BELEGERD, MAAR BELOOND

Na ’Zestigjarige Oorlog’ tegen ambtenaren krijgt 92-jarige jonker eindelijk rust

 

Foto Nispen1

Huub van Nispen van Sevenaer op zijn vervallen landgoed in het centrum van Zevenaar. Na een leven vol strijd, is er nu hoop: Monumentenzorg heeft subsidie toegezegd om gebouwen zoals het Polderhuis en de 17e-eeuwse koestallen op te knappen. „De gevechten om de boel bij elkaar te houden, hebben mijn levensvreugde wel aangetast.”

HIJ GING BIJNA strijdend ten onder. Toch gloort er voor de 92-jarige Huub van Nispen van Sevenaer hoop aan de rand van zijn getergde leven en aan de rand van zijn vervallen landgoed in het centrum van Zevenaar. Na jaren van oorlog en teleurstellingen is er nu zicht op subsidie en, nog veel belangrijker, zicht op erkenning. Het levensverhaal van de jonker is een roman waard. In zijn sprookjesachtige kasteelboerderij vertelt hij over zijn liefde voor auto’s, de ’Zestigjarige Oorlog’ met de gemeente en zijn eenzame strijd voor een beter milieu. „En dan, aan het einde van mijn leven, komt er eindelijk een beetje rust. Lees maar eens Genesis 2:15. Als we ons aan naastenliefde zouden houden, was deze planeet een paradijs.”

 

Kasteelheer Huub van Nispen van Sevenaer

vecht al hele leven tegen ‘boeven,

krakers, en ander rapaille’

 

ZEVENAAR, zaterdag
Als een schim uit het verleden ligt Huis Sevenaer verscholen in een bizar plukje bos. Imposante bomen staan als stille wachters opgelijnd langs de oprijlaan. Geluid van het nabijgelegen centrum van Zevenaar sterft aan de andere kant van de muur langzaam weg. Op deze vochtige plek heersen andere, vooral klassieke, krachten, hier woont de jonker Huub van Nispen.

Enige deceptie: de frêle man strijdt niet met een zwaard of hellebaard. Zijn beste wapen is al zestig jaar een versleten typemachine. Zo schreef en schrijft hij als eenzaam vechtende Galliër vele duizenden vellen papier naar de gemeente, die het op zijn landerijen had gemunt. In de vaart der volkeren moesten er huizen en industrieterreinen komen. De gemeente, de provincie, de ministeries: ze hadden een zware kluif aan de eenpersoonsoorlog. „Ik wilde op een gegeven moment zelfs de Koningin dagvaarden.” Maar de strijd lijkt nu gestreden, eindelijk.

Foto Nispen2

De stenen trap naar het bordes is volledig overgenomen door mos, varens, klimop en ander groen.

De stenen trap naar het bordes is volledig overgenomen door mos, varens, klimop en ander groen dat biologen ongetwijfeld tot orgastisch geluk opzweept. In de tuin ook een verroeste tractor en oude Peugeot met begroeide koplampen. De toren steekt mysterieus tegen de mistige lucht af. „Meneer Van Nispen komt er zo aan”, zegt Joyce van Katwijk (59) wanneer ze op een ruk aan de trekbel reageert. „Hij zit nog even te schrijven.”

De charmante vrouw, die zich in de jaren tachtig aansloot bij het gedachtegoed van haar kasteelheer, gaat voor naar de eenvoudige keuken, vroeger het boudoir, de pruilkamer waar dames zich konden terugtrekken. Tijden waarin de adel de lakens uitdeelde. Een kleine kachel verwarmt de hoge ruimte. Op tafel liggen brieven en krantenknipsels. In de vensterbanken gloren appels uit de eigen boomgaard. Er staat een emaillen emmer vol walnoten.

 Op beschaafde toon legt Joyce van Katwijk uit hoe het landgoed al decennia lang wordt getergd door boeven, ambtenaren, krakers en ander rapaille, dat misbruik maakt van de situatie. „In de jaren zeventig was er een zakenman die het op een akkoordje met een notaris had gegooid. Hij richtte met medeweten van meneer Van Nispen een BV op, waarin het landgoed werd opgenomen. Dat hij zonder overleg landerijen voor 1,1 miljoen gulden zou verkopen en een hypotheek van negen ton op Huis Sevenaer zou afsluiten, waren echter onverwachte misdrijven waarvoor we nog steeds moeten betalen. De bewuste man is tijdens een auto-ongeval overleden en de notaris is geschorst.” Haar gelaat is onbewogen als ze dit zegt.

 

’De gevechten en het verlies van geld

zijn van het huis af te lezen.

Alles is in de soep gelopen’

 

„Altijd maar werken. We hebben Kerstmis noch Pasen gekend. Luxe is een vreemd woord hier. De laatste tijd gaat het beter. We hebben nu eindelijk onze eigen winkel met onbespoten groenten, vruchten en brood van eigen tarwe. Elk weekeinde is het open. En de ’Stichting Behoud Landgoed Huis Sevenaer’ is deze maand een feit. Monumentenzorg heeft een goede subsidie toegezegd om de aanpalende gebouwen zoals het Polderhuis en de 17e-eeuwse koestallen op te knappen. Meneer Van Nispen is er blij mee, maar ziet het vooral als schadevergoeding voor alle ellende. Toch moet er nog veel geld bij om alles, ook het huis, te kunnen opknappen. De architect en aannemer zijn net weg.” Ze trekt een overall aan. De koeien moeten worden gevoederd.

De edelman in een tweedjasje dat ooit paste, is onderwijl binnengekomen. Kleine man met slagen in het zilvergrijze haar. Zijn pientere ogen priemen boven het leesbrilletje uit. Als Huub van Nispen van Sevenaer praat, dwingen zijn goed doordachte zinnen respect af, een kwaliteit die je zelden meer tegenkomt. Alleen de hoestaanvallen doorbreken de monologen. Hij heeft zojuist een brief aan het gemeentebestuur getypt. „Men had gesuggereerd dat we eigenlijk helemaal niet zo ecologisch zijn en dat er hier lege olievaten liggen. Onzin. We zijn eindelijk op de goede weg met het zittende gemeentebestuur, maar het venijn druppelt nog na, zullen we maar zeggen.”


Epistel

Hij laat zijn epistel lezen. En passant maakt de brief met indrukwekkend familiewapen melding van de klok in de Andreaskerk. „Dat ding moet eens onder handen worden genomen. Hij krijst, vooral bij warm weer.” Boer tegen wil en dank. „Ach, zo gaat dat. Het leven gaat zoals het moet gaan. Ik had iets met auto’s, prachtige dingen. Dat wil zeggen: tot de jaren dertig, daarna werd het al snel elektronische rommel. Je moet zelf aan zo’n vierwieler kunnen werken. Na de hbs-B wilde ik eigenlijk wel bij de importeur van Delahaye werken, een inmiddels verdwenen automerk.”

Maar het lot wilde anders toen zijn vader, burgermeester in Laren, op een dag in 1947 zei: ’Ga jij maar naar oom Louis. Hij heeft geen kinderen, wordt oud en heeft hulp nodig op zijn kasteelboerderij’. De oorlog had inmiddels diepe sporen achtergelaten in het kasteel en in de ziel van de jonge Van Nispen, verdreven uit Laren en opgepakt als verzetsstrijder.

Jonker Huub ging echter met naoorlogs optimisme aan de slag op het 110 hectare grote landgoed, meer een gemengd boerenbedrijf. „In die tijd hadden mensen nog plichten en weinig rechten. Ik had biologie in het schoolpakket, dus waarom niet aan de slag als boer? Koeien en werkpaarden waren door de moffen ingepikt. Gelukkig kon ik met veel pijn en moeite, met geleend geld van mijn moeder, een tractor voor het zware en een Jeep voor het lichtere werk kopen. In korte tijd maakten we goede winsten en was Huis Sevenaer het eerste gemechaniseerde boerenbedrijf van Nederland.” De schulden en erfgenamen waren afbetaald. „Belangrijk, want ik wilde de boel bij elkaar houden.”

Van Nispen kwam al snel op een wetenschappelijk en emotioneel kruispunt terecht. Hij was zijn tijd vooruit, niet altijd handig in dit leven waarin iedereen maar begrepen wil worden. „Het geld, wat voor mij slechts een ruilmiddel is, was prima, edoch vertrouwde ik al die gifstoffen niet en ik stopte met kunstmest. De klassieke kruidenflora moest terug. Niet te verwarren met de biologische teelt van tegenwoordig.”

Met veel aandacht formuleert hij dat ene zinnetje dat vandaag meerdere malen de revue passeert: landbouw integreren in seminatuurlijk milieu. „Een handeling geheel in lijn met Genesis 2:15. Dat zoekt u thuis maar eens op. Ik heb de kerk al vroeg de rug toegekeerd, maar de geschriften zijn uitstekende levenslessen.”

’De natuur kan zich niet verdedigen,

zeker niet tegen winstbejag’


Keerpunt

 „Het emotionele keerpunt? Dat was Wanda, de hond die ik hier te verzorgen kreeg. Dieren en mensen hebben een band, wellicht een betere dan mensen onderling. Iedere keer als ik naar het beestje keek, voelde ik mijn verantwoordelijkheid voor een betere natuur groeien. De natuur kan zichzelf namelijk niet verdedigen en zeker niet tegen winstbejag.”

Wat ook groeide, was de Zevenaarse bevolking en de honger naar woningen en industrie. De druk op Van Nispen, die zo’n centrale plek in de stad innam, werd steeds groter. Hij moest en zou delen van zijn gronden afstaan voor het algemene belang. Bovendien had de buurman, sigarettenproducent Turmac, zijn zinnen op uitbreiding gezet. „Met lede ogen zag ik aan hoe kankerverwekkers voorrang boven een natuurlijk geweten kregen.”

Het lange verhaal neemt een lange tijd in beslag. „Uiteindelijk kwam minister Hans Gruijters met een compromis. Hij belde in 1974, een dag voor kerst, op. Lieden van de gemeente en ik moesten zonder adviseurs of advocaten naar Den Haag komen. Ik zou vele hectaren opgeven, maar daarvoor andere gronden  voor mijn klassieke landbouwtechnieken retour krijgen. Die afspraken zijn niet nagekomen.” Het landgoed werd gaandeweg gedecimeerd tot de huidige 50 hectare.

 

Tegenrapporten

 In eerste instantie waren de juridische gevechten nog wel te betalen. „Toen er echter tegenrapporten van planologen en stedenbouwkundigen moesten worden betaald, ging het fout. Dan blijkt zo’n overheid toch over een grote portemonnee te beschikken.” Met zichtbare pijn wijst hij op de dikke muur: „Die mogen dan een meter dik zijn, maar de stopverf valt uit de ramen en het dak is slecht omdat spijkers van de daklatten roesten. De gevechten en het verlies van geld zijn van het huis af te lezen. Alles is in de soep gelopen.”

Bent u een verbitterd mens? „Nee, maar de gevechten om de boel bij elkaar te houden, hebben mijn levensvreugde wel aangetast.” En wat gebeurt er als jonkheer Van Nispen op een dag de geest geeft? „Dan neemt de stichting de boel over. Ik wens geen verdere versplintering van het landgoed.”

Foto Nispen3

Bieten, uien, pompoenen, noten en aardappelen. Met biologische landbouwproducten probeert de kasteelheer extra inkomsten te vergaren.

Een rondgang over het terrein maakt pijnlijk duidelijk wat de eeuwen met gebouwen – hoe sterk ook – kunnen doen. Je hoeft geen aannemer te zijn om te zien dat het toegezegde geld van het restauratiefonds véél te weinig is. Mevrouw Van Katwijk zegt bij een houten krat vol met bieten: „We hopen op andere steun zoals legaten misschien of andere bronnen.”

In de keuken staart Huub van Nispen van Sevenaer door de beslagen ramen naar buiten. Een kleine man met grote dromen, die met de opkomst van biologische landbouw eindelijk het gelijk aan zijn kant kreeg. Hoe nu verder? „Misschien moeten mensen met het juiste hart voor een betere natuur, of mensen met het juiste hart voor architectuur doneren. Ik heb weinig te bieden. Ze kunnen een zak met aardappelen krijgen, maar wel zeer goed smakende aardappelen.”

In het donker rijden we het landgoed af, de harde wereld in. Thuis biedt de Bijbel een antwoord op de vele vragen. Genesis 2:15. Nu nam de Eeuwige God de mens en plaatste hem in de hof Eden, om die te bebouwen en om die te bewaken.

 

 

Door: Rob Hammink
Foto’s: Matty van Wijnbergen
Bron: Telegraaf