Kapot van de kou

De ambitie was even meeslepend als de naam: Millet Icebiking Expedition. Op de fiets de Lena rivier af, 4100 ijs- en ijskoude kilometers wegtrappen. In een tentje slapen. Oppassen voor beren en wolven. Beroepsavonturier Ralph Tuijn had ditmaal zijn vriend Erik Gelauff meegenomen. De twee beleefden wekenlang bizarre avonturen waarin temperaturen van onder de 50° Celsius regeren. Maar uiteindelijk bleek de lat te hoog gelegd. Ziekte, een dik pak sneeuw op de Lena en onleefbare koude gooiden roet in het eten. Tiksi, het eindpunt, werd niet gehaald. Onze verslaggever zocht Tuijn en Gelauff halverwege het avontuur op in Jakoetsk, de lelijkste stad op aarde, maar een geweldige plaats als je in deze diepvrieshel veiligheid zoekt.

JAKOETSK, zaterdag Nu. Een eindeloze weg met daarop twee eenzame fietsers. Links is het wit, rechts trouwens ook. Achter hen ligt de ongenaakbare Lena rivier als een bevroren herinnering. Het vizier is gericht op het ’warme’ zuiden met een milder klimaat van rond de –25° C. Ze fietsen naar Tynda en dan met de trein naar Severo Baikalsk. Terug naar het oude vertrouwde Bajkalmeer om dat af te zakken naar Irkoetsk. Eindelijk weer ijs onder de spikebanden. Ralph Tuijn en zijn reisgezel Erik Gelauff schreven ons deze week per e-mail dat de enige constante is dat alles verandert… We hadden de twee opgezocht en bezorgd achtergelaten in de moordende kou van Jakoetsk.

Toen. De afgeschreven Tupolev zakt al een kwartier door een dikke laag mist, maar er is geen landingsbaan te zien. Toch zit het vliegtuig op ’short final’, misschien zo’n vijftig meter boven de grond. Mist? Niets anders dan bevroren uitlaatgassen. Die blijven in een omgeving van kouder dan –40°C namelijk hangen.
Als we uitstappen, is ademhalen bijna onmogelijk. Longen verzetten zich tegen de ijzige lucht. Buiten is het schemerig, angstaanjagend zonder precies te weten waarom. Je voelt dat de kou hier als een roofdier rondsluipt, maar je weet niet uit welke hoek zij komt. Zij is namelijk alom, vreet aan je kleding, je huid, je botten. Silhouetten in bontjassen schuifelen naar ’exit’ en verdwijnen in het niets. Dit is een decor van een horrorfilm.

Siberië Irkusk

Rob Hammink in Irkusk, Siberië

Belofte
„Welkom in Jakoetsk”, klinkt het onderkoeld. Erik Gelauff heeft zijn woord gehouden: hij zou er zijn, ooit beloofd voor vertrek. Daar staat hij dan, de helft van het duo dat de Lena rivier wilde bevechten. Maar tot nu toe is de Grand Cold Lady niet van plan zich over te geven aan het waanzinnige plan van twee Nederlanders. Gelauff maakt een aangeslagen indruk. „We herstellen in een troosteloos hotelletje, al een week. Op een of andere manier hebben we een onduidelijk virus in een weeshuis op de route opgelopen. Die neus zit me ook niet lekker.” Terwijl hij op een blaar wijst: „Verbrand door de kou.” Op de parkeerplaats doemt Ralph Tuijn op. Geen uitgebreide welkomstrituelen. Alles wat buiten plaatsvindt, is kort en zakelijk. „Ik heb veel meegemaakt, maar dit slaat alles”, zegt de 32-jarige ijzervreter uit Castricum. De ervaring leert: als Ralph dit zegt, staan we aan het begin van een vreselijke tijd.
De taxi slingert door de stad naar een beter plekje voor vannacht. Elektriciteitsdraden hangen als een spinnenweb boven de wegen en de huizen. Afgebladderde flats uit de sovjettijd worden sporadisch afgewisseld met lieflijke houten woningen waarop scheve schoorstenen doorlopend rook spugen. En ook die rook bevriest. Jakoetsk is ongetwijfeld de lelijkste stad ter wereld, zo bepalen we.

Voor Erik Gelauff is het de eerste keer dat hij deze kou beleeft. De sociaal werker had privé een ingewikkelde tijd achter de rug en wilde weg. Hij bereidde zich maanden grondig voor. „In rijke landen ben je geneigd meer en meer te willen. We overladen onszelf met onzin, met computers, breedbeeld-televisie. Allemaal niet nodig als je het echte leven wilt voelen. Ik heb afgebouwd, alle verslavingen aangepakt. Weg sigaretten, weg drank, maar ook weg hoofdkussen. Waarom zou je niet zonder kunnen?” Dan lachend: „Over computers gesproken. Ze hebben hier een heel andere uitleg voor www: warmte, water en wodka. Daar draait het allemaal om in deze streek.”

Reisgezel Ralph Tuijn weet al jaren wat afzien is en hij houdt zich niet bezig met overdaad. Het enige dat hij per se wel wil, is een nieuwe uitdaging. Hoe extremer, hoe beter. In acht maanden tijd fietste hij vijf jaar geleden vanaf Nederland naar de Beringzee en zat hij niet veel later op 5000 meter hoogte in de Indiase Himalaya. Twee jaar geleden was het nog de Groenlandse ijskap, die lopend en fietsend werd bedwongen. Verleden jaar nam hij als gids een groep mee over het Bajkalmeer. Niets aan het handje… „Maar nu kom ik echt de grenzen van mijn mogelijkheden tegen. Ik heb me de laatste weken afgevraagd hoeveel een mens eigenlijk aankan. We hebben dagen in onbewoonde gebieden gefietst terwijl juist in dit soort omgevingen mensen zo afhankelijk van elkaar zijn. Gevaarlijk? Ja. Kleine praktische problemen, zoals het verwisselen van een ventiel, worden onoverkomelijk. Dat is niet te doen met dikke wanten.”

Ondoorgaanbaar
De Lena, die lange Lena, ontsproten op 930 meter hoogte op de westelijke helling van het Bajkalgebergte. Ze hebben haar alleen vanaf de kade gezien. De reis begon veel meer richting zuidoosten in de plaats Irkoetsk, vanwaar een autobusje ze naar Ustkut bracht. Daar zou het 8 meter dikke ijs worden opgezocht. Maar er hadden geen vrachtwagens over de Lena gereden en dus was de sneeuw erop nog steeds ondoorgaanbaar. „We hebben toen honderdtwintig kilometer over een winterweg gereden. Vreselijk zwaar. Zo’n weg is een bevroren moeras en heeft dus ook de structuur van een bevroren moeras”, aldus Tuijn. In de volgende plaats, Markova, was de Lena nog steeds ’dicht’. Tuijn en Gelauff kwamen na 600 eenzame kilometers door het bos, meer een eindeloze tunnel van bomen, eindelijk in Nepa terecht. Vanaf daar richting Mirny waar de winterweg eindigt. Ze kregen gezelschap van een zwangere zwerfhond, die trouw volgde. Ondertussen hadden ze er ruim 1500 kilometer afzien opzitten.

En toen werden ze dood- en doodziek. „Waarschijnlijk hebben we een virus opgelopen toen we een weeshuis in Viljusk bezochten. We moesten een mondkapje voor, maar dat hebben we geweigerd. We waren namelijk die bikkels uit Nederland. Niet kapot te krijgen.”

Rob Hammink schrijft in Siberië aan de Lena rivier

Rob Hammink schrijft in Siberië aan de Lena rivier

Voor het huis waarin we nu met z’n drieën zitten, meldt zich in de vroege ochtend een man met busje. Speciaal geregeld voor de ingevlogen scribent uit het vaderland en bovendien handig als veilige haven voor twee bikkels die herstellen van hun ziekbed. De mongolide man noemen we voor het gemak Herman en zijn busje is een vierwiel-aangedreven Uaz, een Russische jeep die je voor slechts $2800 aanschaft. We rijden vanaf Jakoetsk richting noorden dwars door de deelrepubliek Sacha, meer dan 3.000.000 vierkante kilometer groot, bevolkt door slechts 1,1 miljoen mensen. De rit is eindeloos. Buiten Jakoetsk breekt de zon door, of liever: is de bevroren smog weg. In deze uitgestrekte wildernis stonden strafkampen, ook wel verzameld tot het begrip Goelag, een administratieve structuur van 476 complexen van ’correctieve arbeidskampen’, die tot in de verste uithoeken van de Sovjet-Unie waren te vinden. Miljoenen politieke gevangenen en duizenden dissidenten werden erheen gestuurd. De Goelag wordt in de regel gekoppeld aan Stalins terreur. Volgens geschiedschrijfster Anne Applebaum zijn zeker 4,5 miljoen mensen nooit teruggekeerd uit deze uithoek van de wereld. Wij hopelijk wel.

Na uren vindt Herman eindelijk een plekje waar we het ijs op kunnen. De fietsen worden uitgeladen. Tuijn en Gelauff tuigen zich zwijgend op. Het moment der momenten. Het ijs ziet er glad uit. Geen sneeuwbergen. Het kwik geeft –52° C aan. Ondanks de speciale poolkleding bijt de kou venijnig door. De twee beginnen langzaam te fietsen. Adem bevriest en binnen vijf minuten zijn de beschermende maskers versierd met ijskristallen. De Uaz en de fietsen voeren een dans uit op het ijs. Herman en ik rijden verder, stoppen en worden ingehaald. Dat gaat zo een paar uur door. Maar het is te koud. Het busje bewijst zijn diensten. Tuijn: „Omdat we fietsen en dus wind opwekken, is de gevoelstemperatuur zeker min zestig. Vooral onze voeten zijn een probleem. Dit is ondraaglijk.”

Aan het einde van de dag doemt er aan de rechterzijde een plaatsje op dat veel overeenkomsten vertoont met het dorpje van Asterix en Obelix, in besneeuwde uitvoering. Er wonen vierhonderd mensen.
We stoppen bij een soort blokhut. Een klein vrouwtje laat weten dat we welkom zijn. Een kachel, een emmer met aardappelen en een tafel met wat stoelen. Dat is het dan. Maar het is godzijdank warm.

Borsten
Het verhaal dat gasten hun koude voeten mogen warmen aan de borsten van de gastvrouw, laten we maar even on-onderzocht. Wel wordt duidelijk dat mensen zich hier niet wassen, maar een kniesoor die daar nu op let. Het leven heeft momenteel een heel andere waarde. Hoeveel heb je eigenlijk echt nodig? De vraag blijft zich herhalen. We drinken wodka en de twee avonturiers vertellen over de weken die achter hen liggen. Hoe ze van de weg werden gehaald omdat een burgemeester de expeditie te gevaarlijk vond. „Er was overleg geweest tussen achttien dorpen. Hij had een busje geregeld dat ons door een onbewoond gebied loodste.” Of hoe ze de trouwe zwangere viervoeter weggaven aan een restauranthouder, die beloofde goed voor het nieuwe gezin te zorgen.

De volgende dag eerst nog een lezing op de plaatselijke school met twaalf leerlingen en dan verder. Het is iets minder koud, maar nog steeds niet te doen. Dit is een ijskast waaruit niet te ontsnappen is. De beroemde Lenapilaren, die als sculpturen oprijzen aan de oevers, worden niet meer gehaald. Te extreem, zeker voor mannen die nog niet hersteld zijn. Herman heeft de fietsers steeds deemoedig aangekeken en helpt met het inladen. Zwijgend rijden we Jakoetsk weer in. Het is nacht. Nog steeds hangt de bevroren smog over de stad, nog steeds die industriële uitstraling, maar wat een prachtige stad om thuis te komen.

Bron: Telegraaf - 7 februari 2004
door ROB HAMMINK
PDF