WEDSTRIJD TEGEN DE DOOD

Orange Babies vecht in Zuid-Afrika tegen onwetendheid

 

Foto Orange Babies1C

Zuid-Afrika danst en viert feest. Maar het tijdelijke centrum van de wereld kampt met miljoenen hiv-besmette mensen. De Nederlandse organisatie Orange Babies geeft voorlichting.

Een sfeer van trots, hoop en glorie rolt zich uit over het glooiende prachtige land. Zuid-Afrika is het magische middelpunt van de wereld en de verbroedering tussen wit en zwart is tijdens de maand WK met vijf jaar gegroeid. Heel even vergeten mensen hun lot in een natie waar volgens officiële cijfers 5,5 miljoen landgenoten hiv-positief zijn. De hoogste score ooit. Samen met de Nederlandse organisatie Stichting Orange Babies trokken we rond, over stoffige weggetjes, ver weg van voetbaleuforie. Ander Oranjenieuws van het zuidelijk halfrond. Een verhaal over een wedstrijd tegen de tovenaar, onwetendheid en de tijd die nog rest.

 

SOEKMEKAAR (Zuid-Afrika), zaterdag
Het irritante geluid van de Zuid-Afrikaanse trompetten, de vuvuzela’s, dringt niet door tot dit verlaten kruispunt in het noordelijke Mopani-district, 150 kilometer van de grensmet Zimbabwe. Het kleine meisje dat daar staat te wachten, weet niet dat onderbetaalde beveiligers van de voetbalstadions „Kill de Boer” scanderen en ook niet dat Bavaria in zijn guerrilla-marketingoorlog modellen als huursoldaten inzet.

Wat Maria hoort, is de ’koude’ winterwind en wat ze voelt onder haar versleten velours jas is haar slappe lijf. Het zesjarige kind staat met haar moeder al uren te wachten op een lift. Het doel is de medische kliniek Middlewater. Daar zoeken moeder en kind de waarheid. Waarom weegt Maria slechts veertien kilo? En waarom zijn haar slapen ingevallen en waarom moet ze steeds hoesten?


Maria (6) weegt slechts 14 kilo 
en
wacht al uren op lift 
naar kliniek

 

Foto Orange Babies4

Langs de kant van de weg onderzoekt dr. Remco Peters de Kleine Maria. De Bloedtest wijst even later uit dat het kwetsbare kind besmet is.

Onze twee auto’s lange karavaan stopt. Stof dwarrelt langzaam neer. De ene vierwieler is een gloednieuwe Hyundai, een gift waarmee de Middlewater-kliniek zal worden verrast. Uit het oude Toyota-busje stapt dr. Marco Peters. De 32-jarige Nederlandse arts, gepromoveerd op infectieziekten en bijna viroloog, gaat op z’n knieën en onderzoekt Maria ter plekke. De zorg is van zijn gezicht af te lezen. „Ongetwijfeld hiv-besmet, maar de bloedtest moet zekerheid bieden.” Daarna trekt de karavaan, twee mensen rijker, verder.

Zuid-Afrika. De ogen van de wereld zijn een maand lang gericht op dit landschappelijke sprookjesparadijs. Stadions zijn tot de nok toe gevuld met supporters, vaak uitgedost als milde strijders. Sport verbroedert. Marco Peters opereert al anderhalf jaar in de regio: „Je krijgt kippenvel als je ziet hoe dit land zijn apartheidproblemen in sneltreinvaart oplost, en zeker nu. Voetbal was voor zwart en rugby voor wit. Maar nu wil zwart met wit op de foto en wit met zwart. De extremen van dit land hebben meer dan ooit één doel: het WK.”

 

Schaduw

Inderdaad: de felle spots verlichten een tijdelijk moment, maar slaan nog steeds een donkere schaduw buiten de stadions. Je zou bijna vergeten dat Zuid-Afrika 5,5 miljoen geregistreerde hiv-patiënten heeft, de hoogste score op het continent, zowel absoluut als procentueel. Een op de vier inwoners lijdt aan de ziekte. Ruim 1000 per dag sterven eraan, terwijl er iedere dag 1600 nieuwe ziektegevallen bij komen. Een hulpverleenster zal later zeggen: „In de afgelegen gebieden is de wil om te leren en te veranderen er wel, maar daar dringt de informatie te langzaam door. In de steden is de informatie er wel, maar is de wil er niet. Jongeren willen ’vlees op vlees’ en gebruiken geen condooms. Ze stellen keihard: ’Laat me plezier hebben. Ik ga toch dood.’”

De poorten van Middlewater gaan open. Er heerst meer dan 65% werkeloosheid in Limpopo, de armste provincie van het land. Toch klinken trommels opgewekt en opzwepend. Allemaal Hollandaanhangers, zo lijkt het. Dansende vrouwen in oranje shirts bewegen soepel onder het uitstoten van oerklanken. Opvallend veel vrouwen. Een van hen legt uit. „Mannen zijn dood of zitten in de cel. Er is een overschot aan vrouwen.”

Foto Orange Babies2

Huisarts Marga Vintgens voor het Hollandse cadeau, de nieuwe auto. „Je kunt medicijnen en kennis hebben, maar het moet ook verplaatst worden.”

Een losse opmerking die hun hiv/ aidslot verklaart. Je hebt dus niet zo veel keuze en neemt genoegen met de status van maîtresse en wordt zo een schietschijf. De auto, zo belangrijk om de verschillende afgelegen projecten te bezoeken, wordt met groot ceremonieel overhandigd. Mike Belinfante van de Koreaanse automaker: „Hyundai is hoofdsponsor van het WK. Maar over een maand is de euforie voorbij. Je kunt medicijnen en kennis bieden, maar dat moet allemaal wel vervoerd kunnen worden. Anders heb je er nog niets aan. Om de auto te geven aan Orange Babies is een logische keuze. Het is een kleine organisatie en ze verzetten bergen met werk.”

Orange Babies. Strijdend tegen de dood. In de sfeer van het WK krijgt de naam iets dubbelzinnigs. Baba is een van de oprichters van de Nederlandse stichting. De lange Senegalees die via een studie in Parijs uiteindelijk in Amsterdam neerstreek, laat nu het wekenlang durende oranjefeest in de binnenlanden van Afrika met een onaflatende glimlach aan zich voorbijgaan. „Hoe zwaar het ook is, je kunt moeilijk gaan sippen. Wij proberen met geld en kennis onze steen aan het gevecht tegen hiv bij te dragen en de preventie van Moeder-Kind- Transmissie met de juiste informatie vorm te geven. Ik verloor mijn moeder op tweejarige leeftijd en ben opgevoed in tehuizen. Ik weet hoe het is om alleen verder te moeten. Dat gun je geen kind.”

De aftrap van Orange Babies? Daarvoor moet hij naar 2004. „Ik was op bezoek bij mijn 91-jarige vader, die bij vier vrouwen 21 eigen en honderd geadopteerde kinderen heeft. Een magere vrouw klopte aan. Hij zei me: ’Kijk jij eens naar haar. Ik denk dat ze wat moet eten.’ Dat ze met hiv besmet was, kwam niet in hem op. Aids bestond niet in Afrika. Ik wilde wat doen aan dit probleem zonder gezicht en koos voor projecten in Zuid-Afrika omdat het land de grootste hiv- en aidsproblematiek heeft en connecties heeft met Nederland. Oranje is de kleur van vruchtbaarheid en hoop. Nu zijn we ook actief in Zambia en Namibië.”

 

Hoop

Terwijl de uren worden weggedanst en -gezongen zit de kleine Maria samen met haar moeder in afwachting van de test. De hoop van medicus Peters is nog verder weggezakt. „Het is zo onnodig dat de ziekte overgaat van moeder naar kind”, zegt deze. „Daarom probeert Orange Babies zwangere vrouwen duidelijk te maken dat ze zich in een vroeg stadium van de zwangerschap moeten laten testen op hiv. Indien positief, kan het kind met de juiste medicatie gezond ter wereld komen. De bevalling is zo’n ander cruciaal moment. Op dat moment kan het kind via wondjes of slijmvlies besmet raken.”

Net als je denkt dat de gezichten van het slopende virus zichtbaar zijn, duikt er een volgende bedreiging op: de borstvoeding. Via moedermelk kan het virus ook worden overgedragen. „De meningen verschillen steeds. Je moet namelijk kiezen uit vele slechten. Gebruik van melkpoeder voorkomt overdracht, maar in dit soort afgelegen plekken is water slecht en is het gevaar groot dat het kind alsnog sterft aan uitdroging.” Peters is een bijzondere man met directe woorden. „Al die goedbedoelde projecten… Tja. Laten we eerlijk zijn. Niet alle projecten werken. Neem de aanmoediging om condooms te gebruiken. De mensen weten niet eens hoe die geplaatst moet worden.”

Zijn nuchtere houding brengt hem soms in conflict met de overheid, zoals laatst in Botswana. „Er werd een meisje van veertien jaar gebracht. Ze was door vijf mannen verkracht. Wat mij betreft, had ze met zekerheid hiv opgelopen en ik wilde haar het preventieve medicijn Provylaxe geven. Dat mag alleen als er een bloedtest is geweest die uitwijst dat er sprake was van besmetting. Maar die test was er niet. Ik heb dwars tegen de protocollen in de medicijnen toch voorgeschreven.” Jongensachtige lach: „Het leverde me een telefoontje op van de onderminister van Gezondheid. De volgende keer zou ik geschorst worden. Zal wel loslopen. Er zijn veel te weinig artsen in dit deel van de wereld.”

Peters neemt met volle overtuiging de plaats in van Zuid-Afrikaanse collega’s die hun neus ophalen voor het artsendom op het platteland en liever carrière maken in privéklinieken of afreizen naar Canada of Engeland. „Waarom ik hier zit? Het werk is hier veel praktischer. Je handelt naar de diagnose die je op grond van wat je ruikt en voelt stelt. Hier leidt je kennis tot directe resultaten.”

Afrika, het land waar volgens velen normen en waarden zijn vervlogen. Een soort seksueel Sodom en Gomorra. Niets is minder waar volgens de arts. „Men heeft hier niet meer partners dan wij in het Westen. Wij zijn serieel monogaam terwijl ze hier gelijktijdig meerdere en langere relaties hebben. Dat verklaart ook dat hiv zich sneller verspreidt. De nieuwe regering werkt hard aan veranderingen, ondanks dat president Jacob Zuma er vele vrouwen op nahoudt.” Het was een rel toen de leider kort geleden een meisje zou hebben verkracht. Ze bleek achteraf aan aids te lijden. Zuma zei toen nog: „Geen probleem. Ik ben daarna gaan rennen en heb me goed gedoucht.”

Toch zijn de medici overtuigd dat het met deze nieuwe overheid de goede kant opgaat en er steeds meer geld wordt vrijgemaakt voor de bestrijding van het virus.

Maar cultureel ingesleten tradities zijn nog lang niet uitgebannen. Bij Nancy Bopape (30) komen de nieuwe en de oude tijd samen. Ze is geïnfecteerd, zo wees de test in de derde maand van haar zwangerschap uit. Op haar rug bungelt de kerngezonde, 11 weken oude Gabriel. „Ik heb maar één partner gehad in mijn leven, maar mijn man, die momenteel drie vrouwen heeft, gelooft niet dat hij hiv heeft. Hij ontkent en er wordt niet over gesproken. Ik weet wel dat hij medicijnen heeft gekregen van een lokale kruidendokter.” Voor verdriet is geen ruimte. Ze lacht haar witte tanden bloot: „Mijn kind leeft. Ik leef. Totdat Jezus me komt halen.”

Mijn man, die drie vrouwen heeft,

gelooft niet dat hij hiv heeft”

 

Stille schim

Als een stille schim is ondertussen de 58-jarige huisarts Marja Vintgens aangekomen. Ze draagt een oranje voetbaljack met het nummer 10 op de mouwen. Ze heeft er zeven tropenjaren op zitten en was onder meer oprichtster van dit project in de diepe binnenlanden. Het estafettestokje is door collega Peters overgenomen. Na succesvolle praktijkjaren in de Bijlmer kwam Vintgens in 2003, ten tijde van president Thabo Mbeki. Het was een tijd dat aids volstrekt werd ontkend en geboortebeperking was verzonnen door blanken om zo het zwarte ras uit te roeien, dacht men.

„Het waren zware tijden”, zegt de tanige vrouw, die heeft besloten om terug te keren naar Nederland. „Ik mis toch de cultuur, zoiets banaals als op een fiets zitten.” De Dokodela, zoals ze hier wordt genoemd, herinnert zich haar eerste Afrikaanse jaren, toen ze als docent aan de medische universiteit neerstreek. „Zelfs daar werd er niet over aids gesproken. Als ik een patiënt de directe vraag stelde ’Denkt u dat u aids heeft?’ dan durfde mijn tolk het niet te vertalen. Mbeki was een trotse Afrikanist. Hij wilde geen westerse bemoeienis. Hij dacht dat medici wel een aidsremmer uit lokale kruiden konden halen. We moesten onderzoek doen naar de werking van knoflook en bieten. Het was een verkeerde vorm van Black African Empowerment, die onnodig 300.000 mensen het leven heeft gekost. Niemand sprak erover, net zoals in de jaren 50 en 60 in Nederland kanker met K werd afgedaan. Ondanks dat het stigma hier nog steeds het grootste probleem is, gaat het nu de goede kant op. Staatsklinieken moeten nu aidsremmers voorschrijven.”

Het feest duurt uren. Vrouwen lachen. Ze zien hoop aan de horizon. Een kind kan gezond ter wereld komen, ook al ben je zelf besmet door een man die dankzij de Lobola – de bruidsschat die een man betaalt aan zijn schoonfamilie – altijd aanspraak op zijn vrouw kan maken. In een klein kamertje voltrekt zich echter een drama. De kleine Maria is positief bevonden. Ze behoort met haar jonge leeftijd nu tot die grote groep. Een dubieuze eer. Baba kijkt bedrukt. „Oranje. We hebben het bewust gekozen om de link met Nederland aan te geven. Maar het is ook de kleur van de vruchtbaarheid en de toekomst.” Maria lacht even als ze een oranje T-shirt met nummer 10 erop krijgt.

 

Door: Rob Hammink
Foto’s: Telegraaf
Bron: Telegraaf