WERELD VAN DE JACHT

Jachthuis in verte

Het koetshuis van landgoed Beukenrode in Doorn.

‘MEER DAN EEN GEWEI AAN DE MUUR’


De jacht is zoveel meer dan lukraak schieten op wild. Het één na oudste beroep ter wereld heeft vele gebruiken, een eigen taal en bovenal een eigen geweten. De aangeschoten reputatie van de jacht herstelt zich na decennia bovendien in rap tempo. Jagen heeft alles te maken met natuurbeheer.

 

Jager

Jager Cor Denneman Heilscher.

OP DE JACHTZOLDER VAN HET KOETSHUIS REGEREN ANDERE WETTEN, de wetten van Cor Denneman Heilscher. De sfeer is zoals de sfeer rondom een heer moet zijn. Nonchalant hangen en staan zonder de inmenging van een binnenhuisarchitect de opgezette dieren. De herfstkoude knaagt zich ‘via het dak een weg naar binnen’. De lage plataanstamtafel is bezaaid met memorabilia uit vervlogen tijden; een vergrootglas wedijvert om de aandacht met een in leer gehulde whiskyflacon. Op een gietijzeren hertenkopje staat een brandende kaars voor de gezelligheid. Na een half uur en vele verhalen verder verdwijnt de bonkige man achter een gordijn van sigarenrook, door ons opgewekt met een Corona Panatella Vintage uit 1987 die zojuist nog keurig opgelijnd lag in een scheepskist. Op de deksel staat een olifant.

‘Jagen, de jacht.’ Achter de glazen van zijn kleine brilletje schitteren de ogen van iemand die gelukkig is omdat zijn ziel wordt aangeraakt.

Dan wijst hij op een groot schilderij dat balanceert op de rand van de afgeleefde bank. ’Schwarzwild auf dem schneeweißen Landgut Grünes Brandenburg’, gemaakt door zijn compaen en favoriete schilder Tammo Lukkien, “de beste nadat Rien Poortvliet naar de eeuwige jachtvelden verhuisde.” In verf is de oversteek van rotte varkens te zien. Ze rennen van een naaldwoud, dwars door een bevroren rivier, naar een loofwoud. “Een jager spreekt nooit over wilde zwijnen”, galmt het langs de balken. “Wij noemen hen varkens, een volwassen mannetje heet een Keiler en dient door iedere zichzelf respecterende zwartwildjager ooit te zijn geschoten; levenskeiler. Een fazantenhaan heet trouwens Kok. Ja die juiste woorden zijn in het veld belangrijk, anders rennen de dieren weg als zij hun naam horen. Soortnamen verwerden immers tot schuilnamen.”

Ooit begonnen op de KMA, groeide Cor Denneman Heilscher, via de wegen van het ook groeiende geld en het bedrijfsleven, uit tot wat hij nu is: landgoederenondernemer. Hij probeert met eigen en aangetrokken vermogen landgoederen te redden van hun ondergang. Momenteel lopen er projecten in Suriname en Costa Rica. “En nu dus ook in Brandenburg. Bijkomend voordeel bij de Oosterburen: daar heb je ook nog de ruimte om te jagen. Nederland is eigenlijk ongeschikt door het formaat van de landgoederen en de vele regels. Weet je hoe groot een landgoed moet zijn om zichzelf economisch te bedruipen”, vraagt hij zonder op een antwoord te wachten. “Je hebt zeker een kritische massa van zevenhonderd hectare nodig om van het land te kunnen leven. Om er groenten en fruit te verbouwen, om huizen voor verblijvende gasten te bouwen en daarmee ook een recreatieve functie te geven. Ik houd van zelfstandigheid en wil zo veel mogelijk rendement halen op geïnvesteerd vermogen zonder afhankelijk te hoeven zijn van fiscale facilitering en subsidies. Hoe minder overheidsbemoeienissen hoe beter.”

‘Geen beter scharrelvlees dan wild,

en op patatvossen zit niemand te wachten’

 


Mauser K98

Tijdens het Denneman-college heeft kaarslicht het 477 pagina’s tellende Jagerswoordenboek van dr. Hermans bespeeld. ‘Iemand een loer draaien’, komt uit de jacht, uit de valkerij, zo blijkt. Net als ‘van de hak op de tak springen’.

Je zou hier uren kunnen zitten om het leven, het existentialisme, goede zeden en de huidige politieke en economische verkramping te bespiegelen. Maar het wordt tijd voor actie. Ondertussen is een Mauser K98, kaliber 8 x 57 JS op tafel gekomen. “Als je op varkens jaagt, moet je altijd op het blad schieten, het kwetsbare deel waar hart en longen zitten. Kom op. Het bos en de lunch wachten.”

De stralende herfstdag staat in het teken van een omstreden fenomeen. Tenminste omstreden tot voor kort. De jacht is actueler dan ooit en kan meer en meer rekenen op de juiste aandacht die het verdient. Jacht heeft namelijk alles te maken met natuurbeheer, zeker nu het groen steeds meer moet wijken voor asfalt- en betongrijs met industrieterreinen en snelwegen die oprukken in het landschap. Die vooruitgang, waarvoor we kiezen, heeft een pijnlijke prijs. De gehele natuurbalans is verstoord. Er zijn teveel damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen, zwijnen ploegen tuinen om, konijnen knagen hele spoortrajecten en begraafplaatsen aan gort. Eksters en kraaien planten zich als konijnen voort. En dan hebben we het nog niet gehad over de oeverloze discussie over het beheersen van ganzenpopulaties.

Overlast vraagt om regulatie en regulatie leidt in ons land tot overleg. Iedereen wordt daarbij betrokken, maar opvallend genoeg de jagers zelf in onvoldoende mate. Er is door uitgeverij Atheneum bij het begin van het jachtseizoen een prachtig boek uitgegeven ‘De jacht in Nederland en Vlaanderen’, het is meer een ode aan het wild. Dan dondert het: “Ja het loopt uit de hand. Je hebt tegenwoordig vossen in grote steden. Die arme beesten eten zelfs patat. Patatvossen! Het geeft aan hoe scheef de verhoudingen in de flora en fauna zijn. Goede jagers analyseren een gebied qua voedselaanbod en bepalen een afschietplan op basis van de draagkracht van zo’n gebied. Het gaat om flora- en faunabeheer! Ik heb grote moeite met jagers die alleen jagen omdat ze een kop of gewei aan de muur willen.”

In het neorenaissancestijl gebouwde jachthuis anno 1872 zijn ondertussen de natuurliefhebbers/jagers Jan Peter Spierenberg, Piet van Dijk en Ivo van Lanen opgetrommeld. Gast nummer één zwaait de scepter over de Jachthondenafdeling van de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging(KNJV) met 23.000 leden en weet dat jachthonden in Nederland niet sneller mogen zijn dan het wild omdat er anders sprake is van stropen. De boomlange Piet van Dijk is toezichthouder op het 170 hectare grote Landgoed Hindersteyn van de familie Van Beuningen. Hij heeft zijn nerveuze fret Truus meegenomen. Ivo van Lanen ’zit’ met zijn Dutch Hunting Falcons vooral in de roofvogels die hij exporteert naar de Golfstaten. “Daar steken ze elkaar niet meer de loef af met Bentley’s, maar wel met valken.” Drie mannen met drie verschillende dieren voor de jacht, maar met één doel: de juiste balans vinden in de natuur. Opvallend hoe iedereen aan tafel die jongensachtige blik in zijn ogen heeft bewaard. Tijdens de copieuze lunch worden er door chef d’équipe Jonathan Veldhuizen wildgerechten uit de keuken getoverd waarmee onze culinair redacteur ongetwijfeld zijn kolommen zou kunnen vullen. Jan Peter legt het verschil uit tussen staande honden en retrievers. Jaagt de eerste soort het wild op; de tweede soort waaronder zijn trouwe zwarte labrador Buie is meer voor na ’t schot, voor het ophalen van aangeschoten wild dus.

 

Respect voor natuur

En dan -alsof het is afgesproken- is er opeens dat verdwaalde konijn op het grasveld. De wereld gaat aan hem voorbij, letterlijk. Unaniem stellen de tafelgenoten: “Duidelijk lijdend aan myxomatose. Kijk die opgezette ogen.” Ivo laat zijn stukje medium rare everzwijn voor wat het is en haalt zijn havik en griffon Balthazar tevoorschijn. Dan voltrekt zich een magisch moment. De stootvogel wordt om de hoek losgelaten en scheert linea recta naar het konijn. Met een instinctieve handeling is het knaagdier nog geen tien seconden later gedood. De hond ligt op zijn buik en kijkt respectvol naar wat er gebeurt. Hij hoeft niet uit te rukken. Een man, een havik, een hond, een groen met herfstbladeren bezaaid landschap en een konijn dat uit zijn lijden is verlost en geen andere dieren kan besmetten. Het schoolvoorbeeld waar jagen om draait. Inderdaad een beter uitzicht dan op een kist met daarin een kalf of een kip in een legbatterij.

 

Een man, een havik, een hond.

Een man, een havik, een hond, een met herfstbladeren bezaaid landschap en een konijn dat uit zijn lijden is verlost en geen andere dieren kan besmetten. Het schoolvoorbeeld van waar jagen om draait.

Het eetgenot zet zich voort, maar de natuur, ook de bron van echt eerlijk scharrelvlees, roept. We lopen en lopen stilzwijgend door het eindeloze bos. De richting van de wind wordt bepaald, takken die kunnen kraken omzeild. Piet wijst op veegschade aan een jonge boom. “Van een jonge reebok. Als ze jeuk aan hun groeiende bastgewei hebben, kan jonge aanplant als oplossing dienen. Met alle schade voor de flora van dien.”

Het neusje van fret Truus steekt nieuwsgierig door de gaatjes. Fretjes willen eruit, de holen in om konijnen op te sporen, zoals ze al eeuwen doen. Cor staat op een gegeven moment stil, knikt. De andere mannen knikken terug. Er wordt gesproken zonder woorden. Jagers erkennen en herkennen elkaar in de details. Dan gaat alles te snel voor de welwillende scribent. Een schot uit de Ferlach Drilling, kaliber 16 wordt gelost, Buie rent weg en komt terug met een haas in zijn bek. Het hazendiner voor morgen is binnen een minuut veiliggesteld. Het dier gaat door de handen van de mannen, met gepast respect. De lange dag wordt afgesloten op de jachtzolder waar het allemaal begon, maar nu met een glas single malt whisky. En net als je denkt de mysterieuze wereld van de jacht onder de knie te hebben, klinkt het streng maar ongetwijfeld rechtvaardig: “Met de linkerhand brengen jagers de toast uit; Waidmannsheil”. De zon zoekt de horizon op als we de lange oprijlaan van het landgoed afrijden. De jachthoornmuziek ‘Auf Wiedersehen’ die Cor Denneman Heilscher liet klinken sterft langzaam weg. Het vizier is weer gericht op de werkelijkheid, helaas… ■

 

 

Tekst: Rob Hammink
Fotografie: Feriet Tunc
Bron: Telegraaf