Afwisseling in Andorra

Eerlijk is eerlijk: Waar Andorra precies lag? Geen idee. Ergens ingeklemd in de Pyreneeën. En de naam was volgens een vluchtige inschatting niet meer dan een exotische combinatie van het Franse ‘adorer’ (liefhebben) en het drankje Madeira (goed voor ossenstaartsoep). Oh ja. Én het was een belastingparadijs waar de benzine en sigaren goedkoop zijn en inwoners geen inkomstenbelasting betalen. Een soort ideale staat dus.

Zin om te skiën in Andorra? Het verzoek gleed voorbij aan mijn algemene kennis van de wereldbol. Skiën tussen de Gucci-tassen en Rolexen? Daar kom je niet op. „Zeer sneeuwzeker daar en met driehonderd zondagen een mooi gebied”, aldus het vakantiegeweten van deze krant. Een week later reed de bus drie lange uren vanaf het vliegveld Barcelona naar het ministaatje, een prinsdom van 468km2, twee keer de gemeente Amsterdam. Het werd volgens de overlevering gesticht door niemand minder dan Karel de Grote om islamitische Moren op veilige afstand van het christelijke Frankrijk te houden. Aan het roer staan momenteel twee co-prinsen, waarvan de Franse president Hollande er een is en de bisschop van de Spaanse stad La Seu d’Urgell de ander. Ze hebben beiden een vertegenwoordiger in Andorra. Exotische politieke verstrengelingen op 1900 meter, hoe ingewikkeld kan het leven zijn?
Maar we komen niet voor historische verhandelingen. We komen voor de sneeuw, voor de grillige puntige bergen. En die zijn er volop! In het skiseizoen altijd sneeuwzeker bepoederd en uitdagend. De zon brandt op de gezichten van twee bleke Russische medepassagiers, die ook zijn ingevlogen. In slecht Engels leggen ze uit dat veel landgenoten afreizen naar Andorra. „Voor het winkelen en ook wel een beetje skiën.” Langzaam worden de economische contouren van het vorstendom duidelijk. Winkelen en wintersport. Als we rondslenteren komen we Davidoff-verkoopster Carme Vila Fusté in de hoofdstad Andorra la Vella tegen: „We hebben veel Russische klanten. Die trend begon een jaar of tien geleden. Toen kwamen de echt puissant rijken, die pakken met cash op de toonbank legden. Het maakte allemaal niet uit hoe duur het was. Tegenwoordig zijn het families en de middenklasse. Lomp?” De vrouw kiest haar woorden zorgvuldig want het gaat hier wel om een zeer gerespecteerde groep klanten, die de terugval van de Britse bezoekers compenseren. De 35.000 toeristenbedden van het land moeten namelijk wel vol. „Ze zijn wat directer.” Bij de buren waar ze parfums verkopen weten ze te vertellen dat de Russen nog steeds goed in de slappe was zitten. „Velen komen zonder skikleding, schaffen het aan, skiën twee dagen en geven het dan aan het hotelpersoneel.”

De winkelstraten als Avinguda Meritxell en Avinguda Carlemany meanderen, neon verlicht, door de stad. Veel van hetzelfde. Kledingzaken, parfumeries en ondernemers die camera’s, verrekijkers en scheerapparaten verkopen. Exclusieve merken als Louis Vuitton zitten verstopt in kleine zaken. De prijzen vallen tegen. Niet veel goedkoper dan de mediamarkten van deze wereld. Rookwaar en drank zijn inderdaad opvallend beter geprijsd. In de zijstraatjes zitten opmerkelijk goede restaurants. Voor de avonturier die de geplaveide paden durft te verlaten, biedt de stad onverwacht leuke zwerfsteegjes. Alhoewel avontuur… „Geen gevaar hier. Andorra is het veiligste land van Europa.” Aan de unie hebben de Andorrezen zich nooit gewaagd, wel aan de euro.

Volgens de wetten der natuur dient de avond zich weer aan. De lonkende besneeuwde toppen lossen op in de duisternis van de smalle vallei. Morgen gaan de lange latten onder, maar nu is het tijd voor de trots van Andorra La Vella: spa-resort Caldea. Het futuristische gebouw is een glazen mix tussen een piramide en een Amerikaanse Halleluja-kerk. Het ding steekt fel verlicht imponerend af tegen de wat saaie bebouwing en zit vol met restaurants, zwem- en bubbelbaden. In één drijven rode grapefruits die we maar verzamelen en terugbrengen naar het restaurant. „Ze liggen er bewust”, zegt de uitbater. „Goed voor je lijf en leden.”

De omgekeerde wereld van eerst ontspannen en dan skiën wordt de volgende dag weer overeind gezet als we afreizen naar het kleinere skiresort Vallnord in het westelijk deel van het land. Het gebied is vervolgens weer te verdelen in Arcalis, waar het alpineskiën en free-ride centraal staan en het andere gebied heet Arinsal, een wat makkelijker en glooiender terrein. De infrastructuur is opvallend goed. Liften zijn nieuw en snel. Toch geven veel bezoekers zich over aan ‘Rando’, sneeuwlopen. Met vellen onder je ski’s naar de top en dan skiënd naar beneden. Ondanks de geringe sneeuwval is het prima skiën. Iedere nacht weer zorgen mannen dat het witte goud op de juiste plaatsen terechtkomt. Witte pistes met hier een daar de juiste uitspanningen, vaak opgetrokken uit charmant hout. In de betere bergrestaurants bewijst de vorstenstaat dat ingeklemd zitten tussen de twee reuzen: Spanje en Frankrijk, ook zo zijn culinaire voordelen heeft. Franse kazen worden dankbaar met Spaanse wijnen en zelfs een lokale champagne-achtige weggespoeld.

De terugweg naar Andorra La Vella, met hier en daar een Romaans kerkje langs de kant van de weg, heeft als tussenstop Ordino, een lieflijke plaats waar vrouw Holle zou kunnen wonen. Huizen zijn opgetrokken uit ruwe stenen en daken zijn belegd met leisteen. Nu ben ik niet zo van de musea, zeker niet tijdens een wintersport, maar toegegeven: als je bijvoorbeeld je voet hebt verzwikt is het Areny-Plandolit 17e-eeuwse familiehuis een goed voorbeeld dat het land ook veel te bieden heeft als je even de lange latten aan de wilgen hangt of teveel van die champagne-achtigen hebt weggetikt. Het robuuste, donkere huis geeft een meeslepend inzicht in het kleurrijke vervlogen leven van de baron don Guillem Areny-Plandolit. Hoe hij zijn eerste schreden op het pad van de tandheelkunde zette en hoe hij sliep en baadde. Niets is toevallig in dit leven. „Het was er in de winters altijd erg koud”, zo herinnert zijn achterkleindochter, Carolina d’Areny-Plandolit, haar jeugd. De charmante vrouw zwaait momenteel de scepter over het ‘andere’ skigebied in Andorra, Granvalira en dus wordt het vizier voor morgen op de

205 kilometers pistes daar gericht, de langste sneeuwuitdaging in de Pyreneeën.
Carolina heeft volgens de wetmatigheid noblesse oblige niet gelogen. Het gebied in het oosten heeft alles wat een gebied moet hebben. Andorra krijgt meer en meer voordelen van de oorspronkelijke twijfel. Veel blauwe afdalingen waardoor ook beginnende skiërs de sensatie van een hoger terrein kunnen beleven, maar tegelijkertijd ook uitdagend ‘rood’ en ‘zwart’. En weer dat goede eten overal. Hoe het allemaal zover heeft kunnen komen? Kijk, dat wordt duidelijk in het grensplaatsje (met Frankrijk) Pas de la Casa. Ski-kampioen en driftig ondernemer Fransesc Viladomar opende hier in 1957 de eerste skilift van het land. De motor van een vrachtwagen dreef de opgaande stoeltjes aan.
Het gelaat is gebruind en de benen en rug moe. Zo’n bubbelbad met grapefruits, zonder Russen, zou welkom zijn. Ditmaal wordt de zeer exclusieve SportWelness Mountain Spa in Soldeu uit de hoge hoed getoverd. In het bubbelbad op 1800 meter uitkijken over de skiënde medemens en straks een diner in een restaurant met Michelin-ster. Hoe prettig kan het leven zijn. Andorra: veel meer dan Gucci-tassen en Rolexen. Het vorstendom is misschien klein, maar wel erg fijn. De kabouter blijkt een waardige tegenstander van reuzen als Frankrijk en Oostenrijk te zijn en het ligt vliegend en rijdend niet veel verder weg.

Alleen maar goed nieuws. Toch zit er een frons in het voorhoofd van de kersverse minister van Toerisme, een oud-marketingman, die de post in zijn schoot kreeg geworpen. Francesc Camp Torres zegt: „De crisis in Spanje straalt op ons af. We hebben een grote overheidsschuld, 35% van het bruto binnenlands product. Maar nog altijd beter dan België waar het 100% is…” De minister zoekt en zoekt naar nieuwe kansen voor Andorra om skiconcurrenten als Turkije en Slovenië voor te blijven. Als we het toverwoord casino laten vallen, veert de 44-jarige man op. Hij maakt bedachtzaam een aantekening. „Een casino. Het zou wel passen in de sfeer hier. Skiën, winkelen en een gok wagen.” Het is nu wachten op de nieuwe slogan: Andorra, de speeltuin van Europa.

Bron: DE TELEGRAAF REISKRANT – ZATERDAG 29 DECEMBER 2012
Geschreven door: Rob Hammink

PDF