Avontuur in de jungle

Maleisië – Kota Kinabalu – Avontuur in de jungle

Op motor door binnenlanden van Borneo

Borneo – Naar de binnenlanden van het magische Borneo op twee wielen. Het motorrijdersbloed van onze verslaggever raasde door zijn aderen. Modder, kiezels, diepe ravijnen, vleermuizen en slangen. Een rondreis over hét eiland dat ontdekkingsreizigers door de eeuwen heeft gefascineerd. Al met al de juiste ingrediënten voor een avontuurlijke nog nooit beleefde reis. Hoofddoel: de fameuze Ibanstam, voormalige koppensnellers, in de provincie Sarawak. Maar zware regens spoelden noodzakelijke routes en bruggen weg. Een verslag uit de overstroomde jungle.
De vochtige zoete geur van het tropisch regenwoud is niet in te halen. Ze is overal en reist mee met een snelheid van tachtig km/u. Ze kleeft letterlijk aan me terwijl scherpe stenen door de rode aarde worden afgeschoten. De speciaal gemonteerde terreinbanden van de motor zoeken nerveus hun smalle weg. Een fatale fout en ik kan als slachtafval ter plekke de vruchtbare grond in.
Soms, heel soms, is er pauze en rust. Dan verstomt het lawaai van de 150cc lichte, maar trouwe Chinees waar ondertussen de nummerplaat, achterlicht en spatbord vanaf zijn getrild. De Maleisische jungle laat dan zijn schoonheid zien en horen.
Het groen van de bladeren vind je in geen enkele doos van Caran d’Ache, het blauw van de lucht trouwens ook niet. De wind ruist en de krekels rijgen hun ongenoegen aan elkaar met een protestlied. Het klinkt bijna als een aanklacht tegen de indringers.
Maar we moeten door en door in dit afgelegen gebied van Borneo. Er is een doel te halen, vier dagen van hier, diep weggestopt in de provincie Sarawak. Daar ligt Long Napir waar de Penanstam – vredelievende nomaden en verzamelaars – leeft volgens de leer van de ’Molong’ die stelt: ’neem nooit meer van de jungle dan je nodig hebt’.
Plotseling staan er kleine borden met amper zichtbare rode pijlen. Ze wijzen volstrekt onnavolgbaar naar links of naar rechts. Later zal blijken dat ze de route van zware opleggers reguleren, die nemen nogal een ruime bocht. Het gezicht van het regenwoud verandert nu per afgelegde kilometer.
De wegen worden breder, de lucht donker. Dipterocrap-bomen zijn verdwenen. Hier hangt houtkap in de lucht. Regenwoud wordt gesloopt, óók voor onze vloeren en hardhouten kozijnen. De stenen op de route hebben plaatsgemaakt voor fijn zand dat je vindt in de Sahara.
Een vrachtwagen komt op hoge snelheid de bocht om en laat een dikke mist achter. Uit die mist komt de volgende vrachtwagen recht op me af, beladen met boomstammen. Een kwetsbare motorrijder versus een vijftigtonner. Twee mannen moeten kiezen en ze kiezen beiden voor rechts. De lijn tussen leven en dood wordt steeds dunner.
Het is nu twee jaar geleden dat ik Marco Brand van Motortrails ontmoette op de vakantiebeurs. Hij viel op met zijn oude doorleefde Royal Enfield Bullet, een klassieke motorfiets, die nog dienst doet in India. Marco organiseert avontuurlijke reizen en na het uitwisselen van drie woorden mocht ik een keer mee.
Naar India Kashmir of naar Vietnam of Oeganda. „Zeg het maar.” Het kwam er nooit van. Twee maanden geleden meldde de tanige man zich weer. „Ik heb een pilotreis naar Borneo in de aanbieding. Ik weet niet of het wat wordt en ook niet wat er mis gaat. We proberen met een groep mannen een route uit te zetten. En als het iets is, doen we het vaker.”
Volgens het losse programma begonnen de mannen in Kota Kinabalu en staken vanaf Menambuk met de ferry over naar het obsceen rijke Brunei, waar de olie uit de grond spuit als je een aardappel poot. In Miri, op de derde dag van hun reis, zou ik ze ontmoeten en de motor krijgen.
Stewardessen van Malaysia Airways krijgen het voor elkaar om op 30.000 ft de beste satés te serveren. Ik word voldaan afgezet in Kuala Lumpur. Van daaruit vlieg ik naar Miri, het weinig karakteristiek stadje aan de kust van de Zuid-Chinese zee. Een in aanbouw zijnde shopping mall (wat is het leven zonder shopping mall) en tientallen restaurantjes bepalen het straatbeeld.
Kleine hotels verhuren ook kamers per uur. De sfeer is een beetje groezelig. Om de tijd te doden, ga ik naar binnen bij Bersih Sihat, volgens het uithangbord een degelijke spa. Ze zegt dat ze no3 heet en geeft de beste en hardste massage ooit. Denk je dat je alles hebt gehad, steekt no3 een brandende kaars in je oor. ,,Om het vuil uit je hoofd te halen”, zegt de vrouw uit Beijing.
Ze is een kwartier later zichtbaar tevreden met de oogst. Ondertussen ploegen de verkennende mannen door zware moessonregens in Brunei. Zeven motormuizen met een hart voor avontuur. Dat kan niet stuk. „Het is echter een weinig levendig groepje”, zegt de Belgische gids als ik hem ontmoet in hotel Ocean Pacific.
Ik noem het achteraf liever een kleurrijk groepje. Er is de lachende Boeddha, een corpulente wiskunde leraar, die de achterkant van zijn lach laat zien als hij een cijfermatig raadsel moet oplossen.
Dan hebben we de reserve-officier met staalharde ogen; de christen uit Assen die per se op de derde positie moet rijden; de altijd grappige onroerend goed magnaat die zich voorstelt als loodgieter; een geheimzinnige graficus die weinig spreekt; de Belgische advocaat die zichtbaar lijdt onder de politieke chaos in zijn land en niet te vergeten de uiterst sympathieke analist Ad, de enige zonder offroad-ervaring. „Het landschap schijnt mooi te zijn, maar ik zie weinig omdat ik op de weg moet letten. Vermoeiend, maar spannend.”
Na 190 kilometer, wat omwegen en directies van de lokale bevolking komen we de volgende dag eindelijk aan in Long Bedian. De modderpoelen in het centrum van het gehucht voorspellen niet veel goeds voor de komende dagen. De natte en droge seizoenen laten zich op dit twee na grootste eiland ter wereld ook niet meer voorspellen.
Het aggregaat wordt gestart voor de orang putih (witte man). Het regenwater stroomt in onze homestay langs de elektriciteitsmeter. Een plastic zak moet kortsluiting voorkomen.
De kaart dicteert de volgende dag, via het plaatsje Long Terewan, het indrukwekkende Mulu National Parc dat op de werelderfgoedlijst staat wegens de grootste grotten ter wereld, die pas enkele decennia geleden werden ontdekt. Drie miljoen vleermuizen hebben er hun heil gezocht.
„Iedere vleermuis eet dagelijks vijf gram insecten, in totaal vijftien ton”, weet de lokale gids. Het groene natuurwonder is slechts bereikbaar per boot. En zo zakken we met een longboat door het modderige water de Terawan-rivier af. De regen twijfelt. Soms strooit de lucht water uit, soms is het droog. Na twee uur doemen in een brij van donkere wolken eindelijk de grillige contouren van Gothham jungle op.
Nu begrijp ik waarom Borneo door de eeuwen heen altijd zo’n aantrekkingskracht op ontdekkingsreizigers heeft gehad. De neusaap kreeg ooit de bijnaam ’monkey Belanda’, in goed Nederlands Nederlandse aap, Ze lijken veel op de eerste missionarissen die aankwamen: grote neus en dikke buik. En nog steeds worden er onbekende dier- en plantensoorten gevonden, zoals onlangs een mini-kikker.
nNederlanders. Je zou het bijna vergeten, maar ze zijn overal. Ook in Mulu. Jeannine van den Boer is samen met haar vriendin Annet van Heertum al weken onderweg. „We hebben de mannen thuisgelaten. Die zijn niet zo van het avontuur”, aldus Van den Boer. Ze laat trots de leech socks zien die ze via internet bestelde. „Daarmee houd je de bloedzuigers van je lijf.” Dan vertelt ze bij wijze een juist welkom dat er een gekko op de badkamer zat. „Zo groot als een mini-krokodil.”n
Een natte tocht door de jungle brengt ons eind van de middag bij de inderdaad indrukwekkende Deer Cave. De zon houdt het voor gezien en zittend in de regen zijn we getuige hoe de vleermuizen in grote groepen de nacht infladderen. De mannen gaan de volgende dag naar de Clearwater Cave en Wind Cave. Bovendien staat er ’s werelds langste canopywalk op het programma.
Boomtoppen zijn aan elkaar geregen door een smalle brug van planken en touwen. Ik laat het wankele perspectief van de vogels aan me voorbijgaan. De volgende dag wacht een zware route naar Long Napir, een afgelegen Penang-settlement dat alleen is te bereiken via jungletrails en moeilijke rivieroversteken. Maar de natuur beslist anders.
De hemel breekt twaalf uur lang open en het grootste gedeelte van Sarawak, ’het land van de neushoorvogels’, komt onder water te staan, de brug tussen Long Seridan en Long Napir is ingestort, zo meldt de tamtam. Onze dappere half-Portugese motorgids Brandon met de toepasselijke achternaam Miles zagen we de afgelopen dagen niet anders dan in stoere motorkleding, maar de ochtend van vertrek, doemt hij op in onderbroek. Het huisje waar hij sliep is volledig ondergelopen. „Al m’n kleding is weggespoeld.”
Er moet een noodplan komen, zoveel is duidelijk. Het mag dan een pilotreis zijn, maar dieper de jungle in is onverantwoordelijk. Er zit niets anders op: we moeten terug met de boot naar Long Terewan waar de Chinese middenstander nog steeds zijn t-shirt aanheeft met vijftien redenen waarom je bier boven vrouwen moet verkiezen. Het argument: bier wordt niet jaloers als je nog een bier neemt, spreekt boekdelen.
Alle motoren en het illustere gezelschap worden op een nog langere longboat van staal gezet. De nieuwe route zal naar Long Lama gaan. Daar verstrijkt de dag in litanie. Op de hoek van Jl. Layang Layang en Jl. Lee Kai Tai probeer ik de familierelaties tussen de scharrelende honden te ontdekken, om de tijd te doden.
Enige voordeel van deze alternatieve route: nu staat ook voor mij de Islamitische hoogburcht Brunei op het programma. Het bijzondere oliesultanaat wordt geheel omringd door Borneo. Iedere vergelijking met een mini-Dubai is onterecht. De sultan mag dan de rijkste man ter aarde zijn en zijn vermogen delen met zijn bevolking (gratis medisch verzekerd, gratis onderwijs en goede infrastructuur), maar het land schreeuwt de rijkdom niet uit.
Oké. De huizen zijn indrukwekkender dan bij de Maleisische buren en de bevolking bezit gemiddeld twee auto’s per huishouden, maar daarmee houdt het wel een beetje op. Aan de horizon van al het groen fakkelen torens voor Shell het gas af. Als de volle maan verdwijnt achter de gitzwarte lucht, dient de nacht zich aan.
We stranden wegens gebrek aan benzine. Lastig. In Brunei verkopen ze geen brandstof aan Maleisische motoren, ook niet als er Nederlanders opzitten. Schermen dat Shell een heuse Nederlandse basis heeft, maakt geen indruk op de pompbediende. Een automobilist is welwillend om benzine te tanken, die we vervolgens als dieven in de nacht met een slang uit zijn tank overhevelen in lege flessen.
Eindelijk terug in Maleisië, in Limbang. Ook weer niet echt charmant. Borneo moet het vooral hebben van de natuur, zo lang die er nog is.
Morgen, in Long Lawas scheiden onze wegen zich alweer. Ik ga naar Kota Kinabalu, de hoofdstad van de staat Sabah, ’het land beneden de wind’ en terug naar de blauwe enveloppen in Nederland. De mannen blijven nog twee weken en proberen Maliau Basin, een stuk ongerept tropisch regenwoud, te bereiken.
Of het lukt is een groot vraagteken. De Belgische reisleider heeft besloten om mijn motor te verruilen voor het slechtste exemplaar met uitgelubberde ketting en vreemde geluiden in het frame. Maar hij bedenkt zich later. Een journalist die zonder back up strandt, daar zit ie ook weer niet op te wachten. Eindelijk alleen. Geen grappen, geen grollen, geen steken onder water. De motor, de vochtige omgeving, het asfalt en ik. Borneo op z’n best.
Marc Neyts maakt zijn opwachting in KK. Hij bleek achteraf al die tijd het veilige thuisfront te zijn geweest. De van oorsprong Brabander, beter bekend als Buffelo Bill, zeeg een jaar geleden hier neer en trouwde met een Kadazan vrouw. „Die bijnaam ontstond omdat ik als bruidsschat twee buffels moest inleveren bij de schoonfamilie. Mocht dood of levend.”
Met trots laat hij zijn nieuwste loot aan zijn avontuurlijke boom zien: „Ik wil in de voetsporen van de arts A. W. Nieuwenhuis het echte donkere hart van Borneo in, het Mullergebergte over en zien hoe traditionele Penehing Dayaks nog leven. Het wordt een zware tocht. Ga mee als je wilt. Het is een pilot, een groepsreis.” Ik beloof de enthousiaste ondernemer dat ik er serieus over na zal denken.

Reiswijzer
Wij vlogen met Malaysia Airlines ( www.MalaysiaAirlines.com), die dagelijks vanuit Amsterdam naar Kuala Lumpur een lijn onderhoudt. Ook vanuit KL naar Miri is een dagelijkse vlucht.
Voor avontuurlijke motorreizen, in de vreemdste uithoeken van de wereld, kun je terecht bij MotorTrails ( www.motortrails.nl).

Sabah
Kota Kinabalu is de hoofdstad. Hier komen veel backpackers naartoe op het begin of aan het einde van hun rondreis. Het Sabah Museum is een bezoek waard als je tijd hebt.

Sarawak
Kuching is een leuk stadje van waaruit je mooie dingen kunt opzoeken. Bezoek het openlucht museum en ga naar het Semenggoh Nature Reserve and Rehabilitation Centre waar ze Orang Oetans opvangen. Bako NP is echt prachtig en vlakbij Kuching. De locale bus doet er 45 minuten over en dan moet je nog 10 minuutjes met de boot. Dit is een mooie plek om oog in oog te staan met Neusapen en veel vleesetende planten. De Niah caves en Mulu National Park zijn hoogtepunten, maar lastiger te bereiken.

Poring
Poring is een plaatsje met heetwaterbronnen dat verderop in het park ligt. Met de bus ben je een uur onderweg om er te komen. De Japanners hebben er baden gebouwd. Geen grote zwembaden maar okselhoge stabakken. In dit gebied kun je ook een wandeling maken tussen de boomtoppen en de raflessia zien (als je geluk hebt).

Kinabatangan rivier
Een meerdaags verblijf aan de Kinabatangan rivier is een absolute aanrader. Je gaat een paar keer per dag de rivier op met een bootje in de hoop beesten te zien. Dit is waarschijnlijk je enige kans om een Orang Oetan in het wild te zien! Verder zijn er neusapen en nog een paar andere apensoorten, veel vogels en kaaimannen. Wanneer je heel veel geluk hebt kun je de Borneo Pygmee Olifanten zien!

Sipadan
Sipadan is een van ’s werelds top duik/snorkel locaties. Alle accommodatie is van het eiland verbannen om het rif te beschermen. Ook zijn er beperkte plekken beschikbaar voor duikers en snorkelaars. In het hoogseizoen moet je echt vooruit boeken! Maar het is absoluut een van de mooiste plekjes op de wereld om onder water te kijken!

Sepilok
Sepilok is 25 kilometer buiten Sandakan en wordt voornamelijk bezocht om zijn orang oetan-centrum.
In het centrum vangen ze (voornamelijk jonge) orang oetans op die verweesd zijn geraakt of toch geen geschikt huisdier bleken te zijn. De jonge apen moeten gestimuleerd worden om hun eten te gaan halen op een platform in de jungle. Hiervoor moeten ze klimmen en slingeren en hun angst voor het bos verliezen, terwijl de makaken het eten proberen te stelen.

Mount Kinabalu en National Park
Vrijwel iedereen gaat hierheen om in twee dagen naar de top van de hoogste berg van Zuidoost-Azië klimmen. Het is een relatief makkelijke klim. Onderschat het echter niet. Hoogteziekte kan parten gaan spelen en wanneer het bewolkt is of zelfs regent kan het laatste stuk levensgevaarlijk zijn!
Het graniet is spekglad en je loopt er in het donker zonder relingen. Maar wanneer je op een heldere dag (of moment) op de top staat is dat zoals een top moet zijn! Het park heeft ook andere wandelingen, een botanische tuin met de duurste en de kleinste orchidee ter wereld.

Bron: De Telegraaf – Op motor door binnenlanden van Borneo
door: ROB HAMMINK

Slider-Rob-Hammink-Borneo-Motor-backpack

Klik hier om alle foto’s uit deze reportage te zien