Milaan 1995 Jun06

Tags

Related Posts

Share This

Milaan 1995

Uit een donkere hoek van de dom kwam hij geschoven,
een vermoeid lijf gesteund door twee krakende krukken.
Zijn gehele leven was in Gotiek gevangen.
Langzaam kwam oude wijsheid voorbij.
Aan de gekromde neus hing een gewijde druppel.
Voordat hij Christus groette, keek hij mij aan,
lijnen van het grote gelijk kruisen zijn gelaat.
Zijn ogen brandden in mijn ziel, hij zag alle leugens;
en toen hij verder schoof, voet voor voet
nam hij peinzend een moment in acht.
Door de druppel heen zag ik Jezus, zijn Heer,
vervaagd, maar stralend in vloeiende inspanning.
Zo schitterend boven het altaar, goddelijk verlangen.
Don Giovanni Lattuada was op weg naar zijn biechtstoel,
zoals iedere dag overspoeld met de wereld van daarbuiten.
Het rode lichtje in de kantelen van zijn kleine houten hut
liet weten dat de Don zich boog over zonden der mensheid:
van 3 tot 5.
Daarna schuifelde hij terug de duisternis in,
maar niet zonder de Heer te danken
voor de dag die hij verkreeg.