Heineken Regatta 2006 – Als enige man op schip vol Hollandse vrouwen

Onze verslaggever als enige man op schip vol Hollandse vrouwen

Voor de één een geweldig excuus om drie dagen feest te vieren, voor de ander een serieuze aangelegenheid, waar eer en zeemanschap centraal staan. Sommigen zijn professional, anderen amateur. De Heineken Regatta is hoe dan ook een begrip in de zeilerij. Dit jaar komen voor de 26e keer honderden boten (sommigen hebben het liever over schepen) bij elkaar in de koraalblauwe wateren van Sint Maarten. Mannen met baarden, of minimaal met borsthaar. Alhoewel… één boot valt wel heel erg uit de toon: de boot met in roze kleding gestoken vrouwen. We monsterden als mascotte exclusief aan op de Sail & the City.

RUG INSMEREN EN LIEF ZIJN…

St. BARTH/St. MAARTEN, zaterdag Zon, zilte lucht, zwoele vrouwen en tien zeenimfen. Ingrediënten voor het paradijs. En toch verwacht je onwillekeurig ieder moment een uit de koers geraakte Heinz in skipak, die de droom verstoort omdat hij zich té hard afvraagt: „Biertje?” Heineken domineert deze dagen, ook op St. Barth waar we eergisteren hadden afgesproken met tien Nederlandse zeilsters, die dit weekend meedoen aan de legendarische regatta. Voordat de race begint, zouden ze het Franse eiland aandoen als onderdeel van de voorbereiding. Ik mag bij grote uitzondering als enige haan mee aan boord met als wurgcontract: ruggen insmeren en lief zijn. Maar de dames zijn vooralsnog spoorloos.

Heineken-regatta-Rob

Heineken Regatta 2006 team Sail & The City met verslaggever Rob Hammink

De tijd wordt gedood met verbazing, verbazing over hoe sereen het hier is, over de prijzen van wijn (gemiddeld 10 euro per glas), schoenen (gemiddeld 395 euro per paar), hotels (gemiddeld 400 euro voor een nacht) en hoe de ’rich and famous’ zonder daar last van te hebben samenklit voor de etalages van Louis Vuitton en Cartier. „Verleden week was Bill Gates hier nog met zijn gigantische jacht”, weet de hoteleigenaar van Sunset. „Hij had een onderzeeër constant naast zijn boot varen.”

Mick Jagger
De zeilende Steven Leeuwestein (30) zit op een steenworp afstand van de exclusieve Port Gustavia aan de straat Östra Strandgatan, een naam die herinnert aan de tijd dat de Zweden hier in de 18e eeuw succesvol de scepter zwaaiden en het eiland van roversnest tot Caribische parel omtoverden om het daarna weer te ruilen met de Fransen. Ook Leeuwestein weet dat types als Mick Jagger hier graag komen. „De man heeft hier een huis en een kroeg.”

De Rotterdammer neemt met vier maatjes deel aan de regatta. De maatjes volgen met gevaar voor nekverkramping de siliconenwonders op straat. Steven: „We zijn besmet met het virus, niet in de laatste plaats omdat we verleden jaar iedere dag hebben gewonnen in onze klasse van bareboats. Dat zijn die huurbakken; leg vierhonderdvijftig euro per dag neer en je hebt zo’n ding. Natuurlijk is het eigenlijk één grote zuippartij en op je zeil-cv staat het niet echt indrukwekkend, maar wees eerlijk: als je nu moet kiezen tussen het IJsselmeer en deze omgeving…”

Er waait een stevig, maar speels windje en er worden in respectabel tempo groene flesjes gerstenat besteld. Niets aan de hand. Maar het schijnt dat de dames van Sail & the City in zwaar weer verkeren. Even geen zelfspottende grappen à la ’mayday mayday, mijn mascara loopt uit’ of ’vervelend dat nagellak door zeewater zo snel oplost’. Ook geen opmerkingen dat de hockeywonden opspelen in de zon. Er is werk aan de winkel. Later zegt SBS-icoon Gallyon van Vessem (lieren ankerspecialiste) over haar Hart van Nederland-collega Maureen du Toit: „Ze lag in een soort spagaat achter het roer. Het weer was vreselijk. Er stond, met een aan de windse koers, zo’n vijfentwintig knopen wind en we vielen van het ene waterbassin in het andere. Golven, zeker vier meter hoog. Dat was niet grappig meer.”

Maureen du Toit: “Ik doe het voor het goede doel: een opvanghuis voor kinderen”

Het was zomer 2005 toen Annelies Damen, die drie jaar geleden al eens meevoer, een deal sloot met Gallyon om mee te doen aan de Heineken Regatta. Van beide zijden werden vriendinnen warm gemaakt. Er werden sponsors geregeld en een halfjaar voorgeproefd op niet de vervelendste plekken van deze planeet, zoals Saint Tropez. En nu is het dan zo ver. Ik wacht geduldig op de kade.

De gendarmerie tikt me aan. De twee petten lijken uit de lucht gevallen. Liggen op bankjes, nota bene naast het jeu de boules-veldje, is een doodzonde op Saint Barthélémy, zoals Columbus het eiland naar zijn broer Bartoloméo vernoemde. „Je mag hier niet liggen.” Ik wijs op de woorden die op het Hotel de Ville (gemeentehuis) staan: ’Liberté, égalité, fraternité’, vrijheid, gelijkheid en broederschap. Het levert op: „Paspoort graag. Wat zit er in die vuilniszak?” Hoe leg je uit dat die tien baguettes erin bedoeld zijn voor de Nederlandse vrouwenboot en dat je als enige man aan boord mag? De waarheid blijkt vaak de beste oplossing. Hoofdschuddend loopt de Sterke Arm door, blij dat de Fransen de boel hier in de 17e eeuw koloniseerden en niet de Hollanders.

Scheerritueel
Het bijbootje van Sail & the City komt eindelijk. Van Vessem heet welkom. Aan boord negen gelukkige gezichten, gelijkgestemde nagellak op teen en vingernagels. „Jammer dat je er niet eerder was. Je hebt het was en scheerritueel deze ochtend op het achterdek gemist.”

Een boot vol met stickers van sponsors en leuke roze truitjes. Gerard Joling duwt zichzelf door de luidsprekers. „Hij heeft ons ook gesponsord”, zegt Van Vessem. „Met T-shirts die dit weekeinde in Nederland op de markt komen. Zwart met de gevleugelde tekst in glitters ’Ik heb er toch geen kracht meer voor’. De koers wordt uitgerekend. Matige wind uit oost. Van Gustavia in Sint Barth naar Simpson Bay op Sint Maarten, koersje 325. Een Nivea-koersje, zo blijkt. Ruime wind, niets aan het handje, heel anders dan gisteren. Er is tijd voor hangen. Af en toe flappert de genua, maar daarmee heb je wel wel gehad. Her en der liggen de vrouwen verspreid. Ik houd me, onder een brandende zon, aan mijn belofte.

Captain Damen voorspelt de komende race: „We zullen het niet winnen van alle mannenboten. Daarvoor missen we spierkracht, die toch het verschil maakt bij overstagsituaties. Maar als we een paar van hen achter ons laten, hebben we ons doel al bereikt.” Ik zwijg, het is verstandig om nu geen discussie over penisnijd of emancipatie te beginnen.

Maureen du Toit heeft een hoger doel. „Ik doe vooral mee vanwege het geld dat we hebben gegenereerd voor het weeshuis op Sint Maarten, of liever een opvangtehuis voor kinderen die niet welkom zijn bij hun biologische ouders. Voor ons, bekende Nederlanders, is het een kleine moeite om geld bij elkaar te sprokkelen. Waarom zou je daar geen gebruik van maken?”

Voorrecht
De charmante presentatrice bespiegelt haar eigen situatie. „Ben in Zuid-Afrika geboren, maar ben geadopteerd en kwam in een Nederlands artsengezin terecht. Misschien was ik anders wel overleden. Kijk eens hoe goed ik het heb, wat een voorrecht: ik zeil hier nu, heb een degelijke opleiding kunnen volgen, ben gezond. Misschien heeft mijn adoptie ervoor gezorgd dat ik altijd iets terug wil doen voor minder bedeelden. Alleen hier een beetje ronddobberen op een jacht zou ik te mager vinden, dat kun je ook in ons land. Als je gebruikmaakt van deze omgeving, dóé dan iets voor deze omgeving.”

Sint Maarten komt met 6,5 knopen steeds dichterbij. Het eiland waar de Franse en Nederlandse cultuur al vanaf de conventie van Concordia in 1648 vreedzaam naast elkaar bestaan. Het merkwaardige tropische eiland, waar alle honden op elkaar lijken, waar de Fransen schaamteloos euro’s één op één met de dollar hanteren en de Antilliaanse gulden afdoen met „dat is niet ons geld, dat is hun geld”. Glooiend landschap, swingende lachende mensen, die de leus op de nummerborden ’The Friendly Island’ bevestigen. De komenden drie dagen rondjes zeilen in het water dat steeds van kleur wisselt, met iedere dag een nieuwe uitdaging. Het is inderdaad een voorrecht en het uitzicht blijft paradijselijk, in alle (wind)richtingen…

Bron: Telegraaf – 4 maart 2006
Door ROB HAMMINK