STIL, STILLER, STILST

Totale rust …

Foto haasnoot Australie13

 

AUSTRALIË, het grootste eiland ter wereld

Betoota piepklein gehucht in ’Down Under’
Foto haasnoot Australie3Rob Hammink besloot, nadat hij vijf bekeuringen binnen twee uur ’scoorde’, ons land te verlaten. Hij reisde af naar Australië waar slechts 20 miljoen mensen wonen. In dit enorme land, met de afmeting van Europa, vond hij na veel spannende omzwervingen uiteindelijk het kleinste gehucht: Betoota.
WEG VAN VERKEERSBORDEN, files, te duur schepijs, te dure euro, flipperkasten waarin buitenaardse wezens elkaar afschieten met laserlicht en een exploderende stad. Rob Hammink besloot, nadat hij vijf bekeuringen binnen twee uur ’scoorde’, ons land te verlaten. Hij reisde af naar Australië waar slechts 20 miljoen mensen wonen. In dit enorme land, met de afmeting van Europa, vond hij na veel spannende omzwervingen uiteindelijk het kleinste gehucht: Betoota.
ONZE VERSLAGGEVER ZOCHT EN VOND HET KLEINSTE GEHUCHT VAN ’T IMMENSE AUSTRALIË

Op de kop af 400 jaar onderhoudt Nederland warme banden met Australië. 2006 staat in het teken van dit heuglijke feit. Om de vriendschap nog eens extra te onderstrepen, maar vooral om voor even verlost te zijn van files en te dure euro’s, ging Rob Hammink Down Under op zoek naar het kleinste gehucht op het grootste eiland ter wereld. Een fascinerend reisverslag in het teken van de complete stilte.

De horizon is ook vandaag in dit spookachtig droge land niet in te halen. Het rode zand komt bij iedere stap als een mini-atoombom even los van het miljarden jaren oude land om vervolgens weer te gaan liggen. Stap na stap, kilometer na kilometer. Doodvermoeiend, zeker als je constant moet opletten of er geen gifslang zoals een King Brown of Taipan je pad kruist.

De grote zoektocht naar rust, ruimte en regelmaat. We wilden per se het kleinste en rustigste plaatsje op deze planeet vinden. Wat bezinning, ook wel vlucht genoemd, als uitgangspunt had, werd natuurlijk weer een dwangmatig doel op zichzelf. Uiteindelijk leggen we 6000 kilometer af in tien dagen.

„Dan moet je in ieder geval Down Under”, wist reisorakel Joan Winkel in de vriendenkring toen ik weer eens klaagde over het nieuwe Politie Convenant waarin bromsnor wordt opgeroepen om in de vaart der volkeren en met een scherp oog op de staatskas bekeuring na bekeuring uit te schrijven.

„En dan het liefst naar de Outback, want dat is echt de puurste plek op aarde. Je hebt daar plaatsjes waar maar tien mensen wonen.” Vervolgens jongleerde Joan weer eens ongevraagd met zijn onnavolgbare kennis die hij volgens ons al jaren gewetenloos steelt uit de Lonely Planet. Hoe Australië een geologisch wonder is, het kleinste continent, maar het grootste eiland ter wereld (formaat Europa), 65 miljoen jaar geleden afbrak van het supercontinent Gondwanaland en zo een tergend langzame tocht naar de zuidelijke Indische Oceaan inzette. Hoe er maar 20 miljoen mensen wonen en dat deze mensen allemaal afstammen van gedetineerde Britten, eind 19e eeuw. Dat laatste klopt overigens niet helemaal.

De Outback van Australië won het van de binnenlanden van Borneo, van Noord-Siberië en van Zuid-Amerikaanse uithoeken.

Rustig blijkt op deze plek een understatement. En toch hangen hier de verhalen over bushbranden, verzengende droogtes en woeste overstromingen in de lucht. Verder geen enkel geluid.

Foto haasnoot Australie12We vlogen op Adelaide en verlieten de ’Kerkenstad’ nu een eeuwigheid geleden om in de staat South Australia (SA) het koersje Noord te volgen, richting Flinders Ranges. Dit rotsgebied, met diepe kloven en grillige eucalyptusbomen, ook wel Gum-trees, vormt ongetwijfeld het mooiste nationale park van Australië. Wat op de kaart op de steenworp Staphorst-Ede leek, blijkt een reis van uren. We lieten de gigantische road trains, driedubbeldekker-achtige vrachtwagens, voorbijgaan. De reddende engel in dit eenzame avontuur kwam in de vorm van de 50-jarige Glen Henderson met zijn vierwielaangedreven vehikel, gezegend met ontelbare paardenkrachten onder de motorkap. Glen treedt op als gids voor de reisorganisatie Banksia en was zo welwillend zijn bijrijdersstoel aan te bieden. Glen is een typische Aussie, een soort relaxte Brit dus. Bovendien met een creatieve geest als je zin in een biertje hebt, maar het calvinisme om 12.00 uur dwarszit. „Mate. In Australia it’s always ’beer o’clock’. So no worries.” We vertellen over ons doel, over de zoektocht naar de totale isolatie. Glen lijkt het probleem te begrijpen en stelt een route dwars door de Flinders Ranges voor.

Onderweg komen we in Clare (het laatste plaatsje waar herkenbare beschaving is te vinden) de gepensioneerde Nederlander Peter Venhoek tegen. De bebaarde man heeft sinds 1970 niets meer met zijn vaderland en streek hier neer om zijn gezin een betere kwaliteit van leven te geven.

Nu promoot hij oude vrachtwagens waarop vakantiehuisjes zijn gebouwd als bewijs wat te veel afzondering met de menselijke geest doet.

We rijden twee dagen door een apocalyptisch landschap van drooggevallen rivieroevers. Rijden langs eenzame kerkhoven, omringd door brokken steen, die ooit huizen vormden. Glen wijst: „Dat was het plaatsje Gordon, dat lag aan de oude Ghan Railwayline. Gesticht in 1879, maar sinds 1952 opgelost nadat trucks het transport door het land overnamen. Mensen houden het hier vaak niet uit. Te zwaar leven.”

Uiteindelijk overziet Glen zijn beperkingen en vindt dat we beter het vliegtuig kunnen nemen voor onze zoektocht. Wilpina Air regelt voor toeristen een zogenaamde pubcrawl, weet hij. Van afgelegen kroeg naar afgelegen kroeg met een kleine sportkist. Glen verdient met dit idee minimaal een Nobelprijs. De Toyota werd een Cessna en chauffeur Glen werd Andrew de vliegenier. Terwijl de koele mist nog tussen de bergen hangt, worden we in de vroege ochtend afgeleverd bij een minivliegveld met een minihangar en een minilandingsbaan van aangestampte aarde. Andrew loopt al druk heen en weer. Hij is er helemaal klaar voor en neemt zijn taak uiterst serieus. De verontschuldiging dat er geen stewardess in de vierzitter meegaat, blijkt geen grapje.


Andrew begint langzaam te twijfelen
aan de geestelijke vermogens van zijn enige passagier
als deze hem dé moeder aller plekken voorhoudt: Betoota.
„Je bent daar echt van alles en iedereen afgesneden’’,
zegt hij hoofdschuddend

We zullen via het opaalstadje Andamooka naar het godverlaten William Creek vliegen om van daaruit koers te zetten richting Birdsville, dat net over de grens van Queensland ligt.

Foto haasnoot Australie7

Lake Torres, een 217 kilometer lang opgedroogd zoutmeer. Hier en daar weerspiegelt de zon in een vlek regenwater. Een majestueus gezicht.

Na de platformchecks en het taxiën meldt Andrew zich via de radio keurig bij de toren die er niet is. Geen antwoord terug. Vol gas en zo pruttelen we richting 1500 meter hoogte. Lake Torres over, een 217 kilometer lang opgedroogd zoutmeer. Hier en daar een vlek regenwater waarin de doorbrekende zon reflecteert. Een majestueus gezicht. Op deze hoogte wordt pas echt duidelijk hoe uitgestrekt dit land eigenlijk is. Je kunt hier uren vliegen zonder een gebouw op de grond te zien. „Het gevaar van de Outback is dat mensen niet goed voorbereid op pad gaan. Ze nemen te vaak te weinig water mee. Laat altijd weten als je op pad gaat en regel een satelliettelefoon. Verleden jaar is er nog een Amerikaan overleden omdat zijn auto vastzat. Hij is gaan lopen. Nooit doen! Blijf in je auto. Achteraf bleek dat ze de auto na twee dagen hebben gevonden; er zat genoeg benzine in om de airco al die tijd te laten draaien. De man is nooit gevonden.”

 

Maar wat doen wij als, noem iets lulligs, een postduif wordt samengeprakt in de luchtinlaat? In Europa maak je dan een noodlanding in de achtertuin van boer Biet, die vervolgens een kopje koffie serveert. „Hier maken we ook een noodlanding. Daarna gaan we bidden.”


Wat doen we als een postduif wordt samengeprakt
in de luchtinlaat? In Europa maak je dan
een noodlanding 
in de achtertuin
van boer Biet. 
’Hier maken we ook
een noodlanding. Daarna gaan we bidden’

In de rode vlakte doemen na een uur vliegen opeens landpuisten, een soort kraters op alsof een overactieve mol hier zich heeft uitgeleefd. We zijn er. Peter Taubers (55) maakt zijn opwachting bij de piepkleine landingsbaan. Met grote trots rijdt hij naar zijn opaalmijn net buiten het plaatsje met 200 inwoners. Ondertussen legt hij uit dat al het water per tankwagen wordt aangevoerd en er slechts één politieagent met de naam ’Digger’ in het dorp woont en werkt. Geen blaastesten en ook geen snelheidscontroles. „Gewoon een aardige vent.”

De graafmachines verstoren ieder normaal gesprek, maar in het kort komt het erop neer dat opaal voor een goede boterham zorgt, als je het vindt. Wijzend op de nagel van zijn duim: „Zo’n stukje kan 50.000 Aus$ waard zijn. Delven blijkt niet het grote probleem, het spul zit vrij hoog aan de oppervlakte in tegenstelling tot het in deze streken gevonden uranium, goud en zilver. „Maar het is zeer gevoelig voor economische ontwikkelingen. Diamant wordt bijvoorbeeld ook gebruikt voor industriële doeleinden, maar opaal is alleen maar geschikt voor sieraden.” Nog even langs wat huizen die hier ondergronds zijn gebouwd en dan verder. Andamooka is toch een tikkie te druk en die politieman zit me ook niet lekker.

 

Foto haasnoot Australie6

Hoe desolaat het buiten ook is, de pubs hebben sfeer.

Anderhalf uur later landen we in William Creek. Er is volgens de Australische wetmatigheid natuurlijk een pub en om die pub staan her en der wat huisjes waarin totaal dertien mensen onderdak vinden. Dit begint er een beetje op te lijken. De kroeg is zoals een kroeg moet zijn: beetje bedompt met hier en daar wat hangende mensen die allemaal weten hoe een betere wereld eruit moet zien en geloven in het medische wonder dat je een kater met veel bier wegspoelt. Maak nooit de fout om bier te bestellen dat in een andere staat wordt gebrouwen. Verder relaxte sfeer, maar het barst hier van de vliegen. De moordneigingopwekkende insecten zoeken vocht en hebben het dus vooral gemunt op de mond ogen en

Foto haasnoot Australie10

zweetplekken.„Nu valt het wel mee”, zegt de bebaarde kroegbaas  John Sheedy.   „In de zomer is het helemaal een ramp. Dan zie je mensen vaak niet eens meer omdat ze een klomp vliegen zijn. Probeer de noordpool”, geeft de man mee als we ons landingsgeld aan de bar betalen.

 

Foto haasnoot Australie11

Het maanachtige landschap onder ons verandert weinig. Het blijft fascinerend, zeker als je beseft hoe hier de Aboriginals duizenden jaren hebben overleefd. Hoe sterk moet je dan zijn?

De Birdsville heeft een echte landingsbaan van asfalt. Jammer. Birdsville blijkt bovendien op een belangrijk kruispunt in deze desolate Simpson desert te liggen.vlucht naar Birdsville duurt zeker twee uur.

 

 

 

 

 

 

Door: Rob Hammink
Foto’s: Rob Hammink
Bron: Telegraaf