Met een Barrel door China!

‘PARIJS-DAKAR’-TYCOON GAAT ARM BINNEN-MONGOLIË OP KAART ZETTEN

Het zal misschien nog een decennium duren, maar China koerst met onnavolgbare snelheid af op de status van leidende wereldmacht, die niet meer lijdt. Het Rode Boekje van roerganger Mao is ondertussen bij de lokale Slegte te vinden en de overheid probeert het rijke westen te imiteren. In de vaart der volkeren horen daar ook rally’s (lokaal uitgesproken als lally’s) bij. De tycoon van Paris-Dakar, de Fransoos Hubert Auriol, reisde naar China om zo’n ‘lally’ te organiseren in Binnen-Mongolië. De eerste stappen werden afgelopen week in het gigantische land gezet. De Telegraaf was er exclusief bij.

HULUNBEIER (China), zaterdag De motorkap is afgescheurd en zit al dagen met een dubieus ijzerdraadje vast. De versnellingsbak heeft veel weg van een bak yoghurt en de richtingaanwijzers zijn er afgevallen, maar niemand weet wanneer. Kortom: de auto lijkt op een hondenhok waar kilo’s degelijke Chinese klei vanaf druipen. Tot overmaat van ramp heeft vandaag de motor de geest gegeven. Niet meer aan de praat te krijgen.

Ons uitzicht geeft niet veel reden tot hoop: alle 360 graden leveren het beeld van een vlak oneindig grasveld op. Het was vijf dagen zonnig, maar tijdens een crash is het natuurlijk koud, het regent en we zijn nat tot de laatste draad van de boxershort. In zo’n geval, waar je de gehele communistische partij vervloekt, biedt droge Brabantse humor uitkomst. „Zo, die kan bij de Speurders. Te koop: leuke terreinwagen, altijd binnen gestaan, van oud vrouwtje en weinig op de teller.” Dat laatste klopt overigens, want sinds ons vertrek vanuit Hailaer is die teller blijven staan op 33.278 km. Heel onhandig als je een rally moet rijden volgens de wetmatigheid van ‘pijltje-bolletje’.

Eric Verhoef raakt blijkbaar niet snel overstuur in dit soort situaties. Dat is nogal handig als je nationaal erkend rallyrijder der Lage Landen bent met elf Dakars op je naam. Hij reed er zeven helemaal uit. Rijp voor een tegeltje was zijn beste uitspraak eergisteren, toen ik als een – nu we toch in de buurt zijn – Mongool door het landschap stuiterde: „Rustig rije. Bewijzen doe de ge maar in de slaapkamer.” Eindelijk een stipje aan de horizon. Een verlossende auto neemt ons mee naar de finish.

Twee weken geleden: de 38-jarige man uit Veldhoven belt naar de redactie. Opgetogen klinkt het in onvervalst Brabants: „Gij doet toch iets met avonturen. Di is kei gaaf man. Een rally in China! Nog nooi vertoond. Doe de gij mee? Ik mag een co-piloot/navigator uitnodigen.”
De motorfanaat was op zijn beurt weer uitgenodigd door ‘Monsieur ’1 Afrique’, ook bekend als Hubert Auriol, die, op verzoek van de Chinese autoriteiten, een rally in hun provincie Binnen-Mongolië in elkaar mocht zetten voor een zeer select aantal Europese rallyrijders. Onderliggende en nooit uitgesproken gedachte van de Chinezen is natuurlijk om Binnen-Mongolië op de kaart te zetten voor rijke westerse investeerders. Want wees eerlijk: welke sterveling weet waar Binnen-Mongolië ligt?

Auriol, de man die na eigen successen tijdens de fameuze rally Paris-Dakar het estafettestokje als organisator van dit evenement overnam in 1994, zag direct een geweldige uitdaging. „Ik was geïmponeerd door de grootsheid en diversiteit van het landschap. Tel daarbij de geweldige gastvrijheid van de lokale bevolking op en ik zag de haalbaarheid voor Green Raid. Geen echte harde rally, wel een sportieve proeve voor alle mensen die met een 4×4-aan-gedreven auto nieuwe horizonnen willen ontdekken. En juist dat biedt geheimzinnig China natuurlijk als geen ander land. De deuren stonden op een kier en zijn door dit initiatief nu echt geopend.”
Het aangewezen terrein, in dit 1,3 miljard zielen tellende land, werd de provincie Binnen-Mongolië, dat ingesloten ligt tussen Siberië en het oostelijk deel van de Gobi-woestijn, om precies te zijn in het meest noordelijke district Hulunbeier, een gebied zo groot als Frankrijk, maar slechts bevolkt door acht miljoen mensen. Een prachtig decor dat met zijn uitgestrekte steppen, grillige bossen en hoge plateaus met grasland iedere verbazing overstijgt, zo werd het onontdekte rijk voorgesteld.
Na een vermoeiende tocht vanuit alle delen van Europa komt het illustere rallygezelschap aan in Peking, het huidige Beijing. Van daaruit met een binnenlandse vlucht naar de hoofdstad Hailaer, waar de Moeder aller avonturen zal beginnen. Kleine deceptie is het niveau van de afgeleverde auto’s, of liever de afgeragde vierwielers, waarmee we vijf dagen, vaak off road, door het land zullen crossen. „Terwijl er toch echt prachtige Landrovers waren beloofd. Goed dat we deze trip, waarvoor deelnemers zich pas volgend jaar kunnen inschrijven, hebben georganiseerd”, aldus Auriol. „Het communicatieprobleem blijft, maar de kinderziektes hebben we in kaart gebracht en kunnen we nu wegwerken. Voordat we dit product samen met de Chinezen in de markt zetten, moet er nog wat water door de Amur (hoofdrivier in Binnen-Mongolië – RH).”

Het lot wil dat Eric Verhoef en ik, via een ondemocratisch principe, auto nummer 009 krijgen toebedeeld met de vering van een invalide kameel. Hiermee moet dagelijks meer dan 500 kilometer door ruig en stoffig landschap worden gestuurd, maar de schoonheid ervan maakt veel goed. In iedere stad waar we aankomen staan rijen mensen langs de kant opgesteld. Kinderen zwaaien met vlaggetjes tegen een achtergrond van hoekige architectuur, die letterlijk uit de grond wordt gestampt. Nieuwe tijden komen. Overal militairen en politie om de Europese gasten het gevoel van veiligheid te geven.
Oude tijden leven alleen verder op het platteland, waar dorpen slechts door een dunne elektriciteitsdraad aan elkaar worden geregen. Uitgestrooid over het landschap rennen wilde paarden en af en toe schrikt een koe op als we rakelings langsrijden. In de reeks droge opmerkingen is „dat wordt een uier vol zure melk” toch weer een toppertje van Verhoef. Boeren op stokoude tractoren rijden buitenproportionele balen hooi naar hun stallen. De streek maakt zich op voor de winter, die hier de mensheid mangelt met temperaturen van 30 graden onder nul. Dorpelingen boden hun simpele onderdak en uitgebreide eten aan. Huiden als perkament, waarop het zware boerenleven is af te lezen. Overal waar we kwamen waren er ceremonies, ceremonies en als grote verrassing ceremonies.

Terwijl we vijf dagen lang door Binnen-Mongolië stuiteren, krijgt onze nationale motorbikkel naast me een duidelijk gezicht. „Toen ik vijf jaar was, gaf ons pap me een zelfgemaakte crosser. Zo is het allemaal begonnen”, zegt Verhoef terwijl hij zich door de stofwolken van onze voorgangers heen worstelt. „Dakar is dan natuurlijk het hoogste doel dat je kunt bereiken als enduro-rijder, dus schreef ik me in 1988 als motorrijder in, als jongste deelnemer ooit. Er is in dat jaar en de jaren daarna tijdens Dakar veel misgegaan, teveel mensen zijn overleden en ik heb mijn ambities bijgesteld. Een bijkomend probleem was ook dat in Nederland de sponsors niet echt warmlopen voor Dakar.” Lachend: „Het bleef dus sudderen tot 1997. Toen begon het virus weer op te spelen. Ik moest en ik zou weer gaan. Iedereen raadde het me af. Minimaal gesponsord stond ik dat jaar aan de start met een reserve-onderbroek, een tandenborstel en een zwaardere hypotheek op mijn huis. Daarna heb ik geen jaar overgeslagen.”

Nu hij onze 009 dwars door een wei stuurt: „Het verschil tussen een motor en een auto is groot. Je ervaart op een motor alles directer. Bovendien ben je zelf de kreukelzone.” Met een bijna fataal ongeluk in, Dahkla (Egypte) weet Verhoef waar hij het over heeft. „Dit avontuur van Hubert is geweldig en is nog nooit vertoond in rallyland. Ik zie wel potentie in deze kant van de wereld, want waar heb je nog zoveel ruimte? In Nederland zouden er voor de start al vijf actiegroepen achter het prikkeldraad van zo’n wei staan. Dit is een prima manier om wat plezier in de Chinese brouwerij te brengen. En daar gaat toch om in dit leven? Nie dan?”
De charmante Wei Ching, tot haar 18e opgegroeid in Shanghai, maar daarna richting Zwitserland vertrokken, ziet het allemaal een tikkie genuanceerder. Ze zit als een spin in het web van de kersverse Raid. „Ik heb het zelf allemaal in werking gezet, na het verzoek van de Chinese overheid. Toch blijf ik zitten met een dubbelzinnig gevoel. Het is mijn land. De mensen hier zijn zo puur en vriendelijk, ze geven niet om geld. Ze geven omdat ze willen geven. Hoe zal dat zijn als hier de rally volgend jaar komt? En het jaar daarop en het jaar daarop… Toch ben ik blij dat je bent gekomen om Binnen-Mongolië, dit vergeten en arme gebied met zoveel potentie en grondstoffen, op de wereldkaart te zetten. China en haar jeugd moeten verder en geld speelt daarbij belangrijke een rol. Helaas.”

Bron: Telegraaf – zaterdag 30 september 2006
PDF