Klettersteig in de Dolomieten

Bungelen aan een ‘ijzerdraadje’

Reinhold Messner

Reinhold Messner

Wil je een Klettersteig proberen?” De vraag had iets van een oneerbaar voorstel of een kaasgerecht voor kabouters. Korte navraag leerde dat Klettersteig een populaire manier van bergbeklimmen is waarbij een staalkabel het verschil uitmaakt tussen leven en dood. We reisden met wat touwen en tuigjes af naar het land van de wereldberoemde berggeit Reinhold Messner en kwamen God zelve tegen.

BOLZANO – „Het beklimmen van de Mount Everest is helemaal geen prestatie meer. Platgetreden. Het lijkt wel alsof er een snelweg naar boven loopt. Iedereen kan het. Morgen die Klettersteig van jou, op 3000 meter hoogte bungelen aan een ijzerdraad, dat is pas leuk om te doen. Bergsport begint waar toerisme stopt. De Dolomieten zijn de prachtigste bergen ter wereld. Je zult genieten.” Reinhold Messner (62) spreekt en dan luister je zonder kritisch te zijn. Als hij stelt dat een boerenkool eigenlijk een vermomde meteoriet is, geloof je dat. De man dwingt, ook vanwege de doorleefde kop, respect af. Hij heeft alle veertien achtduizenders en nog vele andere avonturen in zijn rugzak en dus recht van spreken. Verzuchtend: „Er is op die Mount Everest zelfs een internetcafé in het base-camp.” Messner schudt zijn bebaarde hoofd alsof vroeger alles beter was. De tijden waarin hij zonder zuurstof de top behaalde, zonder gore-tex, zonder thermokleding.

We zijn even op de thee bij de beroemdste bergbeklimmer ooit. We, dat zijn Ronald Naar („In vergelijking met Messner ben ik maar een klim-kabouter”) en ik. Reden: de opening van het museum in het kasteel Firmiano ten zuiden van Bolzano. Het gigantische, deels vervallen slot, is door Messner omgedoopt tot één van zijn vijf musea waarin liefde voor de bergen centraal staat. Liefde die hoofdzakelijk zichtbaar wordt in kunst van bergvolkeren uit   Azië. Pr-mensen noemen het project liever MMM (Messner Mountain Museum).

Die nacht dwarrelen er rampscenario’s door de slapende geest. Ik lach lieden uit die met veel pijn en moeite de K2 of de Everest bestijgen. Ze doen hun best maar. Morgen is het Klettersteigtijd! Centraal staat het spookbeeld dat een ijzerdraad, ons enige houvast, uit de haken schiet en we neerstorten… Met bloed besmeurd, ontelbare botbreuken rijker, kruipen we met onze laatste kracht naar Messner die als God zelf bedachtzaam aan zijn baard trekt. „Dit is avontuur… Misschien raken jullie zo verlicht. Je weet: alle religies zijn ontstaan in berg-streken.”

Rozentuin
De wekker redt. In de vroege ochtend lopen we door de Dolomieten richting de Rosengarten, een mythische bergketen. Het verhaal wil dat de dwergkoning Laurin verliefd was op Smilde, de goed-bedeelde dochter van een collega-koning, die op een steenworp afstand zijn monarchie had. In het rijk van Laurin lag een gigantische rozentuin. Na een wat rommelige relatie kwam Laurin in de problemen (dat komt ervan als je met wat ranzige types een prinses ontvoert en in een grot verstopt). Enfin, prinses werd weer ontzet en Laurin toverde zijn rozentuin om tot een bergketen, noch bij nacht noch bij dag zouden zijn prachtige rozen te zien zijn. Maar de wazige dwerg vergat de schemering en tijdens die momenten is de berg in een rode gloed gehuld.
Naar en ik trekken pijnlijk vroeg richting Karerpas. De mysterieuze rode gloed van de Rosengarten is verdwenen, dat wel. Grillig steekt de kam tegen de lucht af. „Daar gaan we klimmen”, zegt Naar en wijst op een rij pieken die meer weg hebben van het gebit van een bejaarde Neanderthaler. Na bijna drie lange uren hebben we een hoogte van 800 meter overwonnen en zijn we aangekomen aan de voet van de Punta Masarè. We hijsen ons in een soort jarretelgordel. Aan de voorzijde zitten, verbonden aan een stukje touw, twee touwlussen met grote musketonhaken, onze lifelijnen, net zoals zeilers zich aan de reling van de boot behoren vast te klikken, zo moeten wij altijd minstens één musketon aan de staalkabel vast geklikt te hebben. Tijdens het klimmen verhang je ook voortdurend de musketons. „Er zit er altijd één vast. Vergeet dat niet.”

Roerloos
Voetje voor voetje schuifelen we langs steile wanden en gebruiken natuur lijke vormen om ons aan vast te houden. De enige zekerheid is hier een kilometers lange staalkabel die over, langs en door de wanden slingert. Iedere stap is het weer zoeken naar het juiste richeltje, de juiste uitstulping die Moeder Aarde ons schamel biedt. Klik, stap, klik, stap. Af en toe glijden we weg zoals je dat in films ziet, loszittende stenen storten de afgrond in. Op zo’n moment blijf je even roerloos hangen totdat alles is uitgerold. Overdenkende momenten: stel dat jij het was… Klik, klik. Klettersteig: het klinkt eng, maar dat is het opvallend genoeg niet of je vergeet domweg de angst omdat de drie-eenheid van uitzicht, uitdaging en concentratie alles overstijgt. Op een plateau legt Naar uit dat de staalkabels voornamelijk tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn aangelegd. „Om hun posities op toppen en in hooggelegen grotten in te nemen, werden voor soldaten ‘veilige’ klimroutes op de bergen aangebracht. Deze ijzerroutes heten in goed Italiaans ook wel via ferrata. Soldaten hadden op deze hoge strategische, moeilijk bereikbare plekken hun wapentuig staan. Er moest natuurlijk munitie, eten en drinken naar die soldaten”, aldus de wandelende encyclopedie Naar. We stijgen verder. Het gevoel van vrijheid wordt steeds groter als we hoger komen en uitkijken op de Rosengarten (3004 m hoog) en de Vajolettorens. Een zwoele bries rolt door de Dolomieten. Geen kip, geen afval, geen internetcafé. Messner had gelijk: bergsport begint waar toerisme stopt.
Na gedane arbeid is het goed rusten. Terug in Merano opent het nieuwe ThermalBaths zijn deuren. Hier komt de gegoede Italiaanse bevolking samen ter ontspanning in een van de vele bubbelbaden, achter verantwoorde salades en bij de schoonheidsspecialiste. Hier verwent de vermoeide mens zichzelf. Een hostess in steriele jas vraagt waar ik last van heb. Ik vertel het verhaal dat ik in het land van koning Laurin heb geklettersteigt. „Ah, dan moet je een wijnbad hebben.” Ze vult een houten tobbe met water en giet daar een volle karaf rode wijn in. Ik glijd langzaam in de rode gloed. Op de rand van het bad zet ze een vol glas. „Het is een betere soort dan net in het water verdween”, lacht ze. „Waarom deze therapie? Het brengt een cyclus op gang tussen lichaam en geest. Verder nog vragen?” Nee, verder geen vragen.

Vijf musea
Het Messner Mountain Museum bestaat uit een centraal museum in Sigmundskron en vier satellieten in de bergen. Het centrale thema is de bergsport, de relatie mens – berg en kunstuitingen rondom het thema berg. Satelliet Juval bevindt zich in Messners pri-vé-slot Juval bij Naturns met als thema ‘heilige berg’. Verder zijn er nog het satelliet-museum Dolomieten (2181 meter hoog) het MMM Ortles bij Solden over gletsjers en eeuwig ijs en het interactieve museum Bergvolken (2008) waar Messner de bezoeker in de ervaringen laten delen van de boeren-bergbevolking. Info Messner Mountain Museum: www.messner-mountain-museum.it

Ook in Juval, Messners privéslot, bevindt zich een van de satellietmusea..

Bron: De Reiskrant
zaterdag 9 juni 2007
Door: Rob Hammink
PDF