DE HOOGSTE SKILIFT, DE HOOGSTE KOORTS

… En heel ver weg…

 

Levensles voor een stukjesschrijver:
HIMALAYA TOPPEN ZIEN EN DAN (bijna) STERVEN

 

Foto Skilift3De hoogste skigondel ter wereld. Witte hemel op aarde. Tonnen maagdelijke poedersneeuw in de ijzige koude van de Himalaya. De tergend lange reis naar Kashmir zou de moeite waard zijn. Het liep voor Rob Hammink allemaal een tikkeltje anders. Met de hartelijke dank aan hoogteziekte én een kip tandori van ver boven de houdbaarheidsdatum.

Smoezelige gordijnen met bruine onherleidbare vlekken proberen de brandende zon buiten te houden. De kamer van hotel Hill Top omsluit een schemerige wereld waarin ik noodgedwongen de hoofd- en alle bijrollen speel. Titel van deze dramatische éénakter: ’Het laatste uur’. In de verte hoor ik „Good enjoy sir?” Nog geen vijf minuten geleden viel het loodzware katoenen dekbed me nog aan als een wild bloeddorstig dier. Door mijn oogwimpers zie ik aan het eind van de tunnel het nachtkastje dat meer weg heeft van een medisch altaar waarop zes soorten medicijnen me aanstaren.

Diamox tegen hoogteziekte, Norit tegen de bedorven kip, paracetamol tegen de bonkende hoofd- en gewrichtspijnen, geleende slaappillen, imodium tegen diarree en ORS tegen uitdroging. Wat dit allemaal met skiën heeft te maken? Alles! Tenminste: als je kiest voor de kroon van India.

De ervaring leert inmiddels dat je met alpinist Ronald Naar altijd een beetje moet uitkijken voordat je ja zegt tegen één van zijn wilde plannen. Het is nooit eens: laten we op ski’s Zwitserse schapen gaan tellen en daarna ondeugend een glaasje bier drinken… Met aan fatalisme grenzende avontuurzucht is het de laatste jaren steeds vaker: „Daar heeft een oorlog gewoed, geweldig gebied om eens te bezoeken man. Slalommen langs de landmijnen. Here we come.” Nu is het dus op uitnodiging van het Indiase verkeersbureau Kashmir, het omstreden gebied tussen de atoommachten en aartsrivalen Pakistan en India. Kashmir. Het klinkt als fluweel waar de klassieke taal Sanskriet tot leven kwam en als je het fluistert, staat Kashmir voor zachte, gekeperde geweven stof waar de PC Hooftstraat vol mee hangt. De keiharde historie van het gebied rekent echter af met eenzijdige lieflijkheid. Kashmir viel na het vertrek van de koloniale Brit, die het vooral als koele zomerplaats gebruikte, in 1947 ten grabbel van islamitisch Pakistan en hindoeïstisch India. Je hebt nu dus twee Kashmirs: Azas Kasjmir, Gilgitin en Skardu aan de Pakistaanse kant en de Srinigar-vallei en Ladakh aan de Indiase kant.

 

Foto Skilift4

Buitengewoon positief: het vredesteken maken in een gebied dat zwanger is van een bloederig oorlogsverleden.

 

Met Ronald Naar moet je
uitkijken voordat je
ja zegt tegen één van
zijn 
wilde plannen.
Het is nooit eens:
laten we op ski’s
Zwitserse schapen gaan tellen
en daarna ondeugend
een glaasje bier drinken…

 

 

 

In Srinigar, de hoofdstad van Kashmir, waar 250.000 militairen alle hoeken en gaten vullen, uit angst dat de moslimguerrilla’s toeslaan, laat de 52-jarige Sikander Malik bij onze aankomst zijn kapot geschoten onderbeen zien. „In 1994 gebeurd. De Indiase overheid zag velen van ons aan als militanten. Gelukkig is het momenteel rustig en zijn de gevechten alleen nog in de bergen. U zult geen last hebben tijdens het skiën”, belooft de man.

Vliegend van Amsterdam naar Milaan, door naar New Delhi en dan aansluitend naar het witte Srinigar, tenminste: dat was de bedoeling. Na ruim een uur zijn we boven de plaats van bestemming, maar we worden in de wacht gezet en cirkelen zo bijna een uur boven onze bestemming. Twee uur later zitten we weer in Delhi. Morgen nieuwe kansen. „Kashmir is afgesloten van de wereld”, meldt het CNN-geweten.

De volgende dag sleep ik mijn gehuurde skiset weer naar het vliegveld. De brandnieuwe ski’s en superstijve schoenen, die met veel aandacht zijn uitgezocht bij het Amersfoortse Wim Jaquet All Sports, zijn in Amsterdam achtergebleven nadat Naar ze had afgekeurd. „Prima spul, maar je hebt comfortabele schoenen met loopreliëf nodig en loopbindingen. Als je niet tot je ballen in de sneeuw wilt wegzakken, zijn iets bredere ski’s nodig. In India zijn geen skipistes zoals in de Alpen, elke meter ski je off piste.”

 

Foto Skilift1

Woonbootjes als skihotels aan de voet van de witte bergen.

Srinigar airport is open! Het weer is schitterend als we onderdak zoeken in een exemplarische woonboot, die hier in Lake Dal rij aan rij liggen en de meest meeslepende namen als Hollywood, Little Hollywood en Broadway dragen. Langzaam dienen de eerste hoofdpijn en gewrichtspijnen zich aan. De verhalen van drie Ieren, die ook een plek hebben veroverd in ons drijvende handgemaakte hotel, voorspellen veel goeds. Bij de houtkachel zegt Niall Oliver: „De sneeuw is geweldig. Tot aan je middel komt het”, om daar met Iers

Foto Skilift7

Alsof je in Venetië bent. Gondels voor je skihotelletje.

gevoel voor drama aan toe te voegen: „Daarboven heerst de ultieme vrijheid. We hebben nog nooit zo lekker geskied.” Ondertussen heerst vooral de ultieme lichamelijke ellende, omdat we geen moment voor de broodnodige acclimatisatie hebben ingebouwd. Mijn bloed lijkt zich als stroop door de aderen  heen te pompen, maar ik ben niet de enige die lijdt. „Het is alsof een olifant op mijn hoofd heeft gescheten”, aldus Naar de volgende ochtend.

 

De weg naar boven, naar Gulmarg, het wintersportplaatsje dat op 2900 meter hoogte ligt, lijkt onveranderd ver weg. Karren met een paard ervoor, mannen in grauwe poncho’s, maar met een lichtgevende lach. Weinig vrouwen. Het leven is hard hier in de bergen. Veel drinken, doceert Naar. „Dat helpt op hoogte. Iedere duizend meter een liter extra.”

Foto Skilift6

We hebben geluk. Vandaag is voor het eerst sinds weken de tweede lift naar de top ook open. Voor de goede orde: India en zijn skiverleden gaan terug naar 1902 toen de eerste skiclub werd opgericht. Pas in 1975 werd de eerste sleeplift aangelegd. Om internationaal toerisme aan te trekken begonnen de Indiërs in 1986 aan een nieuwe variant om die in 1989 uit te breiden met een heuse Poma-gondellift van Franse makelij. De bouw werd in 1990 gestaakt wegens grote onlusten in de grillige grensstreek. De bergen werden broeinesten van verzet en strijd. Pas in 1998 werd de lift afgebouwd en in 2004 bereikte de tweede etappe naar 4000 meter zijn eindpunt, het hoogste punt ter wereld, zo melden de borden hier trots.

 

Foto Skilift8

Het restaurant komt nog niet echt in aanmerking voor een Michelin-ster.

In hotel Hill Top kleden we ons om en gaan snel wat eten. De vloer van de ruimte die als restaurant doorgaat, is bezaaid met verdroogde rijstkorrels en vettige vegen. Nog even doorzetten. Straks, daar boven op de berg, zal alles beter worden. Aangekomen bij de skilift proberen we bij een gat in het gordijn tickets te kopen voor twee euro per rit naar boven. „Ja u kunt ook met een creditcard betalen”, zegt een onzichtbare man. „Maar de machine doet het vandaag niet. En gisteren ook niet.” In moordend traag tempo schokt de gondel naar boven. De deur staat open omdat de snowboards van onze Duitse cabinegenoten volledige sluiting onmogelijk maken. Gevolg: een ijzige wind draait als een cycloop rond in de gondel wat de feestvreugde alleen maar verder neerslaat. Het blijkt de moeite waard. Bij het topstation ligt een witte maagdelijke wereld aan onze ski’s. Ik glijd mijn eerste meters en voel hoe de ski’s nerveus hun weg zoeken onder de sneeuw. Mocht er nog sprake zijn van enig zelfvertrouwen op de lange latten, de restanten zijn gisteren ergens op een woonboot achtergebleven. Ik voel me een broze, verdroogde tak die ieder moment kan breken en ga natuurlijk ongenadig onderuit. De sneeuw bijt zich als een roofdier vast in mijn nek. Ronald Naar wacht en komt tot de conclusie dat ik lijd aan hoogteziekte. „Je gezicht is ook wat boller”, zegt de berggoeroe. „Heb je verdomme wel genoeg gedronken?”


Ik voel me een broze verdroogde tak
die ieder moment kan breken en ga
natuurlijk ongenadig onderuit.
De sneeuw bijt zich als een
roofdier in mijn nek

 

Foto Skilift2

Ook de marktkoopman blijft het ondanks de bijtende kou vrolijk inzien.

Om van het gezeik af te zijn, knik ik en klauter overeind om honderd meter dieper weer op mijn plaat te gaan. Eén ski schiet uit. Reis je vier dagen om in deze ellende terecht te komen. Het is ondertussen mistig geworden als ik de verloren ski probeer terug te vinden. Mijn hart bonkt met 170 slagen per minuut in m’n lijf. Het zal mijn eerste en laatste afdaling deze reis worden. „Good enjoy”, vraagt een vriendelijke Kashmiri als ik eenmaal door het dorp sjok. Wat zijn deze mensen lief! Wat zijn ze meelevend! En wat voel ik me ziek. Shakeel Ahmad legt een hand op mijn schouder en vraagt of ik thee wil. Ik zeg dat ik dood wil. Hij lacht en loopt mee naar het hotel waar ik onder een lekkend plafond twee dagen voor pampus zal liggen. Als hij de deur achter zich sluit, gooit hij met een typische Indiase hoofdbeweging, die het midden houdt tussen ja en nee, een wijsheid de kamer binnen. „Sir, het is niet het doel waar het om gaat, het gaat om de reis er naartoe.”


Met dank aan: Wim Jaquet Sports, Lange straat 111-115, Amersfoort. Website: www.wimjaquetsports.nl

 

 

Door: Rob Hammink
Foto’s: Rob Hammink
Bron: Telegraaf