VRIENDINNEN IN OORLOG EN VREDE

Foto Congo1

Filmmaker Alwine van Heemstra filmt Nancee Oku Bright (VN) in Congo.

 

DE TWEE leerden elkaar in New York kennen, vijf jaar geleden. Alwine van Heemstra deed research voor haar radiodocumentaire De tomaat en The big apple, Nancee Oku Bright had vrij gekregen van de Verenigde Naties om haar film Liberia: America’s Stepchild te maken. Twee bijzondere vrouwen met een bijzonder leven, door herkenning verbonden. Ditmaal ontmoeten ze elkaar in de brandhaard van centraal Afrika: het grensgebied van de Democratische Republiek Congo en Rwanda waar de gewelddadige dood van 3,5 miljoen mensen nog nagalmt en waar dubieuze krachten de wereldhandel in coltan en diamanten dicteren. De doortastende Bright is op haar laatste VN-missie in de Congo. Van Heemstra volgt haar voor een nieuwe tv-documentaire.

 

BUKAVU (DR Congo) – Onrustige voetstappen echoën in de nacht door de kille gangen van dit gebouw, bekend als HQ (Head Quarters) van Monuc, de vredesmacht van de VN in de Democratische Republiek Congo (voormalig Zaïre). Binnen een paar minuten meer voetstappen waaronder die van de Nederlandse documentairemaakster Alwine van Heemstra. Blauwe helm onder haar arm. Ze gooit de deur open en zegt: „We moeten hier weg. Hevige gevechten zijn uitgebroken.” Dan overal krakende walkietalkies, die militaire afkortingen doorgeven en nog meer onrust.

Bukavu, de explosieve grensplaats tussen Congo en Rwanda waar het hoofdkwartier zetelt, wordt door fanatieke rebellen van de op non-actief gezette kolonel Mutebusi, bedreigd. Wij dus ook. Het evacuatieplan, om via de grens met Rwanda het land te verlaten, is geen misplaatste oefening. Verpakt in een kogelvrij vest staat Van Heemstra (34) in complete duisternis buiten, klaar voor vertrek en een onzekere reis door de nacht. Op het dak wappert halfstok de VN-vlag die herinnert aan de dood van een Milob (militaire observator), die eergisteren werd doodgeschoten zonder respect voor neutrale organisaties. Wie of welke groepering het fatale schot loste, weet niemand. Er wordt gesproken over driehonderd doden. Kogels worden in dit strijdtoneel anoniem afgeschoten.

Van Heemstra, wijzend op haar vriendin: „Meer dan op al die hooggeplaatste militairen vertrouw ik op Nancee vanwege haar ervaringen in Liberia waar ze in een oorlogssituatie is opgegroeid. Ze heeft een feilloos gevoel voor echte dreigingen. Ik volg haar zonder twijfel. Ze heeft zoveel levenslust, en dat leven geeft ze niet zomaar op. Wat me wel zorgen baart zijn de geruchten dat de samengedreven Banyamulenge-rebellen hier in de stad actief zijn, dus heel dichtbij. Het zijn die onzichtbare krachten, de onvoorspelbaarheid die me bezighoudt.”

Terwijl officieren en hulpverleners druk rondlopen, mensen elkaar orders geven en noodrantsoenen worden ingeladen is Nancee Oku Bright inderdaad een van de weinigen die in deze onrust als rots in de branding overeind blijft. Het charmante hoofd Humanitaire Zaken van de VN in haar Japanse Issey Miyaki kledij is onlosmakelijk verbonden met haar mobieltje, een beladen apparaat, zeker in deze omgeving, maar dat zal later duidelijk worden. Het ding regelde tot nu toe in ieder geval het onmogelijke: helikopters op de vreemdste plekken en de juiste informatie van de juiste mensen.

 

„Nancee heeft feilloos gevoel voor bedreigingen”

 

Geruchten

Bright twijfelt aan de informatie dat het vliegveld Kavumu ten noorden van de stad is ingenomen. Die twijfel blijkt drie uur later gegrond. „Bukavo is een stad die snel geruchten voortbrengt. Dat hangt hier in de lucht. Alles is te wijten aan de ligging, het is een grensplaats en dat is altijd een kruispunt van twee culturen. Hier begon bovendien de burgeroorlog in 1998 toen Rwanda en Uganda de rebellen steunden die voormalig president Laurent Kabila wilden afzetten.”

Maar het gaat in de film die Van Heemstra wil maken niet over de bijna onnavolgbare strijd tussen de Hutu’s en Tutsi’s. „Het gaat om de gevolgen van een oorlog en hoe een organisatie als de VN op humanitaire wijze daarmee omgaat. Binnen dat sociale kader wil ik centraal stellen dat wij in het Westen medeverantwoordelijk zijn voor wat hier gebeurt. Dat klinkt misschien paternalistisch, maar heel weinig mensen weten dat de grondstof coltan in dit land, waar zo om gestreden wordt, onmisbaar is voor onze mobiele telefoons en laptops. Het mineraal wordt vrij eenvoudig gedolven en ook eenvoudig verhandeld. Zwart goud wordt het genoemd. De rol van de westerse consument en westerse bedrijven, die hiermee hun producten maken, moet niet worden onderschat. Begrijp me goed: ik ben niet tegen het delven en ook niet tegen elektronische apparatuur.” Wijzend op Nancee: „Zonder telefoon zou zij haar werk niet kunnen doen. Ik zou wel graag zien dat de gigantische inkomsten aan het einde van de schakel terechtkomen bij de juiste mensen hier. Nu is de handel in handen van een paar lokale bedrijven en plaatselijke warlords die met de opbrengsten hun politieke strijd financieren. De gevolgen van die strijd zijn vreselijk: het aantal verkrachtingen is niet bij te houden, mensen worden gemarteld, gedood. ’Maar ach’, denken we veilig thuis op de bank, ’het is maar Afrika, een verliezend land dat het internationale medeleven al decennia geleden is kwijtgeraakt’.”

Gedreven: „Maar het lot van dit deel van Afrika heeft iedereen in zijn hand, letterlijk. Het wezenlijke van de documentaire verandert dagelijks, zoals alles hier dagelijks verandert. Misschien wordt het wel een portret van een zwarte vrouw die een waanzinnig hoge internationale positie bekleedt. Misschien wordt het een portret van een arm Afrikaans land waar mensen op een goudmijn wonen. Arm-rijk, wit-zwart, communicatie-verstomming. Het fascineert me hoe uitersten zo dicht bij elkaar kunnen liggen.”

De vriendschap van de twee vrouwen begon tegen een geheel ander decor. Ze ontmoetten elkaar in swingend New York op een feestje. Er ontstond een band die gebaseerd is op professionele en persoonlijke overeenkomsten. „Net als ik komt Alwine uit een gezin dat persoonlijke ontwikkelingen kon financieren”, zegt Nancee. „In plaats van te gedijen in luxe zijn we strijdbaar en gevoelig voor onrecht gebleven. Ze heeft me echter wel verbaasd met haar komst. Ik vermoedde altijd al dat ze sterk was, nu weet ik het zeker. Haar onvoorwaardelijke vertrouwen in mij is strelend. Natuurlijk is mijn werk gevaarlijk, zeker als vrouw in een omgeving waar verkrachtingen een vanzelfsprekendheid zijn geworden. Maar humanitaire hulp is mijn keuze. Ik voel me bevoorrecht om dit te mogen doen.”

Vijf dagen eerder, op de heenreis naar Kinsahasha, vertelde Van Heemstra hoe ze op het idee van de documentaire kwam: „Nancee had per email ooit laten weten dat ze hoofd van de humanitaire afdeling januari naar Nederland kwam en ze foto’s uit Bunia, ook Noordoost-Congo, toonde, kwam wat ze doet pas echt tot leven. Langs de weg lagen allemaal ernstig gewonde mensen, meer dood dan levend. Ze zei ooit dat de aarde verzadigd was van bloed. Met name ernstig gewonde slachtoffers bracht ze eigenhandig naar ziekenhuizen. Dat zag ze nietals haar werk, maar wel als een persoonlijke missie. Ze is zo ontzettend gedreven. Als het om mensenrechten gaat, is ze onverzettelijk. De combinatie van haar persoonlijkheid is geweldig: glamourous in designkleding, die ze ook in het veld draagt, terwijl ze zwaargewonden optilt. Dat wil ik in beeld brengen. Ze stort zich in oorlogen om te zorgen dat de humanitaire kant goed verloopt. Nancee zet vluchtelingenkampen op, zoekt artsen en zorgt dat de juiste medicijnen worden verstrekt.”

 

Kindsoldaten

Van die laatste kwaliteit zijn we getuige na een bezoek aan het Panzi- ziekenhuis in Bukavu. De rommelige route – van wegen is hier nauwelijks sprake – naar de kliniek toe is op zichzelf een hachelijk avontuur. Kindsoldaten langs de weg, met kapmessen en kalasjnikovs, bewapend tot hun tanden. Er zijn weer wat mensen op straat, wat een goed teken is. Ze proberen vruchten en zaden te verkopen. In het hospitaal ontmoeten we dokter Mukwege. Hij ontfermt zich over de vrouwen die het slachtoffer zijn geworden van brute verkrachting, een daad die hij als ergste oorlogswapen kwalificeert. „Zeker vijfenzeventig procent van de vrouwen zijn hier de laatste maanden misbruikt. Dat percentage lag verleden jaar nog op vijfentwintig. De vernedering is groot. Vaak worden er messen in de vagina gestoken of zelfs een geweer erin afgeschoten. Ik krijg de patiënten vaak meer dood dan levend binnen. Alles is kapot.” Stilte vult de klinische ruimte. Dan: „Als iemand wordt neergeschoten is dat natuurlijk ook vreselijk. Maar naast alle lichamelijke verminkingen komen deze vrouwen ook nog eens in een sociaal isolement terecht. Hun mannen willen hen niet meer – hun partner is ’verontreinigd’ – en ze zijn bang voor aids. Hun familie keert zich ook af, uit schaamte.”

Een rondleiding over volle zalen volgt. Er is net een meisje binnengebracht. Ze slaat haar ogen neer. Dapper vertelt ze haar verhaal over drie soldaten en hoe ze met de dood werd bedreigd. Van Heemstra mag filmen. Dit mag niet voorbijgaan aan de wereld. Bright klimt na het vreselijke relaas in haar telefoon. Er moeten hier morning-after- en peppillen komen, pillen met hivremmende werking. Maar ze zijn nergens te vinden…

De spanning blijft deze dag stijgen. Het vliegveld dreigt te worden ingenomen door de Banyamulenge-troepen van de afgezette kolonel Mutebusi. Soldaten van het nationale leger trekken zich terug. We kunnen met het laatste vrachttoestel weg richting veilig Oeganda. Onder ons door glijdt een prachtig landschap, groen, rode aarde, heuvels. De strijd is niet meer zichtbaar. Eenmaal in de hoofdstad Kampala besluit Bright zo snel mogelijk terug te vliegen naar Bukavu. De route is onzeker. Ze belt en belt. Dan vertrekt ze. „Ze hebben me daar nu het hardst nodig.” Van Heemstra onderdrukt haar tranen en wenst Bright alle sterkte. Met een knipoog stapt ze de taxi in richting vliegveld. „Ik ben veilig, wees niet bang.” Dan een grote knipoog. „Ik laat die rebellen toch niet mijn juwelen afnemen…”

 

Door: Rob Hammink
Bron: Telegraaf
Foto’s: Telegraaf