Verscheurd Vietnam klaar voor toerisme Nov13

Tags

Related Posts

Share This

Verscheurd Vietnam klaar voor toerisme

Land van de glimlach..

Slider-Rob-Hammink-Vietnam-bloemenvrouwtje

Vietnam, land van de glimlach..

Vietnam, het verscheurde land, het land dat vele oorlogen kende, het land waar hamer en sikkel nog de politieke koers bepalen; dát land maakt zich op voor een prachtige toeristische toekomst. Ondanks alle verdriet blijven de mensen hun betoverende lach behouden, alhoewel de Vietnamees stukken directer is dan zijn directe buur…

door ROB HAMMINK

Ze roeit haar boot door het magische landschap van Halong Bay dat al eeuwen de ziel van schilders en schrijvers inspireert. Links en rechts rijzen rijkelijk begroeide rotspartijen uit het water van de Golf van Tonkin omhoog. Aan de kade liggen kwetsbare woonbootjes van de vissers die hier wonen ver weg van de ’beschaafde’ wereld en met gebaren uitleggen dat je octopussen het beste vangt in een theepot.

Ik weet niet hoe de dappere roeister heet. Ook niet waar ze woont. Onze talen ontmoeten elkaar nergens. Het enige dat ze doorlopend geeft, is haar mooie lach. En opeens is het duidelijk: het zijn niet het medeleven, de armoede, het geweldige eten, de littekens van de oorlogen en kolonisatie die hun soms navrante magie over Vietnam uitstrooien. Het is de lach die alles laat smelten en bruggen slaat tussen mensen. Het duurde ruim een week én duizenden kilometers voordat ik achter hét geheim van de Vietnamezen kwam. De charme van het land kon ik niet plaatsen. Natuurlijk kennen Thai, Indonesiërs en Cambodjanen ook allemaal hun lach; devoot, open en soms geheimzinnig. Maar die van Vietnamezen gaat hand in hand met opvallende directheid en is kristalhelder. Dat is knap als je de bloedige geschiedenis van het land bestudeert. Misschien is het wel respect voor de bevolking die de reis tot nu toe zo boeiend maakt.

Noord en Zuid-Vietnam. Ondanks dat het één geheel is waar hamer en sikkel de bevolking moet verbinden, hebben de Vietnamezen het nog altijd over de onzichtbare scheidslijn die op 17 graden noorderbreedte het land verdeelt. Noorderlingen zijn iets directer, zuiderlingen zachtaardiger. Voor de eenwording in 1976 behoorde Noord tot de Communisten en had Zuid een romance met het westen (lees: Amerika). Wat ze wel gemeen hebben: ze hebben het allemaal over Ho Chi Minh, de grote revolutionair die van 1954 tot 1969 president van Noord-Vietnam was.
Nog maar tien tot vijftien jaar geleden werden de deuren voor de buitenlander geopend. En daarmee kwam dat lange land aan de Golf van Tonkin en de Zuid Chinese zee binnen handbereik.

Het plan dat de reisorganisatie Talisman opstelde moest volgens de bedrijfsfilosofie gaan passen als een maatpak. En dat plan was gebaseerd op verschillende vormen van Vietnamees vervoer. Hoe kun je een land door? Een boot, de auto, het vliegtuig, lopend en natuurlijk op de lokale dierbare fiets, die hier heiliger is dan Boeddha zelf.
De hoofdstad, het momenteel 1000-jarige Hanoi, was de plek waar het maatpak begon. „Kijk uit voor de brommertjes”, had de receptioniste met moederlijke gevoelens gezegd voordat ik uit Maison Hanoi naar buiten stapte. Een understatement. Oversteken zonder op de verkeerslichten te letten, staat gelijk aan zelfmoord. Als drukke bakermat van het Vietnamese communisme herinneren desondanks nog veel gebouwen aan de oude koloniale Franse tijd. Er hangt hier en daar zelfs een geur van verse croissants in de vele steegjes.

Als we de volgende dag per auto naar Hoa Lu rijden komt de informatiemachine pas goed op gang. „Het was de eerste hoofdstad van Vietnam”, zegt de lokale VVV-geweten. „Hoa Lu lag in het eerste millennium strategisch genoeg om de invallende Chinezen tegen te houden.” Na twee uur zijn we er. „De tempel van de toenmalige keizer Dinh Tien Hoang staat daar.” Een kleine poort verschaft toegang tot het bouwwerk. De keizer moet van het goede leven hebben gehouden. Op de offertafel staat een blad met zalig ruikend vers bereid eten samen met een royale fles Johnny Walker en Vodka. Bij de poort zit inmiddels een vrouw met een eekhoorn in een kooitje. Het nerveuze beestje is binnen tien minuten verkocht. „We eten alles”, knipoogt de VVV-er.

De volgende dag doet het Amerikaanse culinaire wonder Daniel Hoyer in een bierkroeg (Vietnamezen zijn dol op bier nadat de Fransen in 1954 werden verjaagd) zijn zelfgeschreven boek ’Culinair Vietnam’ open. Op de hoek van Duong Thanh en Bat Dan, waar een glas bier 0,50 kost, vertelt de super-kok: „De Noord-Vietnamezen staan bekend als hondeneters. Ik heb daar niet zoveel mee, evenmin met slangen. Vietnamees eten is niet ’in your face’ zoals de Thaise keuken. Het is allemaal heel subtiel. In het noorden is het heel anders dan in het zuiden. In het noorden was lange tijd armoede. Dat proef je. Het is conservatiever. De porties vlees zijn kleiner. Het is zouter, soms bitter. In het zuiden is de keuken tropisch met veel vruchten en kruiden.

Noord en Zuid klagen over elkaar.” Als ik naar de fameuze loempia vraag, die vroeger vanuit een caravan achter de V&D werd verkocht, word de vraag gepast weggehoond. „Ze staan hier niet boven aan de kaart.”

Slider-Rob-Hammink-Vietnam-motor

„Slechts 125cc. Oude beestjes, maar ik koester ze” aldus de Australier

Tijd voor het vliegtuig. Op het trackingsysteem van Vietnam Airlines staat als bestemming volhardend Osaka. Gelukkig blijkt de cockpit wel over de juiste informatie te beschikken. Na landing op Danang wacht Marc Wyndham met twee onvervalste Minsk motoren. De hand van de Australiër is nog ruwer dan zijn berookte stem. „Slechts 125cc. Oude beestjes, maar ik koester ze.”

Dan: „Verwacht het onverwachte”, en weg is Marc. Op gepaste afstand van een kilometer volg ik ’s mans rookpluim twee lange dagen door een omgeving waar ooit de dood centraal stond: we volgen een deel van de Ho Chi Mingh Trail, de route waarlangs wapens, tanks, geweren en honderdduizenden soldaten van noord naar zuid werden vervoerd. Marc raakt niet uitgepraat over de ingenieuze Noord-Vietnamezen in hun strijd tegen de zuiderlingen. „Nu is het asfalt, maar toen waren het onverharde wegen waarover, tegen het einde van de oorlog 5.000 trucks per dag reden. De weg werd door 150.000 mensen onderhouden waarvan 85.000 vrouwen. Je zou kunnen zeggen dat de oorlog door hen is gewonnen. Er waren zelfs bruggen die net onder het wateroppervlak waren gebouwd.”

Via bergwegen slingeren we door het bosrijke gebied waar mensen non-stop blijven zwaaien. Schattige kinderen fietsen van school naar huis, allemaal een hoedje op en vaak een doekje voor de mond tegen ongewenste bruining van het gezicht. Af en toe wijkt de Aussie van de route af omdat hij een waterval, warmwaterbron of een dorpje met minderheden zoals de Ca Tu in het Truong Son berggebied weet. De nacht wordt doorgebracht in een simpel hotel met hard matras in Prao. Het maatpak is in ieder geval gevarieerd. In Hoi An neem ik weemoedig afscheid van de trouwe motorfiets no. 8 en van ’mate’ Marc.

Ruim tien jaar geleden kwam Hoi An op de Werelderfgoed lijst te staan en nu wordt duidelijk waarom. Er moeten vele slachtoffers zijn van ’agent orange’, de dioxine-troep die Amerikanen hier uitstrooiden om de bladeren van de bomen te laten vallen zodat de ’Rode vijand’ zichtbaar werd. „Tot in de derde generatie hebben mensen daar last van. Kinderen zijn verminkt, hebben geen ogen of geen ledematen,” zei een inwoner van het stadje, maar op een man in een rolstoel na is het stadje is een perfecte parel. Niet alleen omdat het lieflijke centrum autovrij is en vele kunstenaars er hun werkplaats/galerie hebben. Het is er vooral rustig, nog wel. De Aziatische buren hebben het ontdekt als uitje. Als het nieuwe vliegveld in Danang volgend jaar klaar is zullen er veertien directe bestemmingen in de regio bijkomen. De tandeloze vrouw die vruchten verkoopt zal nog meer geld gaan vragen als ze wordt gefotografeerd.

Slider-Rob-Hammink-Vietnam-tandenloos

Tandenloze vrouw in Vietnam

En toen bood het maatpak opeens een wereld waarin geen ruimte is voor imperfecties als harde motorzadels en verminkte mensen. Tegen het eind van de reis ging de hemelpoort open in het Nam Hai Resort, net buiten Hoi An, gelegen aan de Zuid-Chinese zee. En aan die Hemelpoort staat mr. Han, de butler van de villa. Mr. Han wil graag weten van welke muziek ik houd, en van welke wijn „Een Baron de Rothschild misschien?” Toen ik aan het einde van de avond vond dat mr. Han wel naar bed mocht, wilde hij eerst mijn slaapkamer klaarmaken voor de nacht. De kaarsen waren aangestoken, Erik Satie strooide zijn ’Le Fils des étoiles’ de kamer door en de Gin Tonic stond klaar. De Nederlandse chef-kok die hier de potlepel roert: „Het is duidelijk. Vietnam ontwikkelt zich in sneltreinvaart. Er gaan binnen de politiek stemmen op dat Saigon een tweede Singapore moet worden, met shoppingmalls en exclusieve hotels. Het communisme dat soberheid en gelijkheid dicteert, krijgt ook hier een ander gezicht. Het ooit verscheurde land heeft sowieso vele gezichten, maar slechts één lach, en die is tot nu toe kristalhelder.”

Bron: De Reiskrant

Klik om alle foto's uit deze reportage te zien

Klik om alle foto’s uit deze reportage te zien