VERTIKKEN OM TE SCHRIJVEN

Vertikken om te schrijven

Exclusieve artikelen van de Telegraaf redactie

Deze week werd een YouTube-filmpje van Gary Turk door miljoenen mensen bekeken. Hij klaagde dat de sociale media allesbehalve sociaal zijn. Hij zei: „Wanneer we onze computer aanzetten, sluiten we onze deuren.” En inderdaad: de hedendaagse mens raast met zijn duimen over een glasplaatje van de smartphone. E-mails zijn korte informatiedragers en worden vaak zonder overdenkingen afgevuurd. We schrijven amper meer meeslepende brieven noch pennen lieve woorden op een kaartje. Wat doet die verschraling met onze creativiteit?

Wie schrijft die blijft. Het was eeuwenlang een onwrikbare waarheid. De liefde, haat, teleurstellingen en hoop van mensen leefden door in de brieven die aandachtig waren vastgelegd in inkt. Koddige kaartjes stonden op de schoorsteenmantel en koude contracten werden met sierlijke letters getekend. Én de serveerster kliederde de bestelling ‘spareribs en bier’ op een notitieblokje. Toen was schrijven nog heel gewoon.

Volgens het bordje op haar bedrijfskleding heet de serveerster van vanavond Victoria. Terwijl bestellingen door de gasten worden geplaatst, tikt Victoria met een plastic naald op het zwarte doosje ter hoogte van haar navel. ,,Ja dat gaat direct naar de computer in de keuken. Heel handig. Kunnen de koks ook geen briefjes meer kwijtraken.”

Grafologe en psychologe Maresi de Monchy: „Schrijven stimuleert de coördinatie tussen de linker- en rechterhersenhelft.”

Je zou zeggen: wat een verschraling, we gaan met z’n allen letterlijk naar de knoppen. Maar de zegen van de digitalisering wordt door steeds meer beroepsgroepen omarmd. Zo laat de pezige alchemist van Vogel Apotheek weten dat hij eindelijk de recepten van huisartsen kan lezen. ,,Vroeger moest je vaak bellen wat de medische collega nu eigenlijk bedoelde.”

Alles gaat sneller, directer, misschien wel oppervlakkiger sinds de intreding van digiTale taal. Wat zijn de voor- en nadelen van de ommekeer in communicatie, sinds de intrede van de persoonlijke computer omstreeks 1980? Want de duimen helpen in 30 tekens liefdesrelaties om zeep, of worden duimend gestart.

In onze rondgang kloppen we aan bij ons nationale taalgeweten Jan Renkema. De Schrijfwijzer van de neerlandicus wordt nog steeds gezien als de Bijbel waarin de standaard voor juiste schrijverij is te vinden.

Handschrift van Johan van Oldenbarnevelt

Dat zelfs dit 65-jarige fenomeen, onlangs met emeritaat gegaan, afgleed tot digitaal niveau, is minimaal beangstigend en geeft aan dat het geschreven woord zijn langste tijd heeft gehad. Renkema verwijst naar www.schrijfwijzer.nl en naar zijn persoonlijke website janrenkema.nl. En als hij een afspraak maakt, speurt hij een datum af in de computer omdat bladeren in een agenda zo’n gedoe is.

Renkema vertelt: ,,Het is waar dat met het wegvallen van het schrift mensen sneller en onnadenkender op elkaar reageren. Over snelle woorden en de gevolgen van die woorden wordt niet echt meer nagedacht. Als je goed wilt communiceren, moet je een bepaalde afstand houden en je kunnen verplaatsen. Neem iets simpels als het woord auto. Voor de een, die net van een autoshow terugkomt, heeft het een prima associatie, maar de ander, die net zijn familie heeft verloren in een auto-ongeluk, is het woord beladen.”

Neerlandicus Jan Renkema: ,,Wees eerlijk: er werd vroeger ook wel wat afgezeverd op al dat papier.”

Renkema kiest zijn woorden zorgvuldig. Niet voor niets was hij assistent-secretaris van de commissie Duidelijke Taal toen Anne Vondeling in de jaren zeventig voorzitter van de Tweede Kamer was.

“Ambtenaren moesten toegankelijker leren schrijven en ik moest analyseren of er geen fouten in de Kamer-vragen stonden.”

De politieke verbalisant van taalmissers veert op. ,,Ik heb in 1975 zelfs de troonrede mogen herschrijven. Het moest simpeler zodat iedereen begreep wat er werd gezegd.”
Renkema mag dan zuivere en handgeschreven geschriften verdedigen, hij ziet ook voordelen van de nieuwe tijd.

Al die e-mails, smsjes, appjes en twittercontacten zijn een nieuw medium geworden en dienen een doel. Bovendien wijst hij erop dat de mens zich wil onderscheiden. ,,Vroeger was dat in het handschrift. Maar nu zie je dat iemand een eigen, terugkerend icoontje, kiest of een eigen aanhef als ‘dag dag’ of ‘getekend met sportieve groet’. Een groot voordeel is ook dat mensen steeds gerichter een boodschap kunnen overbrengen. Wat wil je als je maar 140 twittertekens tot je beschikking hebt? Dat dwingt tot direct en concreet zijn, want wees eerlijk: er werd vroeger ook wel wat afgezeverd op al dat papier.”

Als Renkema ziet dat we nog twijfels hebben en een snelle dood van het geschrift voorspellen, grijpt hij in: ,,Onze taal kan wel tegen een stootje, wees niet bang. We zouden eigenlijk taalprijzen moeten gaan uitschrijven voor de beste smsjes of facebookpagina’s.
Taalpurist Renkema ziet het allemaal zonnig in. De taal wordt korter en zakelijker, maar dat heeft geen gevolgen voor onze diepgang.

Daar heeft de schrijver Nicholas Carr, schrijver van de veelbesproken essay ‘Maakt Google ons dommer?’, een andere mening over. Als internetverslaafde merkte de Amerikaan dat hij geen grote lappen tekst meer kon verwerken en sneller was afgeleid. ,,Alles moest snel en kort.” In zijn boek ‘Het Ondiepe’ reist hij door de geschiedenis van het schrift en laat zien hoe iedere nieuwe technologische ontwikkeling iets doet met onze hersencapaciteit. Zo gingen we na de komst van de schrijfmachine heel anders denken. Eigenlijk stelt Carr dat iedere vooruitgang meestal een achteruitgang is van ons geheugen, voorstellingsvermogen, creativiteit en intellect.

Dat schrijven mensen veel alerter maakt dan getik op een computer wordt bevestigd door onderzoek aan de universiteit van Princeton. Studenten die aantekeningen maken met de pen bleken zich veel langer en gedetailleerder de stof te herinneren.

Onze vervlogen schrijfgeschiedenis is nergens beter vastgelegd dan in het Nationaal Archief te Den Haag waar dr. Paul Brood gedreven de catacomben doorspit. Hier lees je, neergekrabbeld in regelmatige zinnen, het recht dat de VOC werd verleend om wereldwijd handel te drijven en desnoods geweld te gebruiken. De eerste Grondwet wordt zonder veel poeha uit een kartonnen doos gehaald. De ruggengraat van onze democratie. Over de oprukkende digitalisering kan Brood kort zijn. ,,Het heeft zo zijn voordelen. Je kunt veel makkelijker zoeken dan in deze kilometers aan papier. De afspraak is dat de overheid in 2017 volledig de digitale weg heeft ingeslagen. Dit archief zal in fysiek opzicht steeds minder groeien.”

Ergens in een onpersoonlijke stellage staan tientallen dozen waarin het leven van ons nationale Vadertje Willem Drees verborgen zit. ,,Drees bewaarde veel. Kijk hier een brief van zijn vriend, de beroemde landbouwminister Sicco Mansholt die Drees gelukwenst met zijn honderdste verjaardag in 1986. En deze is ook prachtig. Een brief van scribent Willem Oltmans aan Drees.”

We lezen en al in de eerste regel wordt duidelijk dat het beleid rondom de zelfstandigheid van Indonesië de twee mannen uit elkaar dreef. ‘Geachte heer Drees, U blijft zwijgen. Mijn minachting voor u neemt met der hand toe…’.

Brood zegt het met een milde glimlach waarin nostalgie ligt besloten. ,,Het is zeer de vraag of dit alles bewaard zou zijn als deze brieven e-mails waren geweest.”

Langzaam beginnen de effecten van een wegvallende kwaliteit door te dringen. Minder training van de hersenen, verzakelijking waarbij geen ruimte is voor eigen emoties. Die zijn namelijk voorgeprogrammeerd in icoontjes. Ook geen tastbare vastlegging meer waar je eeuwen later doorheen kunt snuffelen. Geen archiefkasten vol met handgeschreven kaartjes van Wiegel of de Koningin of allang vervlogen VOC-klerken. Geen rustige gang naar de brievenbus om te kijken of iemand aan je heeft gedacht tijdens jouw ziekte. Nu word je iedere minuut gedicteerd door een piep omdat er een bericht binnenkomt. De wereld zal gevangen worden op onpersoonlijke surfers in onpersoonlijke gebouwen.

Mevrouw Maresi de Monchy is grafologe én psychologe. Als forensisch schriftexpert wordt haar kennis vaak door het openbaar ministerie ingeroepen. Handschriften hebben voor haar geen geheimen. Waar psychologische testen uitwijzen of iemand stressbestendig, sociaal vaardig, intelligent en een leider is, heeft De Monchy genoeg aan een paar handgeschreven zinnen. ,,Ik heb jaren voor een groot bedrijf gewerkt en daar zei de president-directeur tegen mij: ‘Als De Monchy op basis van een handschrift vindt dat we iemand niet moeten aannemen, doen we dat niet’.”

De charmante vrouw is zeer uitgesproken. ,,Als zelfs handtekeningen digitaal worden, zal de criminaliteit alleen maar toenemen. Je hackt een handtekening en klaar ben je. Maar ik maak me nog grotere zorgen als het handschrift helemaal gaat verdwijnen. Het feit dat mijn beroepsgroep steeds minder werk zal hebben, staat niet in verhouding met de maatschappelijke zorg die ik voel. Schrijven stimuleert de coördinatie tussen de linker- en rechterhersenhelft. Die ontwikkeling is essentieel voor kinderen tussen de vier en twaalf jaar. Nu al zie je dat mensen van amper vijfendertig overspannen en depressief zijn. Zijn dit de eerste voortekenen van de tikkende generatie?”

We geven haar een brief van de beroemde raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt die we van Nationaal Archief mochten kopiëren. Zonder zijn naam te weten, analyseert De Monchy ingespannen de krabbels. Ze zegt: ,,Handschriften zijn altijd een afspiegeling van hun tijd. In de jaren zestig van de vorige eeuw, toen we steeds zelfbewuster werden, schreef de mens minder schuin. Men boog letterlijk minder voor de gevestigde orde.” Ze tikt op het schrift van de raadpensionaris die in 1619 werd onthoofd en zegt: ,,Een oud handschrift. Niet in lijn met de toen geldende schrijfmores. Dit is een man die sprankelend was. Nerveus, geïrriteerd soms. En hij was een individualist en zeer veelzijdig. Dat zie je zo.”

De laatste woorden van Johan van Oldenbarnevelt waren: ,,Maak het kort, maak het kort.” Niet wetende dat bijna 400 jaar later, in het digitale tijdperk, alles draait om kort, korter, kortst.