeroe. „Heb je verdomme wel genoeg gedronken?”


Ik voel me een broze verdroogde tak
die ieder moment kan breken en ga
natuurlijk ongenadig onderuit.
De sneeuw bijt zich als een
roofdier in mijn nek

 

Foto Skilift2
Ook de marktkoopman blijft het ondanks de bijtende kou vrolijk inzien.

Om van het gezeik af te zijn, knik ik en klauter overeind om honderd meter dieper weer op mijn plaat te gaan. Eén ski schiet uit. Reis je vier dagen om in deze ellende terecht te komen. Het is ondertussen mistig geworden als ik de verloren ski probeer terug te vinden. Mijn hart bonkt met 170 slagen per minuut in m’n lijf. Het zal mijn eerste en laatste afdaling deze reis worden. „Good enjoy”, vraagt een vriendelijke Kashmiri als ik eenmaal door het dorp sjok. Wat zijn deze mensen lief! Wat zijn ze meelevend! En wat voel ik me ziek. Shakeel Ahmad legt een hand op mijn schouder en vraagt of ik thee wil. Ik zeg dat ik dood wil. Hij lacht en loopt mee naar het hotel waar ik onder een lekkend plafond twee dagen voor pampus zal liggen. Als hij de deur achter zich sluit, gooit hij met een typische Indiase hoofdbeweging, die het midden houdt tussen ja en nee, een wijsheid de kamer binnen. „Sir, het is niet het doel waar het om gaat, het gaat om de reis er naartoe.”


Met dank aan: Wim Jaquet Sports, Lange straat 111-115, Amersfoort. Website: www.wimjaquetsports.nl

 

Door: Rob Hammink
Foto’s: Rob Hammink
Bron: Telegraaf

 

Stil, stiller, stilst

Totale rust …

Foto haasnoot Australie13

AUSTRALIË, het grootste eiland ter wereld

Foto haasnoot Australie3

Betoota piepklein gehucht in ’Down Under’
Rob Hammink besloot, nadat hij vijf bekeuringen binnen twee uur ’scoorde’, ons land te verlaten. Hij reisde af naar Australië waar slechts 20 miljoen mensen wonen. In dit enorme land, met de afmeting van Europa, vond hij na veel spannende omzwervingen uiteindelijk het kleinste gehucht: Betoota.

WEG VAN VERKEERSBORDEN, files, te duur schepijs, te dure euro, flipperkasten waarin buitenaardse wezens elkaar afschieten met laserlicht en een exploderende stad. Rob Hammink besloot, nadat hij vijf bekeuringen binnen twee uur ’scoorde’, ons land te verlaten. Hij reisde af naar Australië waar slechts 20 miljoen mensen wonen. In dit enorme land, met de afmeting van Europa, vond hij na veel spannende omzwervingen uiteindelijk het kleinste gehucht: Betoota.
ONZE VERSLAGGEVER ZOCHT EN VOND HET KLEINSTE GEHUCHT VAN ’T IMMENSE AUSTRALIË

Op de kop af 400 jaar onderhoudt Nederland warme banden met Australië. 2006 staat in het teken van dit heuglijke feit. Om de vriendschap nog eens extra te onderstrepen, maar vooral om voor even verlost te zijn van files en te dure euro’s, ging Rob Hammink Down Under op zoek naar het kleinste gehucht op het grootste eiland ter wereld. Een fascinerend reisverslag in het teken van de complete stilte.

De horizon is ook vandaag in dit spookachtig droge land niet in te halen. Het rode zand komt bij iedere stap als een mini-atoombom even los van het miljarden jaren oude land om vervolgens weer te gaan liggen. Stap na stap, kilometer na kilometer. Doodvermoeiend, zeker als je constant moet opletten of er geen gifslang zoals een King Brown of Taipan je pad kruist.

De grote zoektocht naar rust, ruimte en regelmaat. We wilden per se het kleinste en rustigste plaatsje op deze planeet vinden. Wat bezinning, ook wel vlucht genoemd, als uitgangspunt had, werd natuurlijk weer een dwangmatig doel op zichzelf. Uiteindelijk leggen we 6000 kilometer af in tien dagen.

„Dan moet je in ieder geval Down Under”, wist reisorakel Joan Winkel in de vriendenkring toen ik weer eens klaagde over het nieuwe Politie Convenant waarin bromsnor wordt opgeroepen om in de vaart der volkeren en met een scherp oog op de staatskas bekeuring na bekeuring uit te schrijven.

„En dan het liefst naar de Outback, want dat is echt de puurste plek op aarde. Je hebt daar plaatsjes waar maar tien mensen wonen.” Vervolgens jongleerde Joan weer eens ongevraagd met zijn onnavolgbare kennis die hij volgens ons al jaren gewetenloos steelt uit de Lonely Planet. Hoe Australië een geologisch wonder is, het kleinste continent, maar het grootste eiland ter wereld (formaat Europa), 65 miljoen jaar geleden afbrak van het supercontinent Gondwanaland en zo een tergend langzame tocht naar de zuidelijke Indische Oceaan inzette. Hoe er maar 20 miljoen mensen wonen en dat deze mensen allemaal afstammen van gedetineerde Britten, eind 19e eeuw. Dat laatste klopt overigens niet helemaal.

De Outback van Australië won het van de binnenlanden van Borneo, van Noord-Siberië en van Zuid-Amerikaanse uithoeken.

Rustig blijkt op deze plek een understatement. En toch hangen hier de verhalen over bushbranden, verzengende droogtes en woeste overstromingen in de lucht. Verder geen enkel geluid.

Foto haasnoot Australie12

We vlogen op Adelaide en verlieten de ’Kerkenstad’ nu een eeuwigheid geleden om in de staat South Australia (SA) het koersje Noord te volgen, richting Flinders Ranges. Dit rotsgebied, met diepe kloven en grillige eucalyptusbomen, ook wel Gum-trees, vormt ongetwijfeld het mooiste nationale park van Australië. Wat op de kaart op de steenworp Staphorst-Ede leek, blijkt een reis van uren. We lieten de gigantische road trains, driedubbeldekker-achtige vrachtwagens, voorbijgaan. De reddende engel in dit eenzame avontuur kwam in de vorm van de 50-jarige Glen Henderson met zijn vierwielaangedreven vehikel, gezegend met ontelbare paardenkrachten onder de motorkap. Glen treedt op als gids voor de reisorganisatie Banksia en was zo welwillend zijn bijrijdersstoel aan te bieden. Glen is een typische Aussie, een soort relaxte Brit dus. Bovendien met een creatieve geest als je zin in een biertje hebt, maar het calvinisme om 12.00 uur dwarszit. „Mate. In Australia it’s always ’beer o’clock’. So no worries.” We vertellen over ons doel, over de zoektocht naar de totale isolatie. Glen lijkt het probleem te begrijpen en stelt een route dwars door de Flinders Ranges voor.

Onderweg komen we in Clare (het laatste plaatsje waar herkenbare beschaving is te vinden) de gepensioneerde Nederlander Peter Venhoek tegen. De bebaarde man heeft sinds 1970 niets meer met zijn vaderland en streek hier neer om zijn gezin een betere kwaliteit van leven te geven.

Nu promoot hij oude vrachtwagens waarop vakantiehuisjes zijn gebouwd als bewijs wat te veel afzondering met de menselijke geest doet.

We rijden twee dagen door een apocalyptisch landschap van drooggevallen rivieroevers. Rijden langs eenzame kerkhoven, omringd door brokken steen, die ooit huizen vormden. Glen wijst: „Dat was het plaatsje Gordon, dat lag aan de oude Ghan Railwayline. Gesticht in 1879, maar sinds 1952 opgelost nadat trucks het transport door het land overnamen. Mensen houden het hier vaak niet uit. Te zwaar leven.”

Uiteindelijk overziet Glen zijn beperkingen en vindt dat we beter het vliegtuig kunnen nemen voor onze zoektocht. Wilpina Air regelt voor toeristen een zogenaamde pubcrawl, weet hij. Van afgelegen kroeg naar afgelegen kroeg met een kleine sportkist. Glen verdient met dit idee minimaal een Nobelprijs. De Toyota werd een Cessna en chauffeur Glen werd Andrew de vliegenier. Terwijl de koele mist nog tussen de bergen hangt, worden we in de vroege ochtend afgeleverd bij een minivliegveld met een minihangar en een minilandingsbaan van aangestampte aarde. Andrew loopt al druk heen en weer. Hij is er helemaal klaar voor en neemt zijn taak uiterst serieus. De verontschuldiging dat er geen stewardess in de vierzitter meegaat, blijkt geen grapje.


Andrew begint langzaam te twijfelen
aan de geestelijke vermogens van zijn enige passagier
als deze hem dé moeder aller plekken voorhoudt: Betoota.
„Je bent daar echt van alles en iedereen afgesneden’’,
zegt hij hoofdschuddend

We zullen via het opaalstadje Andamooka naar het godverlaten William Creek vliegen om van daaruit koers te zetten richting Birdsville, dat net over de grens van Queensland ligt.

Foto haasnoot Australie7
Lake Torres, een 217 kilometer lang opgedroogd zoutmeer. Hier en daar weerspiegelt de zon in een vlek regenwater. Een majestueus gezicht.

Na de platformchecks en het taxiën meldt Andrew zich via de radio keurig bij de toren die er niet is. Geen antwoord terug. Vol gas en zo pruttelen we richting 1500 meter hoogte. Lake Torres over, een 217 kilometer lang opgedroogd zoutmeer. Hier en daar een vlek regenwater waarin de doorbrekende zon reflecteert. Een majestueus gezicht. Op deze hoogte wordt pas echt duidelijk hoe uitgestrekt dit land eigenlijk is. Je kunt hier uren vliegen zonder een gebouw op de grond te zien. „Het gevaar van de Outback is dat mensen niet goed voorbereid op pad gaan. Ze nemen te vaak te weinig water mee. Laat altijd weten als je op pad gaat en regel een satelliettelefoon. Verleden jaar is er nog een Amerikaan overleden omdat zijn auto vastzat. Hij is gaan lopen. Nooit doen! Blijf in je auto. Achteraf bleek dat ze de auto na twee dagen hebben gevonden; er zat genoeg benzine in om de airco al die tijd te laten draaien. De man is nooit gevonden.”

Maar wat doen wij als, noem iets lulligs, een postduif wordt samengeprakt in de luchtinlaat? In Europa maak je dan een noodlanding in de achtertuin van boer Biet, die vervolgens een kopje koffie serveert. „Hier maken we ook een noodlanding. Daarna gaan we bidden.”


Wat doen we als een postduif wordt samengeprakt
in de luchtinlaat? In Europa maak je dan
een noodlanding 
in de achtertuin
van boer Biet. 
’Hier maken we ook
een noodlanding. Daarna gaan we bidden’

In de rode vlakte doemen na een uur vliegen opeens landpuisten, een soort kraters op alsof een overactieve mol hier zich heeft uitgeleefd. We zijn er. Peter Taubers (55) maakt zijn opwachting bij de piepkleine landingsbaan. Met grote trots rijdt hij naar zijn opaalmijn net buiten het plaatsje met 200 inwoners. Ondertussen legt hij uit dat al het water per tankwagen wordt aangevoerd en er slechts één politieagent met de naam ’Digger’ in het dorp woont en werkt. Geen blaastesten en ook geen snelheidscontroles. „Gewoon een aardige vent.”

De graafmachines verstoren ieder normaal gesprek, maar in het kort komt het erop neer dat opaal voor een goede boterham zorgt, als je het vindt. Wijzend op de nagel van zijn duim: „Zo’n stukje kan 50.000 Aus$ waard zijn. Delven blijkt niet het grote probleem, het spul zit vrij hoog aan de oppervlakte in tegenstelling tot het in deze streken gevonden uranium, goud en zilver. „Maar het is zeer gevoelig voor economische ontwikkelingen. Diamant wordt bijvoorbeeld ook gebruikt voor industriële doeleinden, maar opaal is alleen maar geschikt voor sieraden.” Nog even langs wat huizen die hier ondergronds zijn gebouwd en dan verder. Andamooka is toch een tikkie te druk en die politieman zit me ook niet lekker.

Foto haasnoot Australie6
Hoe desolaat het buiten ook is, de pubs hebben sfeer.

Anderhalf uur later landen we in William Creek. Er is volgens de Australische wetmatigheid natuurlijk een pub en om die pub staan her en der wat huisjes waarin totaal dertien mensen onderdak vinden. Dit begint er een beetje op te lijken. De kroeg is zoals een kroeg moet zijn: beetje bedompt met hier en daar wat hangende mensen die allemaal weten hoe een betere wereld eruit moet zien en geloven in het medische wonder dat je een kater met veel bier wegspoelt. Maak nooit de fout om bier te bestellen dat in een andere staat wordt gebrouwen. Verder relaxte sfeer, maar het barst hier van de vliegen. De moordneigingopwekkende insecten zoeken vocht en hebben het dus vooral gemunt op de mond ogen en

Foto haasnoot Australie10

zweetplekken.„Nu valt het wel mee”, zegt de bebaarde kroegbaas  John Sheedy.   „In de zomer is het helemaal een ramp. Dan zie je mensen vaak niet eens meer omdat ze een klomp vliegen zijn. Probeer de noordpool”, geeft de man mee als we ons landingsgeld aan de bar betalen.

Foto haasnoot Australie11

Het maanachtige landschap onder ons verandert weinig. Het blijft fascinerend, zeker als je beseft hoe hier de Aboriginals duizenden jaren hebben overleefd. Hoe sterk moet je dan zijn?

De Birdsville heeft een echte landingsbaan van asfalt. Jammer. Birdsville blijkt bovendien op een belangrijk kruispunt in deze desolate Simpson desert te liggen.vlucht naar Birdsville duurt zeker twee uur.

Door: Rob Hammink
Foto’s: Rob Hammink
Bron: Telegraaf

Bedwelmend Bariloche

 

Het Zwitserland van Zuid-Amerika

 

Foto Patagonie1
Het ’mooiste uitzicht ter wereld’ waar ook onze koninklijke familie van kan genieten, vind je in het Argentijnse Bariloche.


BARILOCHE (Argentinië) –
Het was mediagigant Ted Turner, oprichter van CNN, die hier als eerste buitenlandse bon vivant uitpakte in 1996. De Amerikaan kocht een landgoed van een slordige 45.000 hectare (op een hectare meer of minder wordt hier niet gekeken) net buiten Villa La Angostura.

 

 

De Amerikaan zag het wel zitten: frisse lucht, een beetje Europese sfeer, skipistes op een steenworp afstand en dikke sappige lappen rundvlees. Daarna was het hek van de dam. De Britse miljonair Joseph Lewis en velen volgden. In 2009 kochten prins Willem-Alexander en zijn Máxima slechts twee hectaren aan een meer in Villa La Angostura. Volgens de laatste lokale berichten volgde koningin Beatrix met een lapje grond. Niet onverstandig. Volgens het toonaangevende tijdschrift National Geographic behoort het uitzicht vanaf deze pistes tot de mooiste ter wereld. In de straten van Villa La Angostura flaneren beroemdheden als Brad Pitt en ander Hollywood-gepeupel.

 

Het uitzicht behoort

tot het mooiste

ter wereld

 

Foto Patagonie2
Arianne Helleman

Arianne Helleman woont er al bijna zeven jaar. De Nederlandse werd 48 jaar geleden geboren in Argentinië, in Buenos Aires om precies te zijn. Nu is ze weer terug bij haar roots en gelukkiger dan ooit, alhoewel ze te midden van alle rijkdom in alle eenvoud leeft met een paar paarden. „Nadat de rijke Argentijnen die hier in de jaren twintig neerstreken en de nazi’s die na de oorlog, met goedkeuring van president Perón, hier hun heil zochten, is het nu de beurt aan een nieuwe groep rijken.” Ze stelt het op een toon die het midden houdt tussen spijt en blijdschap. „Natuurlijk is het hier hemel op aarde, een soort paradijs, maar de werkelijke reden dat de echt rijke mensen hiernaartoe komen is volgens mij angst.”

Ze spreekt gedreven in het vijfsterrenhotel Llao Llao waar deze krant door Volkswagen was neergezet om de introductie van de nieuwe pickup, de Amarok, bij te wonen. Helleman: „Aan de voet van de berg Cerro Bayo liggen zeven enorme meren. Dat zijn gigantische zoetwaterbekkens.

Nu wereldwijd de angst rondom verdwijnend drinkwater en een stijgende zeespiegel groeit, zie je steeds meer miljonairs hier hun veiligheid kopen voor je weet maar nooit… Hoog, droog en een natuur die genoeg eten en drinken verschaft.”

 

Foto Patagonie3
Duitse studente Isabelle Ommert op de achterbak van de nieuwe VW-pick-up Amarok: „Je kunt hier, in het ’Zwitserland van Zuid-Amerika’ (zie foto rechts), prima alleen rondreizen.”

Het is een beangstigende theorie die zijn gelijk de komende eeuw moet krijgen. Hoe schitterend dit hotel ook is, Helleman wil naar buiten. Ze wil de natuur in. De route slingert langs de oever van het Nahuel Huapi-meer. Trouw ronkt de Duitse vierwieler door eindeloze bossen en over uitgestrekte pampa’s waar de wind achter zichzelf aanjaagt. Langs de kant van de weg staat opeens een liftster met buitenproportionele rugzak. Isabelle Ommert (23) is onderweg naar een bruiloft in Chili en bovendien zelf ook onbeschrijfelijk verliefd op een Argentijnse cowboy. De Duitse studente medicijnen ziet het wel zitten: een landleven, verstoken van grote steden en gedoe. De liefde zal haar voeden… „Het is prima om hier alleen rond te reizen”, weet ze. „Hartstikke veilig. Ja het is mooi hier, maar het is nóg mooier aan de andere kant.” Daarmee bedoelt ze een streek net over de grens met Chili, dat hier op een steenworp afstand ligt. „Het is er minder toeristisch en groener.” Helleman geeft toe: „Bariloche is de laatste jaren té toeristisch geworden.” De hoofdstraat van de plaats puilt uit van de hamburgertenten, uithangborden en supermarkten. Hotels, opgetrokken uit massief hout dragen dubieuze namen als Gstaad. Niet verwonderlijk dat deze streek het Zwitserland van Zuid-Amerika wordt genoemd. „Het is hier nu een wintersportplek voor de Argentijnse en Braziliaanse middenklasse geworden. De echt rijken zitten nu vooral in Villa La Angostura dat een uur rijden van hier ligt.” Helleman wijst tot voorbij de horizon. „Maar dat wil je allemaal niet. Je wilt het echte achterland voelen. Geen elektriciteit en een barbecue als kookplaats.”

 

Foto Patagonie6Nog voordat we ’nee’ kunnen zeggen, heeft ze een korte trip naar de lodge van Alejandro Scandroglio geregeld. Na een halfuur rijden valt het signaal in de mobiele telefoon weg. Bij een snelstromende rivier wacht de gaucho met juiste hoed en juiste shawltje om zijn tengere nek. De proviand en onze bagage wordt naar de overkant gebracht, naar een wereld die er al eeuwen hetzelfde uitziet. Paarden grazen in een eindeloze vlakte. Witte wolken hangen bewegingloos in een blauwe lucht. Het ruisen van de bladeren overwint alle geluid. Uit een oude schuur worden zadels gehaald. „Ritje voordat we gaan barbecuen?” De grijns van Alejandro spreekt boekdelen. We rijden de heuvels op en de stofwolken lossen op als we het hoogste punt bereiken. Arianne Helleman is stil voor haar doen. Er is inderdaad weinig te melden. Dit eindeloze uitzicht, waarin meren en besneeuwde bergtoppen van de Andes de protagonisten zijn, is niet alleen weggelegd voor de Italiaanse gebroeders Bennetton, die hier 970.000 hectare kochten (een kwart van Nederland). Het is ook niet voor adellijke elite, noch voor filmsterren. Dit paradijs is voor iedereen. Nog wel.

 

Bent u wel eens in dit gebied geweest en/of wilt u reageren op dit verhaal? Ga dan naar www.reiskrant.nl/verrereizen

 

Foto Patagonie5

Reiswijzer
Direct vliegen vanuit Amsterdam is niet mogelijk, alles gaat via Buenos Aires, dan wel met KLM, of aanbieders als Air France, Alitalia, Lufthansa of Iberia. Het kan nogal in prijs verschillen, dus check het internet op alle aanbieders en aanbiedingen. Zie verder voor meer informatie over land en bestemming ook www.mfa.nl, www.turismo.gov.ar, www.visitargentina.eu of www.welcomeargentina.com/bariloche, www.arianepatagonia.com.ar

 

 

 

 

 

Door: Rob Hammink
Bron: Telegraaf

 

Zware kick

Prijswinnaar Richard Morren geniet in Peking, maar mag niet bungeejumpen

 

Foto Zware Kick3
Richard Morren met zijn grootste kick: zijn vrouw Iris Gerritsen.

HIJ IS EEN man met een missie. Of liever: een man met een prijs op zak. Nog beter: een man met een gratis levensuitdaging. De 30-jarige Richard Morren is hoogstwaarschijnlijk de enige Nederlander die afgelopen week in het olympische Peking zijn eigen sportieve prestatie wilde neerzetten. Dan vergeten we voor ’t gemak alle bierrecords die door landgenoten in het Holland Heineken House werden gebroken. Morren zou vooral zijn eigen kicks gaan beleven en grenzen verleggen. Tenminste, dat was de bedoeling…

 

PEKING, zaterdag
Op iedere verdieping van het Asia Hotel, in het chique centrum van deze 15 miljoen koppige wereldstad, staat een meisje in een onopvallend grijs mantelpakje met een blocnote in de aanslag. Zij houdt als een geest de bewegingen van de gasten nauwgezet bij. „Voor uw veiligheid”, is het excuus in gebrekkig Engels. Als Richard Morren in zijn badjas mijn kamer binnenkomt, turft ze zijn entree zonder expressie op haar gladde gelaat. De 104 kilo zware man uit Hoofddorp kan zich niet druk maken over deze dubieuze naweeën van de tot in het beenmerg gecontroleerde staat.

„Man, peanuts. Prachtig dat we hier zijn. Ik ben nog nooit buiten Europa geweest en dacht dat ik dit jaar niet verder zou komen dan een vakantiehuisje in de omgeving van Putten. Nu zitten we hier op een historisch moment.” Er verschijnt een grimas als die van de lachende boeddha. Duidelijk: we hebben te maken met een buitengewoonrelaxt exemplaar dat opgewekt door het leven stapt.

Er is echter één kort moment dat hij een frons trekt in zijn massieve sympathieke gelaat. „Dat bungeejumpen, die diepste sprong mogelijk in China, daar zie ik eigenlijk tegenop. Het schijnt dat ze je een half uur ondersteboven laten bungelen. Niet goed voor je bloeddruk. Ik ga ervoor als jij ook gaat.”

Peking is even het centrum van de wereld en Richard Morren en zijn vrouw Iris Gerritsen (27) staan er midden in, bij groot toeval. Richard werd, simpelweg met het invullen van een fustcode, winnaar van de Club BeerTender en daarmee winnaar van een droom. Nog steeds met die laconieke grimas: „Ik had al eens een badjas gewonnen en dat ding was reuze handig toen onze Dylan een half jaar geleden werd geboren. Moest regelmatig m’n bed uit. Je rekent daarna niet op de hoofdprijs. Opeens staan er op je werk Chinese dames met een reis naar de Olympische Spelen!” Inmiddels is Iris erbij gekomen en is ook genoteerd. De wenkbrauw van de notuliste trok even op, dat wel. Iris: „Deze reis, op dit moment, maak je maar eens in je leven. Ik sprak gisteren twee nichtjes die jaren hebben gespaard om hier nu te zijn. Ik voelde me bijna schuldig.”

Het programma is intensief, zeker als je vier keer moet overstappen in de nieuw aangelegde metro en je geen taxi’s kunt krijgen, terwijl je op tijd moet zijn voor de wedstrijden. Niet makkelijk in een stad ter grootte van 16.800 km2 en waar de gemiddelde taxichauffeur niet verder komt dan Oké en Yes om vervolgens twee uur de volstrekt verkeerde kant op te rijden.

Voordat Morren de ultieme sprong in de diepte van het Qing Long-ravijn zal maken, gaat onze driekoppige karavaan de eerste dagen langs een wedstrijd van dameshockey, judo, beachvolleybal en uiteindelijk naar het olympische Mekka: het Vogelnest waar alle atletiekwedstrijden plaatsvinden. Daar zat Morren op de bovenste tribune als Zeus zelf en zag dat het goed was. Nou ja zag. Ik zag niet zoveel, maar de grootte van het stadion, al die duizenden juichende mensen, dat was voor mij genoeg. Het grappigst vond ik de hockeywedstrijd Nederland-China. Dat heteaardappelcommentaar op de tribune was uniek. Ik had nog nooit gehoord dat de meiden moesten schuiven en punten moesten drukken. Ik dacht dat ze gewoon een doelpunt moesten maken. Judo was bijzonder omdat we een medaille haalden.”

 

Kippenvel

Iris, van huis uit psychologe, valt in: „De huldiging van Edith Bosch daarna in het Holland Heineken House was aangrijpend. Ik kreeg kippenvel van de heersende harmonie.” Morren geeft toe dat beachvolleyball de meeste indruk maakte. „Het was zonnig en de sfeer in het Oranjekamp was goed. Grappig hoe twee verdwaalde Chinezen bier voor al die Hollanders gingen halen en een Australiër zich broederlijk bij ons voegde, ondanks dat zijn land van ons verloor.”

Dan wordt het tijd voor de uitdagingen van Richard zelf. Hij heeft genoeg van het gehang op tribunes, genoeg van het geklooi met chopsticks. Tijd voor actie, tijd voor harde grensverlegging. We rijden vandaag bijna honderd kilometer naar het noorden, richting het Quing Long-ravijn, een natuurpark waar  zich ook het waterreservoir voor de hoofdstad bevindt. In deze sprookjesachtige omgeving, met authentieke, niet gerestaureerde delen van de Grote Muur, meandert de rivier de Blauwe Draak. We bestijgen duizenden treden voordat we eindelijk de hoogste bungeejumptoren van China zien.

Foto Zware Kick2
Met zijn 104 kilo schoon aan de haak werd Richard Morren te zwaar bevonden voor bungeejumpen.

Morren zweet, puft en vraagt zich hardop af waar hij aan begonnen is. Iris blijkt zijn grootste mentale coach. „Dit is de kans van je leven Rich.” Maar Rich twijfelt. Hij toetst mijn bereidheid en die is – eerlijk is eerlijk – tot het niveau walnoot verschrompeld. Uhhh, ik had vroeger een speelgoedautootje en daar liepen de banden altijd vanaf. Made in China stond op de onderkant. Ik heb het niet zo op Chinees rubber… Morren toont zijn kracht en mijn jeugdtrauma demotiveert niet. Terwijl we bij de kassa aankomen, haalt hij diep adem. Hij gaat ervoor! De caissière informeert voorzichtig naar zijn gewicht. „Solly, above hundeld kilo no jump. Govelment not allow.” In het kort: nu Peking in de schijnwerpers staat, wil de regering geen dode toeristen aan een gebroken elastiekje. Het is onduidelijk hoe Morren zich voelt. „Opgelucht, maar ook teleurgesteld. Ik ben hier voor m’n mannenkick. Hoe verkoop ik dit aan mijn vrienden thuis?”

Foto Zware Kick1
Lekker spelevaren op de Witte Rivier.

We zoeken een oplossing, maar de gids ziet niets zitten. Ik vuur wat ideeën af. Schieten? Ze reageert onderkoeld: „Het leger heeft alle kogels ingenomen tijdens de Spelen. Niet mogelijk.” Met een Ferrari over het Tiamenplein? „De regering heeft dat afgezet en buitenlanders mogen niet rijden hier.” Speerwerpen in het Vogelnest? „Zeker een grapje…” Parachutespringen dan? „Kan ook niet, wegens de Spelen. Nee, aerobatics vliegen ook niet.” Uiteindelijk volgt een waanzinnig mooie tocht door Huairou-county naar de afgelegen Witte Rivier (Bai He), waar goedwillende amateurs raftsensaties aanbieden. Gele boten, verkrijgbaar in de slechtere speelgoedwinkel, liggen op de kade. Alleen het leger oefent hier. We worden de rivier opgeduwd. De drie kilometers bieden twee zoetsappige stroomversnellingen en een natte onderbroek, dat was het zo ongeveer. Leuk, maar niet echt een mannenkick, laat staan een heldenprestatie waarmee je vrienden in de kroeg de mond snoert. Een oude jeep pikt ons op en scheurt terug over eindeloze modderpaden.

Foto Zware Kick5
Toch nog een echte mannenkick: scheuren in een oude jeep over modderpaden.

Now we are talking! Water spat aan alle kanten over ons heen en het is moeilijk overeind te blijven. Richard en Iris genieten en schreeuwen het uit. Dan begeeft de motor het en daalt de stilte en schemering over ons neer. De zon zakt onder de grillige kim en het is de vraag of we hier nog wegkomen vannacht. Ik zoek alvast een plek voor de nacht. „Als je zoekt, vind je het niet. Het onverwachte verrast”, zegt Iris. De Chinese wijsgeer Confusius zou onder de indruk zijn. Richard slaat zijn enorme arm liefdevol om haar heen. Hij heeft zijn grootste kick gevonden. Made in Holland.

 

 

Door: Rob Hammink
Foto’s: Telegraaf
Bron: Telegraaf

Belegerd, maar beloond

Na ’Zestigjarige Oorlog’ tegen ambtenaren krijgt 92-jarige jonker eindelijk rust

 

Foto Nispen1
Huub van Nispen van Sevenaer op zijn vervallen landgoed in het centrum van Zevenaar. Na een leven vol strijd, is er nu hoop: Monumentenzorg heeft subsidie toegezegd om gebouwen zoals het Polderhuis en de 17e-eeuwse koestallen op te knappen. „De gevechten om de boel bij elkaar te houden, hebben mijn levensvreugde wel aangetast.”

HIJ GING BIJNA strijdend ten onder. Toch gloort er voor de 92-jarige Huub van Nispen van Sevenaer hoop aan de rand van zijn getergde leven en aan de rand van zijn vervallen landgoed in het centrum van Zevenaar. Na jaren van oorlog en teleurstellingen is er nu zicht op subsidie en, nog veel belangrijker, zicht op erkenning. Het levensverhaal van de jonker is een roman waard. In zijn sprookjesachtige kasteelboerderij vertelt hij over zijn liefde voor auto’s, de ’Zestigjarige Oorlog’ met de gemeente en zijn eenzame strijd voor een beter milieu. „En dan, aan het einde van mijn leven, komt er eindelijk een beetje rust. Lees maar eens Genesis 2:15. Als we ons aan naastenliefde zouden houden, was deze planeet een paradijs.”

 

Kasteelheer Huub van Nispen van Sevenaer

vecht al hele leven tegen ‘boeven,

krakers, en ander rapaille’

 

ZEVENAAR, zaterdag
Als een schim uit het verleden ligt Huis Sevenaer verscholen in een bizar plukje bos. Imposante bomen staan als stille wachters opgelijnd langs de oprijlaan. Geluid van het nabijgelegen centrum van Zevenaar sterft aan de andere kant van de muur langzaam weg. Op deze vochtige plek heersen andere, vooral klassieke, krachten, hier woont de jonker Huub van Nispen.

Enige deceptie: de frêle man strijdt niet met een zwaard of hellebaard. Zijn beste wapen is al zestig jaar een versleten typemachine. Zo schreef en schrijft hij als eenzaam vechtende Galliër vele duizenden vellen papier naar de gemeente, die het op zijn landerijen had gemunt. In de vaart der volkeren moesten er huizen en industrieterreinen komen. De gemeente, de provincie, de ministeries: ze hadden een zware kluif aan de eenpersoonsoorlog. „Ik wilde op een gegeven moment zelfs de Koningin dagvaarden.” Maar de strijd lijkt nu gestreden, eindelijk.

Foto Nispen2
De stenen trap naar het bordes is volledig overgenomen door mos, varens, klimop en ander groen.

De stenen trap naar het bordes is volledig overgenomen door mos, varens, klimop en ander groen dat biologen ongetwijfeld tot orgastisch geluk opzweept. In de tuin ook een verroeste tractor en oude Peugeot met begroeide koplampen. De toren steekt mysterieus tegen de mistige lucht af. „Meneer Van Nispen komt er zo aan”, zegt Joyce van Katwijk (59) wanneer ze op een ruk aan de trekbel reageert. „Hij zit nog even te schrijven.”

De charmante vrouw, die zich in de jaren tachtig aansloot bij het gedachtegoed van haar kasteelheer, gaat voor naar de eenvoudige keuken, vroeger het boudoir, de pruilkamer waar dames zich konden terugtrekken. Tijden waarin de adel de lakens uitdeelde. Een kleine kachel verwarmt de hoge ruimte. Op tafel liggen brieven en krantenknipsels. In de vensterbanken gloren appels uit de eigen boomgaard. Er staat een emaillen emmer vol walnoten.

 Op beschaafde toon legt Joyce van Katwijk uit hoe het landgoed al decennia lang wordt getergd door boeven, ambtenaren, krakers en ander rapaille, dat misbruik maakt van de situatie. „In de jaren zeventig was er een zakenman die het op een akkoordje met een notaris had gegooid. Hij richtte met medeweten van meneer Van Nispen een BV op, waarin het landgoed werd opgenomen. Dat hij zonder overleg landerijen voor 1,1 miljoen gulden zou verkopen en een hypotheek van negen ton op Huis Sevenaer zou afsluiten, waren echter onverwachte misdrijven waarvoor we nog steeds moeten betalen. De bewuste man is tijdens een auto-ongeval overleden en de notaris is geschorst.” Haar gelaat is onbewogen als ze dit zegt.

 

’De gevechten en het verlies van geld

zijn van het huis af te lezen.

Alles is in de soep gelopen’

 

„Altijd maar werken. We hebben Kerstmis noch Pasen gekend. Luxe is een vreemd woord hier. De laatste tijd gaat het beter. We hebben nu eindelijk onze eigen winkel met onbespoten groenten, vruchten en brood van eigen tarwe. Elk weekeinde is het open. En de ’Stichting Behoud Landgoed Huis Sevenaer’ is deze maand een feit. Monumentenzorg heeft een goede subsidie toegezegd om de aanpalende gebouwen zoals het Polderhuis en de 17e-eeuwse koestallen op te knappen. Meneer Van Nispen is er blij mee, maar ziet het vooral als schadevergoeding voor alle ellende. Toch moet er nog veel geld bij om alles, ook het huis, te kunnen opknappen. De architect en aannemer zijn net weg.” Ze trekt een overall aan. De koeien moeten worden gevoederd.

De edelman in een tweedjasje dat ooit paste, is onderwijl binnengekomen. Kleine man met slagen in het zilvergrijze haar. Zijn pientere ogen priemen boven het leesbrilletje uit. Als Huub van Nispen van Sevenaer praat, dwingen zijn goed doordachte zinnen respect af, een kwaliteit die je zelden meer tegenkomt. Alleen de hoestaanvallen doorbreken de monologen. Hij heeft zojuist een brief aan het gemeentebestuur getypt. „Men had gesuggereerd dat we eigenlijk helemaal niet zo ecologisch zijn en dat er hier lege olievaten liggen. Onzin. We zijn eindelijk op de goede weg met het zittende gemeentebestuur, maar het venijn druppelt nog na, zullen we maar zeggen.”


Epistel

Hij laat zijn epistel lezen. En passant maakt de brief met indrukwekkend familiewapen melding van de klok in de Andreaskerk. „Dat ding moet eens onder handen worden genomen. Hij krijst, vooral bij warm weer.” Boer tegen wil en dank. „Ach, zo gaat dat. Het leven gaat zoals het moet gaan. Ik had iets met auto’s, prachtige dingen. Dat wil zeggen: tot de jaren dertig, daarna werd het al snel elektronische rommel. Je moet zelf aan zo’n vierwieler kunnen werken. Na de hbs-B wilde ik eigenlijk wel bij de importeur van Delahaye werken, een inmiddels verdwenen automerk.”

Maar het lot wilde anders toen zijn vader, burgermeester in Laren, op een dag in 1947 zei: ’Ga jij maar naar oom Louis. Hij heeft geen kinderen, wordt oud en heeft hulp nodig op zijn kasteelboerderij’. De oorlog had inmiddels diepe sporen achtergelaten in het kasteel en in de ziel van de jonge Van Nispen, verdreven uit Laren en opgepakt als verzetsstrijder.

Jonker Huub ging echter met naoorlogs optimisme aan de slag op het 110 hectare grote landgoed, meer een gemengd boerenbedrijf. „In die tijd hadden mensen nog plichten en weinig rechten. Ik had biologie in het schoolpakket, dus waarom niet aan de slag als boer? Koeien en werkpaarden waren door de moffen ingepikt. Gelukkig kon ik met veel pijn en moeite, met geleend geld van mijn moeder, een tractor voor het zware en een Jeep voor het lichtere werk kopen. In korte tijd maakten we goede winsten en was Huis Sevenaer het eerste gemechaniseerde boerenbedrijf van Nederland.” De schulden en erfgenamen waren afbetaald. „Belangrijk, want ik wilde de boel bij elkaar houden.”

Van Nispen kwam al snel op een wetenschappelijk en emotioneel kruispunt terecht. Hij was zijn tijd vooruit, niet altijd handig in dit leven waarin iedereen maar begrepen wil worden. „Het geld, wat voor mij slechts een ruilmiddel is, was prima, edoch vertrouwde ik al die gifstoffen niet en ik stopte met kunstmest. De klassieke kruidenflora moest terug. Niet te verwarren met de biologische teelt van tegenwoordig.”

Met veel aandacht formuleert hij dat ene zinnetje dat vandaag meerdere malen de revue passeert: landbouw integreren in seminatuurlijk milieu. „Een handeling geheel in lijn met Genesis 2:15. Dat zoekt u thuis maar eens op. Ik heb de kerk al vroeg de rug toegekeerd, maar de geschriften zijn uitstekende levenslessen.”

’De natuur kan zich niet verdedigen,

zeker niet tegen winstbejag’


Keerpunt

 „Het emotionele keerpunt? Dat was Wanda, de hond die ik hier te verzorgen kreeg. Dieren en mensen hebben een band, wellicht een betere dan mensen onderling. Iedere keer als ik naar het beestje keek, voelde ik mijn verantwoordelijkheid voor een betere natuur groeien. De natuur kan zichzelf namelijk niet verdedigen en zeker niet tegen winstbejag.”

Wat ook groeide, was de Zevenaarse bevolking en de honger naar woningen en industrie. De druk op Van Nispen, die zo’n centrale plek in de stad innam, werd steeds groter. Hij moest en zou delen van zijn gronden afstaan voor het algemene belang. Bovendien had de buurman, sigarettenproducent Turmac, zijn zinnen op uitbreiding gezet. „Met lede ogen zag ik aan hoe kankerverwekkers voorrang boven een natuurlijk geweten kregen.”

Het lange verhaal neemt een lange tijd in beslag. „Uiteindelijk kwam minister Hans Gruijters met een compromis. Hij belde in 1974, een dag voor kerst, op. Lieden van de gemeente en ik moesten zonder adviseurs of advocaten naar Den Haag komen. Ik zou vele hectaren opgeven, maar daarvoor andere gronden  voor mijn klassieke landbouwtechnieken retour krijgen. Die afspraken zijn niet nagekomen.” Het landgoed werd gaandeweg gedecimeerd tot de huidige 50 hectare.

 

Tegenrapporten

 In eerste instantie waren de juridische gevechten nog wel te betalen. „Toen er echter tegenrapporten van planologen en stedenbouwkundigen moesten worden betaald, ging het fout. Dan blijkt zo’n overheid toch over een grote portemonnee te beschikken.” Met zichtbare pijn wijst hij op de dikke muur: „Die mogen dan een meter dik zijn, maar de stopverf valt uit de ramen en het dak is slecht omdat spijkers van de daklatten roesten. De gevechten en het verlies van geld zijn van het huis af te lezen. Alles is in de soep gelopen.”

Bent u een verbitterd mens? „Nee, maar de gevechten om de boel bij elkaar te houden, hebben mijn levensvreugde wel aangetast.” En wat gebeurt er als jonkheer Van Nispen op een dag de geest geeft? „Dan neemt de stichting de boel over. Ik wens geen verdere versplintering van het landgoed.”

Foto Nispen3
Bieten, uien, pompoenen, noten en aardappelen. Met biologische landbouwproducten probeert de kasteelheer extra inkomsten te vergaren.

Een rondgang over het terrein maakt pijnlijk duidelijk wat de eeuwen met gebouwen – hoe sterk ook – kunnen doen. Je hoeft geen aannemer te zijn om te zien dat het toegezegde geld van het restauratiefonds véél te weinig is. Mevrouw Van Katwijk zegt bij een houten krat vol met bieten: „We hopen op andere steun zoals legaten misschien of andere bronnen.”

In de keuken staart Huub van Nispen van Sevenaer door de beslagen ramen naar buiten. Een kleine man met grote dromen, die met de opkomst van biologische landbouw eindelijk het gelijk aan zijn kant kreeg. Hoe nu verder? „Misschien moeten mensen met het juiste hart voor een betere natuur, of mensen met het juiste hart voor architectuur doneren. Ik heb weinig te bieden. Ze kunnen een zak met aardappelen krijgen, maar wel zeer goed smakende aardappelen.”

In het donker rijden we het landgoed af, de harde wereld in. Thuis biedt de Bijbel een antwoord op de vele vragen. Genesis 2:15. Nu nam de Eeuwige God de mens en plaatste hem in de hof Eden, om die te bebouwen en om die te bewaken.

 

 

Door: Rob Hammink
Foto’s: Matty van Wijnbergen
Bron: Telegraaf

 

 

Wedstrijd tegen de dood

Orange Babies vecht in Zuid-Afrika tegen onwetendheid

 

Foto Orange Babies1C
Zuid-Afrika danst en viert feest. Maar het tijdelijke centrum van de wereld kampt met miljoenen hiv-besmette mensen. De Nederlandse organisatie Orange Babies geeft voorlichting.

Een sfeer van trots, hoop en glorie rolt zich uit over het glooiende prachtige land. Zuid-Afrika is het magische middelpunt van de wereld en de verbroedering tussen wit en zwart is tijdens de maand WK met vijf jaar gegroeid. Heel even vergeten mensen hun lot in een natie waar volgens officiële cijfers 5,5 miljoen landgenoten hiv-positief zijn. De hoogste score ooit. Samen met de Nederlandse organisatie Stichting Orange Babies trokken we rond, over stoffige weggetjes, ver weg van voetbaleuforie. Ander Oranjenieuws van het zuidelijk halfrond. Een verhaal over een wedstrijd tegen de tovenaar, onwetendheid en de tijd die nog rest.

 

SOEKMEKAAR (Zuid-Afrika), zaterdag
Het irritante geluid van de Zuid-Afrikaanse trompetten, de vuvuzela’s, dringt niet door tot dit verlaten kruispunt in het noordelijke Mopani-district, 150 kilometer van de grensmet Zimbabwe. Het kleine meisje dat daar staat te wachten, weet niet dat onderbetaalde beveiligers van de voetbalstadions „Kill de Boer” scanderen en ook niet dat Bavaria in zijn guerrilla-marketingoorlog modellen als huursoldaten inzet.

Wat Maria hoort, is de ’koude’ winterwind en wat ze voelt onder haar versleten velours jas is haar slappe lijf. Het zesjarige kind staat met haar moeder al uren te wachten op een lift. Het doel is de medische kliniek Middlewater. Daar zoeken moeder en kind de waarheid. Waarom weegt Maria slechts veertien kilo? En waarom zijn haar slapen ingevallen en waarom moet ze steeds hoesten?


Maria (6) weegt slechts 14 kilo 
en
wacht al uren op lift 
naar kliniek

 

Foto Orange Babies4
Langs de kant van de weg onderzoekt dr. Remco Peters de Kleine Maria. De Bloedtest wijst even later uit dat het kwetsbare kind besmet is.

Onze twee auto’s lange karavaan stopt. Stof dwarrelt langzaam neer. De ene vierwieler is een gloednieuwe Hyundai, een gift waarmee de Middlewater-kliniek zal worden verrast. Uit het oude Toyota-busje stapt dr. Marco Peters. De 32-jarige Nederlandse arts, gepromoveerd op infectieziekten en bijna viroloog, gaat op z’n knieën en onderzoekt Maria ter plekke. De zorg is van zijn gezicht af te lezen. „Ongetwijfeld hiv-besmet, maar de bloedtest moet zekerheid bieden.” Daarna trekt de karavaan, twee mensen rijker, verder.

Zuid-Afrika. De ogen van de wereld zijn een maand lang gericht op dit landschappelijke sprookjesparadijs. Stadions zijn tot de nok toe gevuld met supporters, vaak uitgedost als milde strijders. Sport verbroedert. Marco Peters opereert al anderhalf jaar in de regio: „Je krijgt kippenvel als je ziet hoe dit land zijn apartheidproblemen in sneltreinvaart oplost, en zeker nu. Voetbal was voor zwart en rugby voor wit. Maar nu wil zwart met wit op de foto en wit met zwart. De extremen van dit land hebben meer dan ooit één doel: het WK.”

 

Schaduw

Inderdaad: de felle spots verlichten een tijdelijk moment, maar slaan nog steeds een donkere schaduw buiten de stadions. Je zou bijna vergeten dat Zuid-Afrika 5,5 miljoen geregistreerde hiv-patiënten heeft, de hoogste score op het continent, zowel absoluut als procentueel. Een op de vier inwoners lijdt aan de ziekte. Ruim 1000 per dag sterven eraan, terwijl er iedere dag 1600 nieuwe ziektegevallen bij komen. Een hulpverleenster zal later zeggen: „In de afgelegen gebieden is de wil om te leren en te veranderen er wel, maar daar dringt de informatie te langzaam door. In de steden is de informatie er wel, maar is de wil er niet. Jongeren willen ’vlees op vlees’ en gebruiken geen condooms. Ze stellen keihard: ’Laat me plezier hebben. Ik ga toch dood.’”

De poorten van Middlewater gaan open. Er heerst meer dan 65% werkeloosheid in Limpopo, de armste provincie van het land. Toch klinken trommels opgewekt en opzwepend. Allemaal Hollandaanhangers, zo lijkt het. Dansende vrouwen in oranje shirts bewegen soepel onder het uitstoten van oerklanken. Opvallend veel vrouwen. Een van hen legt uit. „Mannen zijn dood of zitten in de cel. Er is een overschot aan vrouwen.”

Foto Orange Babies2
Huisarts Marga Vintgens voor het Hollandse cadeau, de nieuwe auto. „Je kunt medicijnen en kennis hebben, maar het moet ook verplaatst worden.”

Een losse opmerking die hun hiv/ aidslot verklaart. Je hebt dus niet zo veel keuze en neemt genoegen met de status van maîtresse en wordt zo een schietschijf. De auto, zo belangrijk om de verschillende afgelegen projecten te bezoeken, wordt met groot ceremonieel overhandigd. Mike Belinfante van de Koreaanse automaker: „Hyundai is hoofdsponsor van het WK. Maar over een maand is de euforie voorbij. Je kunt medicijnen en kennis bieden, maar dat moet allemaal wel vervoerd kunnen worden. Anders heb je er nog niets aan. Om de auto te geven aan Orange Babies is een logische keuze. Het is een kleine organisatie en ze verzetten bergen met werk.”

Orange Babies. Strijdend tegen de dood. In de sfeer van het WK krijgt de naam iets dubbelzinnigs. Baba is een van de oprichters van de Nederlandse stichting. De lange Senegalees die via een studie in Parijs uiteindelijk in Amsterdam neerstreek, laat nu het wekenlang durende oranjefeest in de binnenlanden van Afrika met een onaflatende glimlach aan zich voorbijgaan. „Hoe zwaar het ook is, je kunt moeilijk gaan sippen. Wij proberen met geld en kennis onze steen aan het gevecht tegen hiv bij te dragen en de preventie van Moeder-Kind- Transmissie met de juiste informatie vorm te geven. Ik verloor mijn moeder op tweejarige leeftijd en ben opgevoed in tehuizen. Ik weet hoe het is om alleen verder te moeten. Dat gun je geen kind.”

De aftrap van Orange Babies? Daarvoor moet hij naar 2004. „Ik was op bezoek bij mijn 91-jarige vader, die bij vier vrouwen 21 eigen en honderd geadopteerde kinderen heeft. Een magere vrouw klopte aan. Hij zei me: ’Kijk jij eens naar haar. Ik denk dat ze wat moet eten.’ Dat ze met hiv besmet was, kwam niet in hem op. Aids bestond niet in Afrika. Ik wilde wat doen aan dit probleem zonder gezicht en koos voor projecten in Zuid-Afrika omdat het land de grootste hiv- en aidsproblematiek heeft en connecties heeft met Nederland. Oranje is de kleur van vruchtbaarheid en hoop. Nu zijn we ook actief in Zambia en Namibië.”

 

Hoop

Terwijl de uren worden weggedanst en -gezongen zit de kleine Maria samen met haar moeder in afwachting van de test. De hoop van medicus Peters is nog verder weggezakt. „Het is zo onnodig dat de ziekte overgaat van moeder naar kind”, zegt deze. „Daarom probeert Orange Babies zwangere vrouwen duidelijk te maken dat ze zich in een vroeg stadium van de zwangerschap moeten laten testen op hiv. Indien positief, kan het kind met de juiste medicatie gezond ter wereld komen. De bevalling is zo’n ander cruciaal moment. Op dat moment kan het kind via wondjes of slijmvlies besmet raken.”

Net als je denkt dat de gezichten van het slopende virus zichtbaar zijn, duikt er een volgende bedreiging op: de borstvoeding. Via moedermelk kan het virus ook worden overgedragen. „De meningen verschillen steeds. Je moet namelijk kiezen uit vele slechten. Gebruik van melkpoeder voorkomt overdracht, maar in dit soort afgelegen plekken is water slecht en is het gevaar groot dat het kind alsnog sterft aan uitdroging.” Peters is een bijzondere man met directe woorden. „Al die goedbedoelde projecten… Tja. Laten we eerlijk zijn. Niet alle projecten werken. Neem de aanmoediging om condooms te gebruiken. De mensen weten niet eens hoe die geplaatst moet worden.”

Zijn nuchtere houding brengt hem soms in conflict met de overheid, zoals laatst in Botswana. „Er werd een meisje van veertien jaar gebracht. Ze was door vijf mannen verkracht. Wat mij betreft, had ze met zekerheid hiv opgelopen en ik wilde haar het preventieve medicijn Provylaxe geven. Dat mag alleen als er een bloedtest is geweest die uitwijst dat er sprake was van besmetting. Maar die test was er niet. Ik heb dwars tegen de protocollen in de medicijnen toch voorgeschreven.” Jongensachtige lach: „Het leverde me een telefoontje op van de onderminister van Gezondheid. De volgende keer zou ik geschorst worden. Zal wel loslopen. Er zijn veel te weinig artsen in dit deel van de wereld.”

Peters neemt met volle overtuiging de plaats in van Zuid-Afrikaanse collega’s die hun neus ophalen voor het artsendom op het platteland en liever carrière maken in privéklinieken of afreizen naar Canada of Engeland. „Waarom ik hier zit? Het werk is hier veel praktischer. Je handelt naar de diagnose die je op grond van wat je ruikt en voelt stelt. Hier leidt je kennis tot directe resultaten.”

Afrika, het land waar volgens velen normen en waarden zijn vervlogen. Een soort seksueel Sodom en Gomorra. Niets is minder waar volgens de arts. „Men heeft hier niet meer partners dan wij in het Westen. Wij zijn serieel monogaam terwijl ze hier gelijktijdig meerdere en langere relaties hebben. Dat verklaart ook dat hiv zich sneller verspreidt. De nieuwe regering werkt hard aan veranderingen, ondanks dat president Jacob Zuma er vele vrouwen op nahoudt.” Het was een rel toen de leider kort geleden een meisje zou hebben verkracht. Ze bleek achteraf aan aids te lijden. Zuma zei toen nog: „Geen probleem. Ik ben daarna gaan rennen en heb me goed gedoucht.”

Toch zijn de medici overtuigd dat het met deze nieuwe overheid de goede kant opgaat en er steeds meer geld wordt vrijgemaakt voor de bestrijding van het virus.

Maar cultureel ingesleten tradities zijn nog lang niet uitgebannen. Bij Nancy Bopape (30) komen de nieuwe en de oude tijd samen. Ze is geïnfecteerd, zo wees de test in de derde maand van haar zwangerschap uit. Op haar rug bungelt de kerngezonde, 11 weken oude Gabriel. „Ik heb maar één partner gehad in mijn leven, maar mijn man, die momenteel drie vrouwen heeft, gelooft niet dat hij hiv heeft. Hij ontkent en er wordt niet over gesproken. Ik weet wel dat hij medicijnen heeft gekregen van een lokale kruidendokter.” Voor verdriet is geen ruimte. Ze lacht haar witte tanden bloot: „Mijn kind leeft. Ik leef. Totdat Jezus me komt halen.”

Mijn man, die drie vrouwen heeft,

gelooft niet dat hij hiv heeft”

 

Stille schim

Als een stille schim is ondertussen de 58-jarige huisarts Marja Vintgens aangekomen. Ze draagt een oranje voetbaljack met het nummer 10 op de mouwen. Ze heeft er zeven tropenjaren op zitten en was onder meer oprichtster van dit project in de diepe binnenlanden. Het estafettestokje is door collega Peters overgenomen. Na succesvolle praktijkjaren in de Bijlmer kwam Vintgens in 2003, ten tijde van president Thabo Mbeki. Het was een tijd dat aids volstrekt werd ontkend en geboortebeperking was verzonnen door blanken om zo het zwarte ras uit te roeien, dacht men.

„Het waren zware tijden”, zegt de tanige vrouw, die heeft besloten om terug te keren naar Nederland. „Ik mis toch de cultuur, zoiets banaals als op een fiets zitten.” De Dokodela, zoals ze hier wordt genoemd, herinnert zich haar eerste Afrikaanse jaren, toen ze als docent aan de medische universiteit neerstreek. „Zelfs daar werd er niet over aids gesproken. Als ik een patiënt de directe vraag stelde ’Denkt u dat u aids heeft?’ dan durfde mijn tolk het niet te vertalen. Mbeki was een trotse Afrikanist. Hij wilde geen westerse bemoeienis. Hij dacht dat medici wel een aidsremmer uit lokale kruiden konden halen. We moesten onderzoek doen naar de werking van knoflook en bieten. Het was een verkeerde vorm van Black African Empowerment, die onnodig 300.000 mensen het leven heeft gekost. Niemand sprak erover, net zoals in de jaren 50 en 60 in Nederland kanker met K werd afgedaan. Ondanks dat het stigma hier nog steeds het grootste probleem is, gaat het nu de goede kant op. Staatsklinieken moeten nu aidsremmers voorschrijven.”

Het feest duurt uren. Vrouwen lachen. Ze zien hoop aan de horizon. Een kind kan gezond ter wereld komen, ook al ben je zelf besmet door een man die dankzij de Lobola – de bruidsschat die een man betaalt aan zijn schoonfamilie – altijd aanspraak op zijn vrouw kan maken. In een klein kamertje voltrekt zich echter een drama. De kleine Maria is positief bevonden. Ze behoort met haar jonge leeftijd nu tot die grote groep. Een dubieuze eer. Baba kijkt bedrukt. „Oranje. We hebben het bewust gekozen om de link met Nederland aan te geven. Maar het is ook de kleur van de vruchtbaarheid en de toekomst.” Maria lacht even als ze een oranje T-shirt met nummer 10 erop krijgt.

 

Door: Rob Hammink
Foto’s: Telegraaf
Bron: Telegraaf

Wereld van de jacht

Het koetshuis van landgoed Beukenrode in Doorn.

‘MEER DAN EEN GEWEI AAN DE MUUR’


De jacht is zoveel meer dan lukraak schieten op wild. Het één na oudste beroep terJachthuis in verte wereld heeft vele gebruiken, een eigen taal en bovenal een eigen geweten. De aangeschoten reputatie van de jacht herstelt zich na decennia bovendien in rap tempo. Jagen heeft alles te maken met natuurbeheer.

 

 

 

 

 

 

Jager
Jager Cor Denneman Heilscher.

OP DE JACHTZOLDER VAN HET KOETSHUIS REGEREN ANDERE WETTEN, de wetten van Cor Denneman Heilscher. De sfeer is zoals de sfeer rondom een heer moet zijn. Nonchalant hangen en staan zonder de inmenging van een binnenhuisarchitect de opgezette dieren. De herfstkoude knaagt zich ‘via het dak een weg naar binnen’. De lage plataanstamtafel is bezaaid met memorabilia uit vervlogen tijden; een vergrootglas wedijvert om de aandacht met een in leer gehulde whiskyflacon. Op een gietijzeren hertenkopje staat een brandende kaars voor de gezelligheid. Na een half uur en vele verhalen verder verdwijnt de bonkige man achter een gordijn van sigarenrook, door ons opgewekt met een Corona Panatella Vintage uit 1987 die zojuist nog keurig opgelijnd lag in een scheepskist. Op de deksel staat een olifant.

‘Jagen, de jacht.’ Achter de glazen van zijn kleine brilletje schitteren de ogen van iemand die gelukkig is omdat zijn ziel wordt aangeraakt.

Dan wijst hij op een groot schilderij dat balanceert op de rand van de afgeleefde bank. ’Schwarzwild auf dem schneeweißen Landgut Grünes Brandenburg’, gemaakt door zijn compaen en favoriete schilder Tammo Lukkien, “de beste nadat Rien Poortvliet naar de eeuwige jachtvelden verhuisde.” In verf is de oversteek van rotte varkens te zien. Ze rennen van een naaldwoud, dwars door een bevroren rivier, naar een loofwoud. “Een jager spreekt nooit over wilde zwijnen”, galmt het langs de balken. “Wij noemen hen varkens, een volwassen mannetje heet een Keiler en dient door iedere zichzelf respecterende zwartwildjager ooit te zijn geschoten; levenskeiler. Een fazantenhaan heet trouwens Kok. Ja die juiste woorden zijn in het veld belangrijk, anders rennen de dieren weg als zij hun naam horen. Soortnamen verwerden immers tot schuilnamen.”

Ooit begonnen op de KMA, groeide Cor Denneman Heilscher, via de wegen van het ook groeiende geld en het bedrijfsleven, uit tot wat hij nu is: landgoederenondernemer. Hij probeert met eigen en aangetrokken vermogen landgoederen te redden van hun ondergang. Momenteel lopen er projecten in Suriname en Costa Rica. “En nu dus ook in Brandenburg. Bijkomend voordeel bij de Oosterburen: daar heb je ook nog de ruimte om te jagen. Nederland is eigenlijk ongeschikt door het formaat van de landgoederen en de vele regels. Weet je hoe groot een landgoed moet zijn om zichzelf economisch te bedruipen”, vraagt hij zonder op een antwoord te wachten. “Je hebt zeker een kritische massa van zevenhonderd hectare nodig om van het land te kunnen leven. Om er groenten en fruit te verbouwen, om huizen voor verblijvende gasten te bouwen en daarmee ook een recreatieve functie te geven. Ik houd van zelfstandigheid en wil zo veel mogelijk rendement halen op geïnvesteerd vermogen zonder afhankelijk te hoeven zijn van fiscale facilitering en subsidies. Hoe minder overheidsbemoeienissen hoe beter.”

‘Geen beter scharrelvlees dan wild,

en op patatvossen zit niemand te wachten’

 


Mauser K98

Tijdens het Denneman-college heeft kaarslicht het 477 pagina’s tellende Jagerswoordenboek van dr. Hermans bespeeld. ‘Iemand een loer draaien’, komt uit de jacht, uit de valkerij, zo blijkt. Net als ‘van de hak op de tak springen’.

Je zou hier uren kunnen zitten om het leven, het existentialisme, goede zeden en de huidige politieke en economische verkramping te bespiegelen. Maar het wordt tijd voor actie. Ondertussen is een Mauser K98, kaliber 8 x 57 JS op tafel gekomen. “Als je op varkens jaagt, moet je altijd op het blad schieten, het kwetsbare deel waar hart en longen zitten. Kom op. Het bos en de lunch wachten.”

De stralende herfstdag staat in het teken van een omstreden fenomeen. Tenminste omstreden tot voor kort. De jacht is actueler dan ooit en kan meer en meer rekenen op de juiste aandacht die het verdient. Jacht heeft namelijk alles te maken met natuurbeheer, zeker nu het groen steeds meer moet wijken voor asfalt- en betongrijs met industrieterreinen en snelwegen die oprukken in het landschap. Die vooruitgang, waarvoor we kiezen, heeft een pijnlijke prijs. De gehele natuurbalans is verstoord. Er zijn teveel damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen, zwijnen ploegen tuinen om, konijnen knagen hele spoortrajecten en begraafplaatsen aan gort. Eksters en kraaien planten zich als konijnen voort. En dan hebben we het nog niet gehad over de oeverloze discussie over het beheersen van ganzenpopulaties.

Overlast vraagt om regulatie en regulatie leidt in ons land tot overleg. Iedereen wordt daarbij betrokken, maar opvallend genoeg de jagers zelf in onvoldoende mate. Er is door uitgeverij Atheneum bij het begin van het jachtseizoen een prachtig boek uitgegeven ‘De jacht in Nederland en Vlaanderen’, het is meer een ode aan het wild. Dan dondert het: “Ja het loopt uit de hand. Je hebt tegenwoordig vossen in grote steden. Die arme beesten eten zelfs patat. Patatvossen! Het geeft aan hoe scheef de verhoudingen in de flora en fauna zijn. Goede jagers analyseren een gebied qua voedselaanbod en bepalen een afschietplan op basis van de draagkracht van zo’n gebied. Het gaat om flora- en faunabeheer! Ik heb grote moeite met jagers die alleen jagen omdat ze een kop of gewei aan de muur willen.”

In het neorenaissancestijl gebouwde jachthuis anno 1872 zijn ondertussen de natuurliefhebbers/jagers Jan Peter Spierenberg, Piet van Dijk en Ivo van Lanen opgetrommeld. Gast nummer één zwaait de scepter over de Jachthondenafdeling van de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging(KNJV) met 23.000 leden en weet dat jachthonden in Nederland niet sneller mogen zijn dan het wild omdat er anders sprake is van stropen. De boomlange Piet van Dijk is toezichthouder op het 170 hectare grote Landgoed Hindersteyn van de familie Van Beuningen. Hij heeft zijn nerveuze fret Truus meegenomen. Ivo van Lanen ’zit’ met zijn Dutch Hunting Falcons vooral in de roofvogels die hij exporteert naar de Golfstaten. “Daar steken ze elkaar niet meer de loef af met Bentley’s, maar wel met valken.” Drie mannen met drie verschillende dieren voor de jacht, maar met één doel: de juiste balans vinden in de natuur. Opvallend hoe iedereen aan tafel die jongensachtige blik in zijn ogen heeft bewaard. Tijdens de copieuze lunch worden er door chef d’équipe Jonathan Veldhuizen wildgerechten uit de keuken getoverd waarmee onze culinair redacteur ongetwijfeld zijn kolommen zou kunnen vullen. Jan Peter legt het verschil uit tussen staande honden en retrievers. Jaagt de eerste soort het wild op; de tweede soort waaronder zijn trouwe zwarte labrador Buie is meer voor na ’t schot, voor het ophalen van aangeschoten wild dus.

 

Respect voor natuur

En dan -alsof het is afgesproken- is er opeens dat verdwaalde konijn op het grasveld. De wereld gaat aan hem voorbij, letterlijk. Unaniem stellen de tafelgenoten: “Duidelijk lijdend aan myxomatose. Kijk die opgezette ogen.” Ivo laat zijn stukje medium rare everzwijn voor wat het is en haalt zijn havik en griffon Balthazar tevoorschijn. Dan voltrekt zich een magisch moment. De stootvogel wordt om de hoek losgelaten en scheert linea recta naar het konijn. Met een instinctieve handeling is het knaagdier nog geen tien seconden later gedood. De hond ligt op zijn buik en kijkt respectvol naar wat er gebeurt. Hij hoeft niet uit te rukken. Een man, een havik, een hond, een groen met herfstbladeren bezaaid landschap en een konijn dat uit zijn lijden is verlost en geen andere dieren kan besmetten. Het schoolvoorbeeld waar jagen om draait. Inderdaad een beter uitzicht dan op een kist met daarin een kalf of een kip in een legbatterij.

 

Een man, een havik, een hond.
Een man, een havik, een hond, een met herfstbladeren bezaaid landschap en een konijn dat uit zijn lijden is verlost en geen andere dieren kan besmetten. Het schoolvoorbeeld van waar jagen om draait.

Het eetgenot zet zich voort, maar de natuur, ook de bron van echt eerlijk scharrelvlees, roept. We lopen en lopen stilzwijgend door het eindeloze bos. De richting van de wind wordt bepaald, takken die kunnen kraken omzeild. Piet wijst op veegschade aan een jonge boom. “Van een jonge reebok. Als ze jeuk aan hun groeiende bastgewei hebben, kan jonge aanplant als oplossing dienen. Met alle schade voor de flora van dien.”

Het neusje van fret Truus steekt nieuwsgierig door de gaatjes. Fretjes willen eruit, de holen in om konijnen op te sporen, zoals ze al eeuwen doen. Cor staat op een gegeven moment stil, knikt. De andere mannen knikken terug. Er wordt gesproken zonder woorden. Jagers erkennen en herkennen elkaar in de details. Dan gaat alles te snel voor de welwillende scribent. Een schot uit de Ferlach Drilling, kaliber 16 wordt gelost, Buie rent weg en komt terug met een haas in zijn bek. Het hazendiner voor morgen is binnen een minuut veiliggesteld. Het dier gaat door de handen van de mannen, met gepast respect. De lange dag wordt afgesloten op de jachtzolder waar het allemaal begon, maar nu met een glas single malt whisky. En net als je denkt de mysterieuze wereld van de jacht onder de knie te hebben, klinkt het streng maar ongetwijfeld rechtvaardig: “Met de linkerhand brengen jagers de toast uit; Waidmannsheil”. De zon zoekt de horizon op als we de lange oprijlaan van het landgoed afrijden. De jachthoornmuziek ‘Auf Wiedersehen’ die Cor Denneman Heilscher liet klinken sterft langzaam weg. Het vizier is weer gericht op de werkelijkheid, helaas… ■

 

 

Tekst: Rob Hammink
Fotografie: Feriet Tunc
Bron: Telegraaf

Computer baant straks de weg

  • en Mini-topman Adrian van Hooydonk voorziet revolutie in ’autoland’

Hij kijkt reikhalzend uit over de horizon van autoland. Adrian van Hooydonk werd dit jaar 50 en bespiegelt zijn werk en de toekomst. Het Nederlandse designgeweten van de BMW-groep was even in het Limburgse land om de opening van de VDL Nedcar in Born bij te wonen. De maxidenker gaat namelijk, naast BMW’s en Rolls-Royces, ook over het ontwerp van de nieuwe Mini’s. „Ik ben blij dat Nederland weer een rol speelt in de auto-industrie.” Over wereldwijde mobiliteit en Hollandse kennis.

Computer baant straks de weg

BORN – We hadden de slanke senior vice-president een paar jaar niet gesproken. Opvallend: er zijn mensen die onzichtbaar ouder worden. Adrian van Hooydonk behoort bij de groep mannen die altijd iets jongensachtigs behoudt. Wat de laatste jaren ook onveranderd bleef, is het onwrikbare vertrouwen van zijn baas: ’Adrian, de toekomst van ons merk en onze mensen ligt in jouw handen.’

De hoofddesigner, of zoals zijn kaartje vermeldt Leiter Group Design, behoudt zijn rust zoals een veldheer die voor de oorlog al weet dat hij gaat winnen. „Ik ben een positief mens en geloof dat juist die houding succes en mooie ideeën oplevert. Ik zeg wel eens tegen mijn mensen: „Vier dagen per week kun je grenzeloos denken, los en creatief, en je mag de grootste fan van jezelf zijn. Op vrijdag kun je bespiegelen en keuzes wegen. Maak het allemaal niet te zwaar.”

In de showrootelegraaf.nl/telegraaf-i/7Cp/8uLaXm van Mini hangt een ongrijpbare atmosfeer. Mensen rennen heen en weer. Soms met een vlaai en soms omdat ze gespannen zijn voor de komst van de Koning, die VDL Nedcar zal heropenen. En in de brij van onrust wil iedereen iets van Van Hooydonk, al is niet altijd duidelijk wat. De lange Nederlander drinkt rustig z’n kopje koffie. Als je wereldwijd 650 man voor je hebt werken, in China, Duitsland en Amerika, dan kan alleen rust je redden. „Ik zou 24 uur per dag in touw kunnen zijn. De autowereld waarin ik opereer, slaapt nooit.”

’Adriaantje’ was een Limburgs kind en zoals veel jongens gek op auto’s. De studieroute begon aan de TU Delft, Industrieel Ontwerpen. „Ik droomde van een rol in de auto-industrie, maar hier in Nederland was weinig meer te doen.”

Prestigieus

Na Delft volgde voor Van Hooydonk het prestigieuze Art Center Europe te Vevey, Zwitserland. In 1992 kon hij bij BMW aan de slag en belandde op misschien wel het meest uitdagende kruispunt van de auto-industrie. „We verbinden niet alleen punten met elkaar en ontwerpen zo een opvolger van een oude serie of ontwikkelen vanaf een leeg vel een compleet nieuw merk zoals de BMWi. We denken als Designgroep vooral na over mobiliteit in de toekomst. Hoe willen mensen zich bewegen? In wat? En welke relatie heeft vervoer met bijvoorbeeld internet? Mijn afdeling ontwerpt ook alles wat op beeldschermen te zien is. Films, skypen in je auto. Kun je dat projecteren in je voorruit? Het vraagt allemaal om design en animatie.”

De verbale reis in de toekomst is doelgericht. „Doorgaans werken we drie jaar vooruit. We maken ontwerpbeslissingen voor 2017 en 2018. Maar realiseer je dat die auto’s het zeker zeven jaar op de markt moeten volhouden. Dus we hebben het feitelijk over een beslissing die ook in 2025 goed moet zijn. Bij sommige ideeën, die nog langer mee moeten, vraag ik me inderdaad af of ik dan nog bij de firma werk. Dat voelt best vreemd.”

De tijd, hij schrijdt als een schaduw voort. En is vooral in handen van een nieuwe generatie, die nieuwe verwachtingen heeft van een auto. Van Hooydonk realiseert zich dat als geen ander. „Wij vonden het vroeger prachtig om een autootje, desnoods een derdehandsje, aan te schaffen en maakten ons natuurlijk helemaal niet druk om de kosten en milieubelasting. Je wilde de vrijheid die een auto bracht. Nu zie je dat jongeren veel kritischer en zonder compromissen in het leven staan. Ze willen wel de mobiliteit, maar niet de nadelen zoals CO2-uitstoot, verzekeringen, een garage waar je de vierwieler parkeert, onderhoud, onderhandelingen met een dealer. Daarom is het Drive Now-project in de Duitse steden München, Berlijn, Hamburg en in San Francisco zo’n succes. Gewoon overal een Mini of BMW bestellen met je app. Alle beschikbare auto’s in Amerika zijn elektrisch. Daar voelt de jeugd voor; het is hipper.”

Als we de verbrandingsmotor binnenkort in de galerij van het verleden plaatsen, zal het hart van Van Hooydonk breken.

De visionair lacht op die jongensachtige manier. „Een beetje, maar de alternatieven zijn prima. Je krijgt me niet pessimistisch vandaag.”

Nog even proberen we dat positivisme te breken. Als we de keten van de elektrische auto herleiden, komen we toch uit bij een steenkolencentrale. Wassen neus dus.

„Ik ben niet verantwoordelijk voor de politieke keuzes en kan moeilijk energiecentrales gaan bouwen. Het gaat de goede kant op, geloof me. In de deelstaat Beieren, waar ik woon, worden de huishoudens op de hoogte gehouden van de alternatieve energieopwekking, zoals waterkracht.”

De auto als bezit en statusbepaling is op zijn retour. Straks zitten we allemaal in een identiteitsloos doosje en worden we gereden door computers? „Met de huidige kennis kan er veel. Er wordt tijdig automatisch geremd, de dode hoek is technisch opgelost en een auto kan zelfs zonder bestuurder driften. Als je ons callcenter belt met de vraag of er een apotheek in de buurt is, dan worden de coördinaten op afstand in je navigatie gesleuteld. En dan ontwikkelt Google zijn chauffeurloze auto. Het gaat snel. Ik denk echter dat mensen het altijd belangrijk zullen vinden hoe iets eruitziet en de sensatie van zelf sturen zal blijven. Alleen de vervelende momenten als file rijden worden straks uitbesteed aan de techniek van een auto. De rol van de auto wordt anders. Vergeet niet dat de auto als vehikel concurrentie heeft gekregen van internet. Nu heb je vrienden zonder dat je elkaar fysiek ontmoet.”

De wereld wordt steeds kleiner en toch blijven de culturen elkaar verbazen. Adrian van Hooydonk zal nooit de wonderlijke discussie in Abu Dhabi vergeten. Hij stond naast de fenomenale hybride BMW i8, de hormonale droom van iedere gezonde man. „Er werd me gevraagd waarom BMW geen elektrische auto’s maakt. Ik zei, wijzend op de sportieve i8: ’Deze heeft deels elektrische aandrijving. Een combinatie van een elektromotor met een zeer zuinige driecilinder die toch 250 km/u haalt. Vergelijkbaar met de performance van een M3.’ Nou toen was het goed.”

Het zijn harde feiten. In 2020 heeft 30 tot 35% van de auto’s een elektrische vorm van aandrijving. En binnen een halve eeuw woont zestig procent van de wereldbevolking in een stad. Dat schreeuwt om oplossingen. BMW gelooft daarom ook in de nieuwe toekomst van tweewielers. „Die zullen een steeds belangrijkere rol gaan spelen.”

Voordat er weer aan zijn jas wordt getrokken, wil het BMW-geweten nog kwijt: „Ik ben ongelooflijk blij dat Nederland, met de heropening van VDL Nedcar, weer een rol speelt in de auto-industrie. Dat geeft mijn geboortegrond de waardering die hij verdient.”

En wie goed luistert, hoort meer toekomstmuziek in de Lage Landen. In alle bescheidenheid timmert het bedrijf 2getthere letterlijk aan de weg. In de race om de intelligente auto stopt het bedrijf magneetjes in de weg, als referentiepunten. Die zorgen voor een uiterst precieze, veilige routebepaling, zonder dat de bestuurder hoeft te sturen. Ceo Carel van Helsdingen is een tevreden man. Hij zaaide zijn ideeën al medio jaren tachtig en kan, als de politiek en techniek het toelaten, eindelijk gaan oogsten. Zo tekende 2getthere recent een samenwerkingscontract met de SMRT in de modelstaat Singapore. Zijn mobiliteitssysteem zal daar een aanvulling worden op het huidige openbaar vervoer.

Kwetsbaar

De bevlogen ingenieur: „Grote automerken en Google maken gebruik van omgevingsherkenning en satellietnavigatie. Dat alles stuurt ’zelfdenkende’ auto’s aan. Maar dat is een kwetsbaar systeem. In tunnels en in smalle straten verlies je het signaal. En straten zullen steeds smaller worden in overbevolkte steden. In hete gebieden hebben die nauwe straten overigens nog een reden: het blijft koeler.”

Die opmerking brengt hem naar hightech Masdar City, een nieuwe enclave met universiteit, woonwijken en bedrijven. Het ligt ingeklemd tussen het International Airport en Abu Dhabi zelf. Daar leverde het bedrijf tien automotive voertuigen. „De miljoenste passagier is zojuist vervoerd. Ook Angela Merkel, Albert van Monaco Ban Ki-moon, de secretaris-generaal van de VN hebben er gebruik van gemaakt.”

In de hoek van zijn spreekkamer, waar het naar een autoshowroom ruikt, staat een voorbeeld van de elektrische vierwielers die Van Helsdingen levert. Eigenlijk is het een soort skigondel, maar dan uitgevoerd met prachtig leer en beeldscherm waarop je met een vingertop de gewenste route aanraakt.

Commercieel directeur van 2getthere, Robbert Lohmann, denkt in stappen. Hij vertelt: „Nu nog is ons systeem een toevoeging op bestaande infrastructuren. Je komt bijvoorbeeld met je eigen auto naar de rand van de stad, stapt in onze auto en rijdt bijvoorbeeld zo het centrum in of de studentencampus op.”

Op dat moment komt er een nieuwsflash op zijn telefoon binnen. „Ah, Hamburg wil over twintig jaar autovrij zijn. De kansen voor ons zijn niet meer bij te houden.”